"De Verenigde Staten hebben nooit de bedoeling gehad om democratisch te zijn"

31 oktober 2020
Dinsdagnacht gaan de laatste uren van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in. Wordt Donald Trump voor nog eens vier jaar verkozen of zal democraat Joe Biden zijn plaats in The Oval Office overnemen? Feit is dat het niet zomaar gaat over wie de meeste stemmen haalt. Koen en Sven praten erover met Frank Albers.

"De Verenigde Staten heeft de oudste uitgeschreven grondwet en daar zijn ze heel trots op. Het is ook de eerste grondwet die aan de goedkeuring van een bevolking is onderworpen", steekt Amerikakenner Frank Albers van wal. Maar toch hadden de Verenigde Staten nooit de bedoeling om een democratie te zijn en is de organisatie van de VS ingewikkeld.

Angst voor democratie

De 'federale' grondwet dateert van 1783 en is een heilig boek waar niet aan geraakt mag worden. Maar naast hét founding document, hebben alle Amerikaanse staten ook nog eens elk hun eigen grondwetten.

"Op die manier zijn er verschillende niveaus van politieke macht. Dat werd zo geregeld om te voorkomen dat één niveau te veel macht zou krijgen, maar het is een recept voor een slecht functionerend systeem", aldus Albers. Het systeem bestaat door de manier waarop het bestaat voornamelijk uit een wederzijds blokkeren van verschillende niveaus.

Het woord 'democratie' komt niet één keer voor in de hele grondwet

Ironisch genoeg was de grootste nachtmerrie van 'the founding fathers' democratie. Het woord 'democratie' komt zelfs niet één keer voor in de hele grondwet! De grondwet was er om de republiek te bewerkstelligen, niet de democratie. Er was angst voor de democratie, wat wil zeggen dat er angst voor het gepeupel was. 

Kiescollege

Dus, om met hun angst voor (de keuzes van) het gepeupel tegen te gaan, werd er een buffer ingevoerd. Die 'filter van wijze mannen' kan de manier waarop het volk stemt bijsturen, ook vandaag nog. Dat een presidentskandidaat met de meeste stemmen van het volk toch geen president wordt, komt door dat kiescollege.

Het kiescollege is een 'filter van wijze mannen' die de manier waarop het volk stemt nog kan bijsturen, ook vandaag nog

Zo had Al Gore 500.000 stemmen meer dan George W. Bush in 2000 en had Hillary Clinton zelfs 3 miljoen stemmen meer dan Donald Trump in 2016. Maar beide Democraten verloren het presidentschap, omdat ze een minderheid in het kiescollege behaalden. Nu wordt er gezegd dat Donald Trump de verkiezingen zou kunnen winnen van Joe Biden met een verschil van 6 miljoen stemmen, zolang hij maar genoeg kiesmannen achter zich krijgt.

"Eigenlijk is Trump dan ook het perverse, compleet omgekeerde resultaat van wat dat hele kiescollege als bedoeling heeft", zo beaamt Albers.

Senaat

Elke staat wordt in de Senaat vertegenwoordigd door twee mensen, onafhankelijk van hoe groot of klein een staat is. In het Huis van Afgevaardigden wordt er wel aan proportionele representatie gedaan, dus daar hebben grote staten meer zetels dan kleine staten. 

Een meerderheid in de Senaat is van groot belang. Want als Joe Biden straks de verkiezingen wint, maar geen democratische meerderheid heeft in de Senaat, volgt er een 'gridlock'. Alle wetsvoorstellen van Biden zouden dan geblokkeerd kunnen worden door zijn Republikeinse tegenstanders. Dat is precies wat er gebeurde twee jaar na Obama's verkiezing tot president. De laatste zes jaar van zijn presidentschap, kreeg hij amper nog iets goedgekeurd, omdat de Republikeinen een meerderheid hadden in de Senaat.

Nog meer

Het zijn maar een paar van de pijnpunten in het Amerikaanse rechtssysteem. Meer hoor je in het gesprek met Frank Albers.

Beluister het gesprek: