De Vlaamse regering heeft zich met de benoemingen verschrikkelijk in de nesten gewerkt

7 november 2018
© Belga
Het is lang geleden dat het politieke spel zo pijnlijk is gespeeld. Het lijkt wel alsof de politici de criticasters van de politiek absoluut gelijk willen geven dat het allemaal om postjespakkerij draait. De benoeming van een nieuwe Oost-Vlaamse gouverneur is een triest schouwspel. De discussie over een mannelijke kandidaatdirecteur bij de Nationiale Bank is daar nog maar klein bier bij. Toch zijn politieke benoemingen een gangbare praktijk en dat niet alleen bij ons.

Het is lang geleden dat het politieke spel zo pijnlijk is gespeeld. Het lijkt wel alsof de politici de criticasters van de politiek absoluut gelijk willen geven dat het allemaal om postjespakkerij draait. De benoeming van een nieuwe Oost-Vlaamse gouverneur is een triest schouwspel. De discussie over een mannelijke kandidaatdirecteur bij de Nationiale Bank is daar nog maar klein bier bij. Toch zijn politieke benoemingen een gangbare praktijk en dat niet alleen bij ons. Meestal blijven die discussies wel grotendeels onder de waterlijn.

Hyperbekwame kabinetschefs

Voor lagere ambtenarenniveaus zijn de politieke benoemingen inderdaad voorbij, maar op alle absolute topambtenaren is wel een kleur te plakken, meestal omdat ze een verleden hebben als kabinetschef. Dat gebeurt zowel op het Vlaamse als op het federale niveau. Spreek je de partijen daarop aan, dan krijg je meteen het antwoord dat ze de bekwaamste gekozen hebben en de kandidaat-topambtenaar in kwestie door een headhuntersbureau een van de drie geselecteerden was. Het is logisch dat ministers hyperbekwame kabinetschefs kiezen. Bovendien doen ze bij hun minister ook enorm veel kennis op waarover geen enkele buitenstaander beschikt. Het is dan ook logisch dat ze de bekwaamste kandidaat zijn. De partijen voegen er dan wel aan toe dat je toch niemand mag straffen omdat hij toevallig op een kabinet heeft gewerkt.

Een meerderheidspartij zal nooit een ex-kabinetschef benoemen die gewerkt heeft voor een minister die nu tot een oppositiepartij behoort.

Is het toeval dat in de regel de Vlaamse topambtenaren oud-kabinetschefs zijn van Vlaamse ministers? Dat was zo in vorige regeerperioden en dat is nog altijd zo. Is het toeval dat de voormalige kabinetschef van premier Leterme, Hans D’Hondt, de federale administratie van Financiën leidt? Opvallend is wel dat een meerderheidspartij nooit een ex-kabinetschef benoemt die gewerkt heeft voor een minister die nu tot een oppositiepartij behoort. Plots verliezen die al hun bekwaamheden. Het hemd is dus duidelijk altijd nader dan de rok.

Een informeel informatienetwerk

Waarom willen partijen politieke benoemingen doen? Die aanstellingen bevestigen de macht van een partij, zelfs al is die al in de oppositie terecht gekomen. Heel dikwijls zijn die politiek gekleurde ambtenaren de tentakels van hun partij. Niet alleen om het beleid in een bepaalde richting te duwen of om zaken te regelen, maar het zijn dikwijls ook heel erg goede informatiebronnen voor politieke partijen. Zo hebben toppolitici een informeel circuit waardoor ze sneller op de hoogte zijn. En informatie is de brandstof van de politiek. Zo kunnen voorzitters en ministers op het juiste moment een sortie doen. En ook timing is essentieel in de politiek om op het juiste moment de juiste zetten op het politieke schaakbord te doen.

Premier Dehaene had overal hyperbekwame "Dehaene-boys" zitten die ooit op zijn kabinet gewerkt hadden.

CVP-premier Dehaene kende als geen ander het belang van strategische benoemingen. Overal had hij hyperbekwame "Dehaene-boys" zitten die ooit op zijn kabinet gewerkt hadden. Het was een netwerk dat velen hem benijden. Het lijkt erop dat MR-vicepremier Didier Reynders die les van Dehaene zeer goed begrepen heeft. Als minister van Financiën dropte hij op tijd en stond zijn kabinetschefs op cruciale posities in de ambtenarij. Dat netwerk heeft hem volop diensten bewezen tijdens de bankencrisis.

Overtollige politici

Er is ook een prozaïscher reden waarom er politieke benoemingen gebeuren. Partijen zitten met een pak overtollige politici met wie ze geen verkiezingen meer kunnen winnen. De meest sexy exemplaren kwamen dikwijls in het Europees parlement terecht, maar daar zijn het aantal plaatsjes beperkt. De provincies zijn een plaats om "fin-de-carrière-politici" als gouverneur te plaatsen. En ook de Internationale of Europese instellingen zijn soms zeer dienstig voor overtollige politici. Voor de liberalen Karel Pinxten, Annemie Turtelboom en Fientje Moerman was het een oplossing. Ook de Nationale Bank biedt plaats aan politici. De socialist Norbert Debatselier en de CD&V’ster Mia De Schamphelaere zitten er al. En wellicht gaat het voor de CD&V’er Steven Vanackere dezelfde richting uit.

We mogen ervan uitgaan dat premier Michel wel een package deal voor mekaar krijgt waarin de directiefunctie van Steven Vanackere zal zitten. Er zijn nog een aantal openstaande hoge ambtenarenposten die ingevuld moeten worden, waardoor elke regeringspartij wel aan zijn trekken zal komen. CD&V laat Vanackere in elk geval niet los. De partij wijst erop dat de andere partijen zelf geen vrouwen in het verleden hebben aangeduid bij de Nationale Bank. Open VLD van de kritische vicepremier Alexander De Croo heeft dat niet gedaan. Ook de MR met de zoon van Albert Frère heeft dat niet gedaan. Het geval Vanackere zal wellicht koelen zonder blazen.

Mislukte depolitisering

De Oost-Vlaamse gouverneurskwestie is een ander paar mouwen. Het is een mislukte poging tot depolitiseren. De neutrale procedure is er gekomen om de verkeerde redenen. De toenmalige oppositiepartij Open VLD drukte de procedure erdoor nadat de Vlaamse regering hen geen liberale opvolger voor hun André Denys had gegund. N-VA schoof immers de neutrale Jan Briers van het Festival van Vlaanderen naar voren. De Vlaamsnationalisten probeerden daarmee duidelijk te maken dat zij geen trado’s zijn. Het past ook in de kritische houding van N-VA tegenover de provincies. Ze zeggen dat ze de functie van gouverneur vooral een ambtelijke invulling willen geven en geen politieke. Daarom past een assessment beter dan een politieke benoeming.

Volgens Open VLD peilde het headhuntersbureau niet naar de juiste beleidstroeven.

Waarom is Open VLD dan zo verontwaardigd? Voorzitster Rutten dacht dat ze met Kamerlid Carina Van Cauter de geknipte kandidaat had. Van Cauter heeft in de Kamer een gedegen reputatie als justitiespecialiste. Ze was bovendien in Oost-Vlaanderen eerst provincieraadslid en député. Bovendien had ze haar kennis van terreurbestrijding, wat ook tot het takenpakket van een gouverneur behoort. Uitgerekend naar die beleidstroeven is niet gepeild door het headhuntersbureau. Ze moest als test een bedrijfscasus oplossen die ging over winst of verlies. Daardoor kon ze het verschil niet maken. Bovendien zei minister van Binnenlandse Zaken Homans dat haar kandidaat de best scorende Wim Leerman was en dat hij het moest worden. Open VLD-voorzitster Rutten ging niet akkoord en zei dat de vijftien geselecteerden allemaal in aanmerking komen en dat Van Cauter door haar provinciale achtergrond een voetje voor had.

Het telefoontje van Homans

Bij Open VLD zijn ze niet alleen kwaad omdat Van Cauters mindere resultaten naar de pers gelekt zijn. Ook zeggen ze dat N-VA minister van Binnenlands Bestuur Homans haar boekje te buiten is gegaan. Wim Leerman zegt zelf op TV-Oost dat hij vooraf gebeld is door Homans met de mededeling dat hij haar kandidaat was en met de vraag of hij de post zou aanvaarden. Dat gebeurde de dag voor de gouverneurskwestie geagendeerd stond op de Vlaamse regering. Voor Open VLD is dit een procedurefout en maakt dit dat de procedure kaduuk is. Minister-president Bourgeois is het daar niet mee eens, want het telefoontje had geen invloed op de beslissing van de Vlaamse regering, zegt hij.

Bij N-VA zeggen ze: Als we een politieke benoeming hadden willen doen, dan zouden we Elke Sleurs voorgesteld hebben.

Open VLD betwist ook de neutraliteit van Wim Leermans. Op TV-Oost geeft hij toe dat hij tot 2001 lid was van de Volksunie, hoewel hij de overstap naar de N-VA niet gemaakt heeft. Voor de liberalen gaat het om de benoeming van een Vlaams-nationalist. Dat wordt dan meteen betwist door N-VA zelf. Die zeggen: “Als we een politieke benoeming hadden willen doen, dan zouden we Elke Sleurs voorgesteld hebben.” Bij de liberalen is te horen dat N-VA niet vies is van politieke benoemingen en dat de partij dat al jaren doet op Vlaams niveau. Ze wijzen er bijvoorbeeld op dat de voormalige kabinetschef van minister Homans de Vlaamse administratie van Binnenlandse Aangelegenheden leidt. Bij N-VA zeggen ze dat hij de bekwaamste kandidaat was…

Een wespennest

Het is duidelijk dat de Vlaamse regering hier niet snel uitgeraakt. Het blijft een patstelling, zelfs al heeft liberaal kandidaat Van Cauter zich teruggetrokken. Bij N-VA vermoeden ze dat Open VLD wil wachten om te beslissen tot na de verkiezingen en Oost-Vlaanderen dan te koppelen aan Vlaams-Brabant, waar SP.A-gouverneur De Witte volgend jaar met pensioen gaat. N-VA zou dan het communautair gevoelige Vlaams-Brabant krijgen. Bij N-VA zeggen ze dan weer dat ze niet meedoen aan dat soort koehandel, want “sinds de benoeming van de neutrale Briers is het onmogelijk om nog een politiek gekleurde gouverneur te benoemen.”

Ook is de lopende procedure een probleem om uit de patstelling te geraken. Als iemand buiten die procedure benoemd wordt, kan een van de vijftien geselecteerden naar de Raad van State stappen. Kortom, de Vlaamse regering heeft zich verschikkelijk in de nesten gewerkt.

Politiek journalist Johny Vansevenant schreef deze analyse voor vrtnws.be

Beluister ook het interview met Vansevenant in 'De Wereld Vandaag':