Dochters van mijnwerkers Meryame Kitir en Zuhal Demir: “Solidariteit toen was enorm”

30 september 2017
Politici Zuhal Demir (N-VA) en Meryame Kitir (sp.a) waren nog kinderen toen de laatste steenkoolmijn van de Benelux de deuren sloot. Tijdens een live-uitzending van De Ochtend in Heusden-Zolder, dag op dag 25 jaar na de sluiting van de mijn in Zolder, getuigen zij over de impact daarvan. “De vriendschap, de samenhorigheid, de solidariteit: die herinneringen blijven.”

De vader van Meryame Kitir, oppositieleider in de Kamer voor sp.a, heeft lange tijd in de steenkoolmijn van Eisden gewerkt, een mijn die in 1987 gesloten werd.

“Eigenlijk heb ik daar niet zoveel van meegekregen”, zegt Kitir. “Ik was op dat moment zeven jaar. Voor mij was dat niet zo’n zwarte periode, omdat ik van mijn vader begrepen heb dat er altijd een goede opvang is geweest.”

Solidair

“Als kind had ik daar dus niet veel last van. Ik ben naar school kunnen gaan, de rekeningen werden betaald, we hadden veel vrienden. Er was veel vriendschap en een heel grote samenhorigheid.”

Zuhal Demir, staatssecretaris voor Gelijke Kansen, herkent dat.

Het maakte niet uit of je Turks, Marokkaans, Italiaans of Vlaming was

“Ik was zo oud als Meryame", aldus Demir. "Ik weet nog dat mijn vader heel slechtgezind was. Maar ik herinner mij ook dat er heel veel solidariteit was. Of je nu Turks, Marokkaans, Italiaans of Vlaming was, dat maakte niet uit. Iederéén kwam op voor die mijnen.”

Paniek

“Wat ik mij ook herinner, is de paniek. Wat nu? Mijn vader was nog niet zo oud. Mijn ouders kwamen uit Turkije, dus de vraag werd gesteld: gaan we nu terug of blijven we hier? Die discussies die hij daarover had met mijn mama, herinner ik mij wel. Mijn mama wou niet weggaan, mijn vader wel. Dat heeft hen erg beziggehouden.”

“Uiteindelijk zijn we gebleven, voor de kinderen. Wij waren intussen met vijf, we gingen hier allemaal naar school en waren goed geïntegreerd.”

Niet vanuit de overheid, maar van onderuit werden wij gesteund

“Vanuit de overheid was er niet veel aandacht voor gastarbeiders. Maar er werd wel veel georganiseerd vanuit de wijken."

"Ik weet nog dat de zusters van bij ons in de cité van Waterschei kooklessen en lessen Nederlands organiseerden. Wat opnieuw voor samenhorigheid zorgde in die wijken en buurten. Er werd heel veel van onderuit georganiseerd. Daar heb ik geleerd: diversiteit kan absoluut en veel van die zaken komen van onderuit.”

Richting Ford

“Mijn broer heeft ook in de mijn gewerkt”, zegt Kitir. “Na de sluiting van de mijn hebben wij allemaal kunnen studeren en is iedereen zijn eigen weg gegaan. Ik heb dan de overstap gemaakt naar Ford Genk.”

“Na de mijnsluiting is Ford gekomen. Heel veel mijnwerkers zijn daar kunnen gaan werken. Velen waren laaggeschoold, sommigen spraken de taal niet.”

“In de mijn hielp iedereen iedereen. Taal is heel belangrijk, maar op dat moment was dat niet aanwezig. Niet iedereen verstond elkaar. Toch hebben ze elkaar geholpen, en dat in een situatie waarin de arbeidsveiligheid heel laag was. Werken in de mijn is een gevaarlijke job. Daarin hebben ze elkaar ondersteund.”

Taal is belangrijk, maar niet in de mijn. Ook bij Ford was er zo'n samenhorigheid

“Toen bij Ford een wagen voorbij kwam, werd een teken gegeven om uit te leggen wat ermee moest gebeuren. Als een arbeider de taal niet verstond, dan werd daar bijvoorbeeld een bloempje of een ander teken bijgezet. Zo wist die persoon wat voor materiaal hij of zij moest inbouwen.”

“De samenhorigheid van in de mijnen hebben de arbeiders dus voor een stuk overgenomen naar Ford Genk.”

Tweede sluiting

“De sluiting van Ford Genk was een tweede grote klap. De mijn heeft heel veel betekend in Limburg. Bijna iedereen in Limburg was toen mijnwerker. Na Ford was bijna iedereen Fordarbeider of werkten ze bij de toeleveranciers. We spreken over om en bij de 10.000 mensen.”

Ten tijde van de mijnen was bijna elke Limburger mijnwerker. Na Ford was bijna iedereen Fordarbeider

“Dat was toen dus een heel grote schok. Iedereen dacht: wat nu? Welke toekomst ligt er nu voor ons weggelegd? Die zekerheid valt weg.”

“In 2012, toen de sluiting aangekondigd werd, was de arbeidsmarkt heel technologisch geworden. Er werden veel meer competenties, veel meer talenten gevraagd. Als je van de mijn bij Ford terechtgekomen bent, een nieuwe sluiting meemaakt en in zo’n nieuwe arbeidsmarkt belandt, is dat heel onzeker. Een klap die niemand had verwacht."

Herbeluister het dubbelinterview met Zuhal Demir en Meryame Kitir vanaf 1:08 hier via Radioplus.

Radio 1 Select