De rabbijn als rechter

30 maart 2017
Talmoed rabbinale rechtbank
Precies hetzelfde product verkopen of dezelfde korting geven in dezelfde straat, dat horen Joden niet te doen, zegt rabbijn Aaron Malinsky. In de Talmoed staat dat je je vee niet laten grazen op een aanpalend perceel. Als Joden geschillen hebben over familie- of handelszaken, dan wordt dat best geregeld via een bemiddeling bij de rabbijn. Naar een reguliere rechtbank stappen moet je zoveel mogelijk vermijden.

In Manhattan kreeg een succesvolle koosjere pizzazaak al snel concurrentie van een vergelijkbaar restaurant. De oorspronkelijke zaak pikte dat niet en stapte naar de ‘Rabbinale rechtbank’. Die gaf hem gelijk. Volgens de Talmoed is het immers niet geoorloofd dat je ‘iemands territorium schendt’.

"Een rabbijn moet ook waken over de goede werking van de Joodse gemeenschap", zegt rabbijn Aaron Malinsky. "Concurrentie is volgens de Joodse traditie niet per definitie verboden, maar klanten inpikken door te kopiëren beschouwen we als oneerlijk. Dat is een kwestie van ‘fair trade’".

De Talmoed, het heilige boek van de Joden, heeft het over een ‘grens-gevoel’ dat alle Joden moeten hanteren. Je laat je vee niet grazen op een aanpalende weide. Vertaald naar moderne tijden betekent dat onder meer dat je niet concurreert met dezelfde kortingen voor hetzelfde product. Maar ook dat je in het onderwijs bijvoorbeeld geen uren inpikt van een andere vakleerkracht.

En als er dan toch een geschil is tussen Joden, dan kan dat best beslecht worden via de rabbijn, vindt Malinsky. Die werkt dan een compromis uit op basis van de uitgebreide jurisprudentie in de Talmoed. Naar de gewone reguliere rechtbank stappen, probeer je best te vermijden.

Radio 1 Select