Een miljoen mensen ontvluchten Oekraïne in een week tijd: "Angst, stress en vooral de vraag: wat nu?"

3 maart 2022
© Nikolay Doychinov (AFP)
Een miljoen Oekraïense vluchtelingen in een week tijd. Het zijn cijfers die de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, vannacht bekendgemaakt heeft, cijfers die naar alle verwachting de komende weken en maanden nog zullen stijgen. "Als mensen de grens oversteken, zie je heel even de opluchting, maar daarna slaat de onrust weer toe: wat nu? Veel mensen hebben geen plan", zegt VRT NWS-journalist Inge Vrancken in Polen, dat momenteel de meeste Oekraïners opvangt.

Beluister het gesprek met Inge Vrancken in 'De Ochtend' via Radio 1 Select

Als gevolg van de oorlog in Oekraïne zijn al meer dan 1 miljoen Oekraïners op de vlucht geslagen. Filippo Grandi, de secretaris-generaal van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, maakt dat vannacht bekend. "In slechts zeven dagen tijd zijn we getuige geweest van de exodus van 1 miljoen Oekraïners naar buurlanden," schreef hij op Twitter. "Voor miljoenen mensen die nog in Oekraïne zijn, is het tijd dat de wapens stilvallen, zodat levensnoodzakelijke humanitaire hulp verleend kan worden."

Een miljoen mensen op de vlucht, het is een situatie die we binnen Europa zelf niet meer gezien hebben sinds de Tweede Wereldoorlog. De meeste Oekraïners trekken naar de buurlanden ten westen van het land: Polen, Roemenië, Slovakije, Hongarije en Moldavië. Polen vangt de meeste vluchtelingen op, volgens cijfers van de UNHCR zijn het er meer dan 500.000. Daarnaast mogen we niet vergeten dat in Oekraïne veel ontheemden zijn, dat wil zeggen, mensen die binnen Oekraïne zelf op de vlucht zijn.

"Zolang het conflict niet ophoudt, zullen ook de cijfers niet ophouden met stijgen", zegt Frederik Bordon, woordvoerder van UNHCR, in "De ochtend" op Radio 1. "De komende weken tot maanden verwacht de UNHCR dat tot 4 miljoen Oekraïners het land zouden kunnen verlaten." Om die mensen goed te kunnen opvangen, zijn extra middelen "De UNHCR heeft deze week een responsplan voorgesteld, daarin vragen we om bijkomende financiële steun om 550 miljoen dollar. Daarmee willen we vooral de buurlanden van Oekraïne ondersteunen om de opvang daar te kunnen opschalen."

Wat als dit nog heel lang duurt? Dat is heel moeilijk in te schatten, zegt Frederik Bordon

De UNHCR heeft in de aanloop naar dit conflict al extra personeel naar de grensgebieden met Oekraïne gestuurd. De organisatie is al sinds 2014 aanwezig in Oekraïne zelf en blijft ook daar, zegt Bordon. "Ons motto is stand and deliver, ter plekke blijven en mensen helpen. Onze collega's willen ook de bevolking in het conflict ter plaats bijstaan. Al is het momenteel moeilijk. De bewegingsvrijheid, zeker in de steden, is ook voor hulpverleners beperkt. Zij moeten zelf ook schuilen voor aanvallen bijvoorbeeld."

Bordon wijst op het lot van de mensen die nog in Oekraïne zijn. "Op de momenten dat het veilig kan, trachten wij noodhulp te leveren aan de mensen die ontheemd zijn. We proberen de mensen daar te voorzien van essentiële hulpgoederen, dekens, matrassen, slaapzakken... alles waar mensen naar zoeken als ze halsoverkop op de vlucht staan."

Inge Vrancken in Polen: "Veel stress, angst en vragen: wat nu?"

De meeste Oekraïners die de grens oversteken, gaan naar Polen. Dat land vangt al honderdduizenden mensen op. "Als ik de berichten hoor over hoe het eraan toegaat in steden als Kiev en Charkov, vrees ik dat het aantal vluchtelingen alleen nog maar zal toenemen", zegt VRT NWS-journalist Inge Vrancken vanuit Krakau. Zij was de voorbije dagen in het gebied aan de grens met Oekraïne, waar de vluchtelingen Polen binnenkwamen.

In de eerste dagen van de oorlog waren al veel mensen op de vlucht geslagen, wie nu aankomt heeft meer van het geweld gezien en meegemaakt. "Mensen die Polen binnenkomen, zijn vooral uitgeput. Ze vertellen heel erg weinig. En als ze iets beginnen te vertellen, gaat het over de vluchtreis die ze gemaakt hebben", zegt Vrancken.

En er is stress en angst. Angst dat de grens met Polen zou dichtgaan, dat de vluchtroute bijvoorbeeld. "Als ze de grens dan overgestoken zijn, zie je heel even een ongelofelijke opluchting. Maar vlak daarna komen de nieuwe vragen: wat nu?", zegt Vrancken. "Er woonden al veel Oekraïners in Polen, veel mensen kunnen terecht bij familie of kennissen. Maar heel veel mensen hebben ook geen plan."

Polen kan de opvang voorlopig nog aan. "Ze zijn goed georganiseerd, mensen zijn hier ook erg solidair, rijden soms 100 kilometer tot aan de grens om opvangplaatsen aan te bieden. Momenteel zijn er een half miljoen gevluchte Oekraïners in Polen, en dat lukt. Polen zelf dat het tot 1 miljoen kan gaan. Er zal een moment komen dat dit zal stoppen. Als dit weken, maanden, of langer duurt, is Polen dan voorbereid? Dat is niet zeker."

Duitsland: "Solidariteit is enorm"

In Duitsland komen intussen ook Oekraïense vluchtelingen aan, de meeste van hen met de trein vanuit Polen. Volgens officiële cijfers zijn dat er een 5.000-tal, maar dat is volgens correspondente Charlotte Waaijers in Berlijn hoogstwaarschijnlijk een onderschatting. "Oekraïeners kunnen vanuit Polen vrij reizen, niet iedereen wordt geregistreerd aan de grenzen."

Net als in Polen is bij veel mensen hier ook de vraag als ze aankomen: waar kunnen ze terecht? "In Duitsland wonen een 135.000-tal Oekraïners, dat is niet zo'n grote gemeenschap. Sommige mensen die hier aankomen zullen hun kennissen gaan opzoeken. Veel mensen willen in Duitsland blijven, al geven anderen ook aan dat ze verder willen reizen. De Duitse spoorwegen maken dat ook mogelijk voor hen," zegt Waaijers.

Ook in Duitsland is de solidariteit groot. "Mensen komen zelf naar de stations om opvangplekken aan te bieden, via het platform AirBnb worden ook vrije plaatsen aangeboden. De eerste dag van de oorlog werd in Duitsland ook een platform opgericht dat mensen die een slaapplek hebben koppelt aan mensen die een plek zoeken. Daar zijn nu al 78.000 mensen die 173.000 plekken aanbieden."

Beluister het gesprek met Inge Vrancken in 'De Ochtend' via Radio 1 Select

Bron: vrtnws.be en 'De ochtend'