De oogst van januari-februari 2018

21 februari 2018
Het is niet omdat Jan Sprengers geen bluesprogramma meer heeft dat hij de blues 'n' roots-releases niet meer zou volgen. Hier zijn de belangrijkste releases van deze twee maanden.

Victor Wainwright and the Train

De man is al een stuk in de 30 en toch heeft hij sinds 2005 nog maar vijf albums gemaakt: Victor Wainwright - voor zover we kunnen nagaan geen familie van - imposante boogie woogie-pianist met stem-als-een-klok. Vroeger heette zijn band The WildRoots, nu neemt hij een doorstart met The Train - meteen ook de titel van het album. De man komt uit Savannah, Georgia en zijn roots zit inderdaad in de boogie, maar net zo goed in de New Orleans-sound - de vergelijking met Dr. John ligt voor de hand. Victor Wainwright and the Train swingt harder dan een nipple slip op de ijspiste in Pyeongchang, en het klinkt duuzend keer plezanter. Ja, zo hebben we ze graag. En wij niet alleen zo te zien: sinds enkele jaren rijgt Victor Wainwright de ene (blues)onderscheiding aan de andere, waaronder drie maal de Pinetop Perkins Piano Player of the Year Award, een jaarlijkse prijs van het toonaangevende online vakblad Blues Blast Magazine.

Victor Wainwright and the Train

The Reverend Shawn Amos - Breaks it down

In dezelfde sounthern swing-hoek als Victor Wainwright treffen we The Reverend Shawn Amos aan. Iets meer gepolijst, meer geproducet (met knappe strijkerspartijen bij voorbeeld), maar daarom niet minder spannend. Het album, dat The Reverend zelfs omschrijft als "a new album of 21st century freedom songs", valt uiteen in drie stukken: eerst 4 potige soulrockers (waaronder een knappe rechttoe-rechtaan versie van The Jean Genie), dan drie songs die gebundeld zijn als Freedom Suite, en dan nog eens twee, wat rustiger tracks, waaronder het wonderschone (Wat's so funny 'bout) Peace, love and understanding - Bowie en Nick Lowe, de man kent zijn klassieken.

The Reverend Shawn Amos - Breaks it down

Robert Finley - Goin' platinum

Ouwe zwarte bluesmannen, ze komen wanneer je ze het minst verwacht. En ze hebben allemaal een avontuurlijk leven achter de rug. Nu is er Robert Finley, die al zo lang muziek maakt als hij zich kan herinneren. Alleen weet niemand hoe lang dat is: een geboortedatum wordt nergens vermeld. Te oordelen aan de foto's en aan het feit dat hij in 1970 beroepsmilitair werd, moet hij minstens diep in de zestig zijn. Nochtans beleefde hij pas twee jaar geleden zijn debuut, met de terecht getitelde plaat 'Age don't mean a thing'. Die plaat trok de aandacht van Dan Auerbach en laat het vervolg zich raden. 'Goin' platinum' (met Auerbach als co-auteur en producer) klinkt dus jong en vernieuwend en heeft veel respect voor de jarenoude rootstraditie. De man heeft dan ook heel zijn leven de wereld rondgetrokken met wisselende bezettingen en wisselend succes, dus hem hoef je geen truukjes meer te leren.

Robert Finley - Goin' platinum

SNEL BELG

Kort en goed, enkele opvallende bluesbelgen.

The Bluesbones. Dit gedreven quintet, dat de Belgian Blues Challenge won in 2016 en tweede werd in de European Blues Challenge 2017, doet met een traditionele bezetting traditionele dingen. Het album 'Chasing shadows' zal dus nooit verrassen, maar ook niet ontgoochelen.

Ook degelijk, en diep geworteld in de traditie, is Café Noir, in feite een folkkwartet dat al eens een uitstapje richting blues 'n roots maakt. Deze Leuvenaars halen minder bekende songs uit de jaren '60 tot '90 van onder het stof en benaderen ze vanuit een puur akoestische hoek. Je zou dit eclectisch kunnen noemen, maar hun cd 'Exteriors' (eigenlijk al hun tweede met dezelfde titel) stààt er, ook al door de fijne productie van Bert Candries.

De meest frisse van de Belgen deze maanden, en de meest ambitieuze ook van deze drie, is Shorty Jetson and his Racketeers. Meer dan Belgen, want een gemengd Belgisch-Nederlandse band. Shorty Jetson, echte naam Robin van den Plas, belichaamt de perfecte rockabilly-look, inclusief vetkuif, akoestische gitaar en tattoes, en gitarist Rolf Hartogs serveert de juiste licks. De productie is van Bird Stevens, die als bassist van onder meer Jitterbug, Blues Lee, Last Call en Rusty Roots al een respectabel parcours aflegde en de jongste tijd wel vaker puik productiewerk aflevert. Trouwens, niet alleen rockers op dit album: een van de uitstapjes én tegelijk hoogtepunten is de cover van House of gold van Hank Williams, dat Shorty Jetson in duet doet met de ons verder onbekende Sharon Pepermans. Country of zijn zoetst en best.

Café Noir - Interiors
Shorty Jetson and his Racketeers

Steven Troch Band - Rhymes for mellow minds

De albumvoorstelling van Shorty Jetson is op 3 maart in Poederlee, tegelijk met die van de nieuwe Steven Troch Band in Mechelen. Steven Troch moeten we al lang niet meer voorstellen - zijn jongste wapenfeit was aan de zijde van Tiny Legs Tim, maar dat is intussen ook alweer een jaar geleden. De Steven Troch Band is hechter dan ooit, uiteraard met Troch zelf op alle mogelijke mondharmonica's, maar ook met Little Steve van der Nat op gitaar (hé, alweer een Nederlander, blijkbaar een succesformule), en de strafste ritmesectie die je deze dagen in de lage landen vindt: King Berik Heirman op drums (zie ook Guy Verlinde) en de Nederlandse Lizz Sprangers (met zo'n naam kan je niet fout zijn!) op bas. 'Rhymes for mellow minds' swingt en rockt een gelukkige 13 songs lang dat het een lust is, alleen valt de klank ons wat tegen. Iets te weinig schmung, iets te weinig dynamiek. Hopelijk ligt het aan de luisterkopij die we gekregen hebben, wellicht een vroege persing die nog niet geheel of geheel correct gemasterd is? De volumeknop op 11 zetten lost veel op.

Steven Troch Band - Rhymes for mellow minds