"De waterbus vaart met onwaarschijnlijk precieze regelmaat, maar is verboden als het geen essentiële verplaatsing is"

31 mei 2020
Frank Raes mist reizen. Hij had gehoopt dat gemis enigszins te compenseren door af en toe gebruik te maken van de Antwerpse waterbus, maar dat kan niet. Want anders dan de rest van het openbaar vervoer, is de waterbus enkel toegankelijk voor mensen die een essentiële verplaatsing moeten doen. Hij schrijft de absurditeit van die regels. En over hoe hij droomt van de Lofoten.

Wat mist een mens zoal tijdens een lockdown? En met die mens bedoel ik dan -zo eerlijk moet ik zijn- toch vooral mezelf.

Reizen mis ik dus. Dat klinkt meteen al bourgeois en arrogant, elitair zelfs, want velen hebben niet eens de luxe om wat dan ook te missen omdat andere behoeften prioritair zijn. Zoals een pak werknemers van Samsonite die voor hun job moeten vrezen. Reizen komt voor hen even op de tweede plaats. De koffers die ze zelf geproduceerd hebben, moeten voorlopig in de kast blijven.

Tot zover de twee zinnen om mijn geweten te sussen. Om dan te vertellen dat niet vrijuit kunnen reizen, het gevoel dat je niet meteen in de auto of op een vliegtuig kan springen om andere horizonten te verkennen, een zeer specifieke vorm van vrijheidsberoving is. Een gemis. Een bijzondere variant van claustrofobie. Het gaat niet zozeer om het reizen zelf maar gewoon om het ‘uitkijken naar’ dat flink bezoedeld is. Het fantaseren over andere, uiteraard prachtige oorden, is door Covid-19 aan banden gelegd.

De vrijheid om uren achter je computer bestemmingen tegen elkaar af te wegen en te weten dat er uiteindelijk dan toch ééntje wordt uitverkoren. Of niet. Er hoeft niet eens daadwerkelijk een reis uit voort te spruiten. Wegdromen heet dat. Gletsjers en geisers in Ijsland? Naar het Atlasgebergte, een simpele fietstocht door Zeeland, toch een stad met strand in de buurt, Barcelona, Sevilla of waarom niet Sardinië, fijne kusten naar verluidt. Toscane, kan nooit verkeerd gaan, de fjorden, de Lofoten, moeilijk te bereiken maar redelijk fantastisch mooi, zo vertelt de zoon van een vriend van een collega, Schotland per huifkar, kan dat? Vorige zomer wist je dat het kon, het hoefde niet, maar het kon. Kan het nu? Daar staat nog altijd een vraagteken achter.

Frankrijk zou zijn grenzen openen, Griekenland, Spanje, Nederland, Duitsland al evenzeer, maar meteen worden er allerhande beperkingen aan vastgekleefd. Uiteraard: afstand houden, hoeveel volk mag er op een volwassen vliegtuig? Worden er linten gespannen op het strand, rond het zwembad, is het wel mogelijk om de Lofoten te bereiken? Prachtige plek, zoek het maar eens op, hoog in Noorwegen, een soort schiereiland dat je best kan bereiken via een klein vliegtuigje.

Elke keer wordt ons op het hart gedrukt dat er wel eens een tweede golf kan komen aanrollen. Dat werkt beklemmend en zet een rem op onze ongebreidelde fantasie.
Gelukkig hebben we in Antwerpen de waterbus, dacht ik. 

Die waterbus vaart, Corona of niet, elk half uur, met een onwaarschijnlijk precieze regelmaat, de Schelde op en af. Je raakt ermee in Hemiksem, van waaruit je schitterende fietstochten kan maken, je kan naar Lillo, waar geen winkels zijn, enkel gesloten cafés en waar het commissariaat van Mega Mindy zich bevindt of bevond. Toerisme in eigen stad.

Maar, en dat is vreemd en een koude dweil in je gezicht, het is verboden de waterbus op te stappen als het geen essentiële verplaatsing betreft. Trams, bussen en treinen zijn niet meer aan die maatregel onderworpen. Je kan ongeremd op trip naar een park of de andere kant van de stad. Een mondmasker en social distancing volstaan. De waterbus wordt gediscrimineerd en vaart dag in dag uit met hier en daar een schoolkind of een werkende mens op de achterplecht. Maar doorgaans scheurt de waterbus volkomen passagierloos en dus volkomen nutteloos, nu al weken aan een stuk, van ’s morgens tot ’s avonds over de glanzende Schelde. Toeristische trips zijn uitdrukkelijk verboden.

Ik weet dat wij, in tegenstelling tot vele buitenlanden, nog veel vrijheid genieten en genoten. Het hele land rondfietsen, het kan al een tijdje. In Frankrijk mocht je niet meer dan een kilometer in het rond je huis verlaten. In Colombia mocht je maximaal twee keer per week je woonstuit om te winkelen en dan nog met een schriftelijke toestemming van de politie. Over de draconische maatregelen in China en Korea wil ik het niet eens hebben. Maar gewoon de waterbus opstappen en dan een tocht maken vanuit Bazel (niet in Zwitserland, wel in Oost-Vlaanderen), dat zou de Antwerpse stadsmens toch gegund mogen zijn. Die tienduizend stappen die we ons dagelijks tot in den treure opleggen, hoeven niet persé van de kaaien naar het station en terug volbracht te worden.

Sommige landgenoten vinden makkelijker een oplossing. Hebben een ruime tuin met zwembad. Zoals Marc Coucke die kan picknicken en een muziekje draaien binnen de eigen tuingrenzen. Hij beschikt zelfs over een eigen zoo. Onze vorst kan ongetwijfeld ook picknicken op het eigen grondgebied en prinses Elisabeth kan kilometers joggen met een legging van Belgische makelij binnen de muren van het koninklijk domein. Het is Filip en Mathilde annex gezin uit volle borst gegund maar laat ons dan tenminste dan toch op de waterbus, voor reizen in eigen regio.
Zoniet moet ik weer achter mijn computer kruipen. Nog eens checken waar de Lofoten liggen. Ik besef meteen dat sommige mensen geen computer hebben.

Beluister zijn column:

Lees en beluister meer:

Radio 1 Select