Eén op de zeven studenten begint met zelfverwonding tijdens studententijd

8 oktober 2021
Eén op de zeven studenten begint met zelfverwonding tijdens zijn studententijd. Dat blijkt uit een studie aan de KU Leuven. In Vlaanderen gaat het over meer dan 15.000 studenten. Een studie onderzocht wie risico loopt en wanneer. De onderzoekers ontwikkelden een mentale fitheidstest voor eerstejaars en een app om het risico op zelfverwonding sneller te kunnen opsporen.

De getuigenissen in dit stuk zijn om privacyredenen anoniem gemaakt. De namen en voornamen zijn bij de redactie van vrtnws bekend.

Uit het onderzoek blijkt dat 1 op de 7 studenten met zelfverwonding start tijdens zijn studententijd. Ongeveer de helft hiervan doet dat frequent. Voor Vlaanderen gaat het over meer dan 15.000 studenten. Het gedrag komt evenveel voor bij jongens als bij meisjes. Het eerste jaar aan de unief blijkt daarenboven een hoogrisicoperiode te zijn om te starten met zelfverwonding.

Taboe op zelfverwonding

"Het is een groot misverstand dat zelfverwonding dient om aandacht te vragen. Studenten die zichzelf verwonden, willen hier juist niet mee te koop lopen. Op zelfverwonding rust nog steeds een groot taboe. Het is een signaal dat het moeilijk gaat en dat het tijd is om een gesprek aan te gaan. Studenten moeten beseffen dat ze niet alleen zijn en dat hulp zeker mogelijk is", zegt Glenn Kiekens, onderzoeker aan de KU Leuven.

Sarah zit in haar derde jaar aan de unief en verwondt zichzelf geregeld wanneer ze het moeilijk heeft. Ze begon ermee toen ze haar vader verloor en de woorden niet vond om erover te spreken: "Zelfverwonding was voor mij een manier om met de situatie om te gaan. Wanneer ik veel stress en moeilijkheden heb, dan triggert mij dat om mezelf te verwonden. De pijn verzacht mijn harde gedachten." Voor Sarah was het niet evident om daarover te praten, er gaat veel schaamte mee gemoeid, maar ze wil mensen wel aanmoedigen om goede hulpverleners te zoeken.

Waarom start iemand met zelfverwonding?

Het antwoord op de vraag waarom een student start met zelfverwonding is complex en kan verschillende redenen hebben, zegt Glenn Kiekens:

Er is niet vaak één reden te geven maar het is een samenloop van factoren. Het zijn studenten met een emotionele rugzak die het moeilijker maakt om met de uitdagingen van de uniefperiode om te gaan. Studenten die bepaalde trauma’s uit het verleden hebben, stress of mentale problemen, … Het kan allemaal bijdragen om te starten met zelfverwonding.

Voor Lieselot, een laatstejaarsstudente, is dit zeer herkenbaar. Ze startte met zelfverwonding in haar eerste jaar aan de unief: "Ik voelde me al vanaf de eerste weken slecht, thuis ging het ook niet goed en ik vond de overgang naar het hoger onderwijs moeilijk. Toen ik ging studeren, werd ik nog meer in de boze wereld gesmeten. Dat was echt een shock. Ik voelde me al niet goed, moest nieuwe vrienden maken en een nieuw leven opbouwen. Mijn hoofd liep helemaal over. Toen ben ik mezelf beginnen snijden. Eerst onschuldig en toen werd het steeds meer en meer."

Mentale fitheidstest en smartphone-app

Om te weten te komen wie er nu precies risico loopt, volgde Kiekens tijdens zijn onderzoek 4.565 Vlaamse studenten over een langere periode. De onderzoekers ontwikkelden een model om te kunnen voorspellen wie er risico loopt om zichzelf te verwonden, om zo sneller te kunnen ingrijpen.

Aan de KU Leuven krijgen alle eerstejaarsstudenten aan de start van het academiejaar een online-vragenlijst die peilt naar hun mentale gezondheidstoestand. Daarmee kan ook het risico worden ingeschat dat een student begint met zelfverwonding. De test probeert via een mathematisch model in te schatten wat de mentale toestand van de student is. Hierdoor kan men hopelijk in de toekomst sneller ingrijpen en eventuele hulpverlening opstarten.

Daarnaast probeert een onderzoek via een smartphone-app in te schatten wanneer jongvolwassene overgaan tot zelfverwonding. De app vraagt op geregelde tijdstippen gedurende de dag hoe studenten zich op dat moment voelen om zo sneller te kunnen ingrijpen in de toekomst.

“Tussen de gedachte om zichzelf te verwonden en effectief overgaan tot verwonding zit vaak minder dan 30 minuten. Dat is heel snel. Het is dus belangrijk om snel te kunnen ingrijpen wanneer het knipperlicht van groen naar oranje springt in het dagelijkse leven. Want zodra het naar rood gaat, is het te laat. Een smartphone kan de psycholoog nooit vervangen, maar kan wel ingrijpen wanneer het nodig is. Dit zou praktisch kunnen door via diezelfde smartphone alternatieven voor te stellen om emoties te reguleren, zoals hardlopen of ademhalingsoefeningen. Of door te motiveren om hulp te zoeken”, zegt Glenn Kiekens.

Professionele hulp zoeken

Het is weliswaar belangrijk om professionele hulpverlening zo snel als mogelijk op te starten, zeker als het gedrag frequent voorkomt. Want zelfverwonding is een risicofactor voor een latere suïcidepoging. Zelfverwonding kan een negatieve vicieuze cirkel zijn waarin jonge mensen komen vast te zitten.

Uiteindelijk zocht en vond Lieselot hulp en vandaag gaat het veel beter met haar: "Ik heb heel veel therapie gehad. Met therapie kon ik beginnen inzien waarom ik dat deed. Met vrienden daarover kunnen praten, hielp mij ook. Kunnen aangeven dat het niet gaat, is cruciaal, want het escaleert snel als je alleen op je kamer zit. Hulp zoeken is daarom heel belangrijk."

Wat kan je doen om te helpen?

Wanneer je in aanraking komt met zelfverwonding is het belangrijk om niet te veroordelen, maar te luisteren en bezorgdheid te uiten. Vraag niet meteen om te stoppen met zelfverwonding. Het is vaak de enige overgebleven strategie om met psychische pijn om te gaan. Vraag wel of je iets kan doen en moedig de persoon aan om professionele hulp te zoeken.

Luister naar Glenn Kiekens, onderzoeker aan de KU Leuven via Radio 1 Select

Bron: vrtnws.be en De ochtend

Lees ook: