Doet diplomatieke dooi Cubaans staatsijs smelten?

15 april 2015

Als Fidel Castro en koning Boudewijn een liefhebberij gemeen hadden, dan waren het ijsjes. Voor onze voormalige vorst vormde dat geen logistiek probleem, voor de revolutionaire Líder Máximo lag dat enigszins anders.

Ergens in de vroege jaren '60 bestelde Castro bij de Cubaanse ambassadeur in Canada 28 containers roomijs van Howard Johnson's. Van elke smaak één.

Nadat hij ze allemaal had geproefd, bepaalde hij dat Cuba zelf revolutionair kwaliteitsijs zou gaan produceren. In 1966 ging in Havana het eerste staatsijspaleis open.

Op het menu van Coppelia stonden maar liefst 26 smaken. Later kwamen er Coppelia-filialen in heel Cuba, en zelfs in Venezuela.

Sinds de val van de muur kampt Coppelia met acute bevoorradingsproblemen. Tegenwoordig staan de Cubanen braafjes in de rij om hun keuze uit twee à drie smaken te maken.

Maar hoe lang nog, vraagt The Guardian zich af. Zal het authentieke Cubaanse staatsijs op kunnen tegen de te verwachten invasie van Amerikaanse merken als Ben & Jerry's, Dreyers en Haagen-Dazs?

 

Plaatje: flikr

Radio 1 Select