Doedel

14 november 2020
"Hoezo? Heb jij geen schotse rok aan?" Nee dus. Het Schotse uniform is voor de doedelzakspeler geen verplichting. Want de doedelzak is niet typisch Schots. Of jawel, hij is dat wel, maar hij is niet exclusief Schots.

Er bestaan Indische, Iraanse, Egyptische, Turkse, Romeinse, Duitse, Schotse, Ierse, Spaanse, Servische, Albanese, Scandinavische en Vlaamse doedelzakken, en dan vergeten we er een paar. We hebben hier te maken met een van de oudste en meest wijdverbreide instrumenten van algemeenmenselijke cultuur.

Maar dat geluid, euh tja, je moet er wel voor zijn.

De doedelzak is niet het meest subtiele instrument. Veel lawaai, altijd overluid. Neuzelige, doordringende klank. Rare kleine nootjes die in de melodiën kruipen, met die eeuwige bromtoon eronder. En altijd een klein beetje tegen de toon aan, is het niet? Net niet vals. Of net wel vals, hoor ik dat goed?

Je moet er dus voor zijn. De doedelzak is wat de Engelstalige zo mooi noemen acquired taste. Je moet er aan wennen, maar eens je zover bent, ga je er van houden.

Op de redactie van Interne Keuken arriveerde een tijdje geleden een mailtje van Marieke Van Ransbeeck, professioneel doedelzakspeler. De liefde voor haar instrument spatte uit onze mailbox. We hebben al onze vooroordelen over de doedelzak opzij gezet, en Marieke zit zaterdag dus aan de Interne Keukentafel.

Beluister het volledige gesprek :