“De mentale vermoeidheid groeit, maar ik heb nog geen afkeer van het bestaan”

9 februari 2020
© Radio 1
Als je 70 wordt, dan kijk je al eens achteruit. Ben ik tevreden met dit leven? Voor Raymond van het Groenewoud is het antwoord gelukkig ‘ja’. Gelukkig? “Ach, gelukkig zijn, dat komt in vlagen.” In 'Touché' liet hij Friedl’ Lesage twee uur lang in zijn hoofd en hart kijken.

Als van het Groenewoud ‘s ochtends opstaat in zijn appartement in Brugge, dan kijkt hij graag naar buiten, naar de mensen die voorbij komen. In de auto, op de fiets, te voet. “Die zinloosheid die op zo’n mooie manier vertolkt wordt. Waar gaan die mensen naar toe, waarom doen ze al die moeite? En dan begin ik bij mijn eerste slok koffie iets te voelen: het is toch speciaal hé, in leven zijn.”

“Het is ongelukkig zijn dat veel langer kan blijven sluimeren.” Want wat is geluk dan? Gezond zijn? “Nee, daar heb je niets aan, want je beleeft het niet bewust genoeg”, vindt Raymond van het Groenewoud. “Pas als je een ziekte of een gevaar achter de rug hebt, ben je je weer even bewust van je gezondheid.”

Aan de meet

“Ik zal zo blij zijn aan de meet”, zingt de zanger Raymond. En ook de mens Raymond heeft geen schrik voor de dood. “De mentale vermoeidheid groeit. Maar ik heb gelukkig nog geen afkeer van het bestaan.” 

Ik heb nooit woede gevoeld ten opzichte van de dood, als ik iemand verloor.

Zijn oma verwoordde het het best toen ze 85 werd. “Ik vroeg haar hoe het ging. ‘Het gaat wel. Maar eigenlijk hoeft het niet meer, hoor. Neem nu dat opstaan, dat is wel heel lastig. Maar met een klein jenevertje lukt het nog wel.’ Dat vond ik prachtig in zijn eenvoud. Ook die nuchterheid waarmee ze het bracht”, vertelt van het Groenewoud. “Maar ik zal niet dezelfde weg opgaan, want ik lust geen ‘korte drank’ (lacht)”

“Hoe ik oud wil worden? Heel geleidelijk, dag per dag. (lacht) En altijd actief in de muziek. Tenzij ik teksten begin te vergeten en dat het gênant wordt. Dan hoeft het niet meer.” Daar ligt de meet dus, op werkgebied in elk geval. “Als ik stop met werken, dan wil ik vooral naar buiten staren. Dat is het fijne aan ouder worden, de natuurelementen krijgen een steeds grotere plaats in mijn leven.”

Bang voor de dood is hij niet. “Ik heb ook nooit woede gevoeld ten opzichte van de dood, als ik iemand verloor. Ik heb ooit eens één nacht geweend om iemand die gestorven was en sindsdien heb ik de dood altijd aanvaard.”

Lees ook:

Radio 1 Select