Door Google overschatten we onze eigen kennis

16 december 2021
Mensen overschatten hun eigen kennis en zoekmachine Google speelt daar een grote rol in. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Texas. Hoewel het internet informatie steeds toegankelijker maakt, wordt de mens er niet per se slimmer van. De onmiddellijke toegang tot informatie leidt er namelijk toe dat mensen overmoedig worden: personen die gebruikmaken van zoekmachines en onlinebronnen weten minder dan ze denken.

Onderzoekers aan de universiteit van Texas, in de VS, hebben onderzocht in welke mate mensen geloven dat ze zelf over kennis beschikken die op het internet beschikbaar is. Uit de studie blijkt dat mensen hun eigen kennis overschatten. De grote schuldige in het hele verhaal zijn zoekmachines als Google. Dat vertelt Wouter Duyck, professor psychologie aan de universiteit van Gent, in “Nieuwe feiten”.

Het staat buiten kijf dat het internet kennis en informatie gedemocratiseerd heeft. In welke niches iemands interesses ook liggen, online kan je altijd wel iets bijleren. Dat beseft Duyck ook: “We leven in een enorme kennismaatschappij. De kennis wordt voortdurend verspreid en is continu beschikbaar op het internet, wat ervoor zorgt dat niemand nog alles weet.”

Mensen overschatten eigen kennis

Toch gaan heel wat mensen ervan uit dat het internet de mens slimmer heeft gemaakt. Maar dat valt nog te bezien, zo blijkt uit de onderzoeksresultaten. De onmiddellijke toegang tot informatie die zoekmachines als Google bieden, leidt er namelijk toe dat mensen vertrouwen krijgen in het eigen vermogen om informatie te onthouden en te verwerken. Mensen zien Google als het ware als hun derde hersenhelft, waardoor ze hun eigen algemene kennis overschatten.

“Onderzoekers organiseerden een serie experimenten met bijna 2.000 proefpersonen waarbij ze quizvragen stelden aan mensen. Zij kregen vragen voorgeschoteld in de stijl van “hoe noem je een babyhaai”. De ene helft kreeg toestemming om het antwoord op te zoeken op Google, de andere quizzers mochten zich enkel beroepen op hun eigen geheugen”, legt Duyck uit.

“Weinig verrassend bleek dat mensen die Google gebruiken beter scoren. De Google-quizzers kregen de vraag hoe slim ze zichzelf vinden en of ze een beter geheugen hebben dan anderen. Het antwoord was twee keer positief. Maar dat strookt niet helemaal met de realiteit: hoewel mensen die Google gebruiken beter scoren, overschatten ze hun eigen kennis.”

Boost van zelfvertrouwen

Tijdens een ander experiment haalden de onderzoekers een nieuwe groep proefpersonen naar het labo en stelde ze hen opnieuw moeilijke vragen zoals de geboorteplaats van zangeres Madonna. Het resultaat bleek ongewijzigd: mensen die Google gebruiken om dit soort trivia op te zoeken, overschatten zichzelf nadien. “Ze geloven echt dat ze meer weten, maar ook dat ze op toekomstige quizzen beter zullen scoren dan andere mensen”, zegt de professor.

“De onderzoekers zijn dan nagegaan of dat effectief zo is. Mensen putten immers misschien een boost van zelfvertrouwen uit het feit dat ze al die trivia netjes vinden op het internet. Ze kregen opnieuw lastige vragen voorgeschoteld en wat blijkt: ze scoren helemaal niet beter. Het is dus wel degelijk zelfoverschatting.”

Opvallend resultaat

De onderzoekers vroegen zich af hoe dat komt en waar die verwarring ontstaat dat mensen echt geloven dat dingen die ze opzoeken, zich wel degelijk in hun eigen brein bevinden. Om dat te achterhalen, voegden ze een nieuwe groep proefpersonen toe aan het experiment.

Die respondenten kregen vragen en vooraleer ze het antwoord mochten opzoeken op Google, moesten ze opschrijven wat ze dachten dat het antwoord was. Op die manier beseften de respondenten als snel of ze het antwoord wel of niet wisten.

En dat zorgt voor een opvallend resultaat. “Als je mensen op voorhand verplicht om na te denken of ze het weten of niet, gaan ze zichzelf niet overschatten. De overschatting treedt enkel op als mensen op voorhand niet even in hun eigen geheugen graven", zegt Duyck.

Bij een ander experiment mochten proefpersonen Google gebruiken, maar lieten de onderzoekers de zoekmachine met 25 seconden vertraging werken. Mensen konden het antwoord dus opzoeken, maar moesten er ondertussen wel 25 seconden op wachten. Ondertussen probeerden ze zelf na te denken over het antwoord en stelden ze vast dat ze bijvoorbeeld niet weten hoe een babyhaai genoemd wordt. Maar als Google na 25 seconden het antwoord geeft, blijkt dat de proefpersonen zichzelf niet slimmer vinden dan anderen.

Hoe komt het dan dat we door Google onszelf overschatten? Duyck: “Het antwoord verschijnt nog voor we een beroep hebben gedaan op ons eigen brein. En dan denken mensen al snel dat ze het wel hadden geweten als ze zelf even hadden nagedacht.”

Zelfoverschatting is dubbel verhaal

Volgens de professor is het dan ook een dubbel verhaal. De zelfoverschatting is in zijn ogen niet per se erg, maar kan toch ook negatieve gevolgen hebben: “Stel je voor dat artsen en virologen denken te beschikken over alle kennis die op het internet beschikbaar is, terwijl dat niet het geval is."

"Dat kan leiden tot zelfoverschatting en verkeerde medische inschattingen. Het internet is er en we kunnen het gebruiken, maar als er op de duur onvoldoende interne kennis aanwezig is, zou het wel eens kunnen dat mensen er niet meer in slagen om al die informatie op het internet efficiënt op te zoeken.”

Luister naar het gesprek met Wouter Duyck in Nieuwe feiten

Bron: vrtnws.be en Nieuwe feiten