Een kleine geschiedenis van de dronkenschap

3 maart 2018
Mark Forsyth, a short history of drunkenness
Tijdens de maand februari heeft Interne Keuken zijn format niet gewijzigd, ofschoon Tournee Minerale ons aanporde een maand lang de alcohol te laten. Wij beginnen het programma met een iconische "plop" van een fles schuimwijn. Dat doen we voor de gezelligheid, ter smering van de stembanden, tegen de nervositeit, om de Nederlandse gasten te imponeren, omdat het lekker is en ook omdat we het al acht jaar zo doen. Het is een traditie, ja, noem ons conservatief.

Maar toch hebben we enigzins met Tournee Minerale rekening gehouden. We hebben het gesprek met Patrick De Rynck over de geschiedenis van de dronkenschap uitgesteld. Het leek ons ongepast over zatlapperij, roes en gezwijmel te praten terwijl de anti-alcoholactie van de Stichting tegen Kanker en de Druglijn nog liep. Laat ons wachten tot dat achter de rug is, sprak het meest wijze redactielid. Dat moment is nu gekomen.

In het antieke Perzië werden belangrijke beslissingen twee keer besproken, één keer nuchter en één keer dronken. Enkel als het besluit twee keer hetzelfde was, werd het een uitgemaakte zaak. Dat weet ik omdat ik A short history of drunkenness heb uitgelezen, een boek waarin Mark Forsyth onderzoekt sinds wanneer mensen dronken worden, en hoe dat ging in de loop van de geschiedenis en in diverse culturen.

Sinds wanneer worden we dronken? Dat weten we niet, maar de oudste restanten van bier zijn gevonden in Göbekli Tepe*, een heiligdom dat 11.000 jaar voor onze tijdrekening werd gebouwd. En het is niet geheel onmogelijk dat de voorouder die we gemeenschappelijk hebben met de aap, 200.000 jaar geleden, ook al wist wat dronkenschap is. Want je hebt geen bier of wijn nodig om beneveld te geraken. In Midden-Amerika zijn er apen die zich tegoed doen aan de rottende abrikoosachtige vruchten van de Awarra-palm. Ze worden er uitgelaten en luidruchtig van, als ze verder eten struikelen ze over hun poten en vallen ze in slaap, en af en toe valt er wel eens een dronken aap uit een boom.

Zo begint het boek, en Forsyth gaat via Egyptenaren, Grieken en Romeinen, via het christelijke Europa en de Vikings naar het Rusland, het Wilde Westen en de drooglegging. Een vrolijk boek, misschien een klein beetje te vrolijk, Mark Forsyth lijdt aan grapdwang. Je zou hem een plezante zatte nonkel kunnen noemen. En ach, laat ons mild zijn, dat past bij het onderwerp.

*Göbekli Tepe is ouder dan Stonehenge, en staat op de longlist van mogelijke onderwerpen voor Interne Keuken. Als u een vlot pratende Nederlandstalige Göbekli Tepekenner bent, zouden we graag hebben dat u ons mailt: internekeuken@radio1.be

Lees ook