Eerste schooldag voor beperkt aantal leerlingen

15 mei 2020
Vlaamse scholen mogen vandaag hun poorten openen voor een dagje proefdraaien. Na 10 weken worden de schoolpoorten voorzichtig op een kier gezet zodat maandag een deel van de leerlingen weer een aantal dagen per week op de schoolbanken kunnen zitten. Een overzicht van wat er dit schooljaar nog zit aan te komen.

Dit is ongezien, dit is nieuw”, dat zei een schooldirecteur op vrijdag 13 maart in “Het Journaal”, toen net aangekondigd was dat de lessen op school opgeschort moesten worden om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

In de weken die volgden moesten leraren zichzelf opnieuw uitvinden: na de paasvakantie moesten ze aan “preteaching” gaan doen: vanop afstand nieuwe leerstof aanbieden aan leerlingen die dan later in de klas herhaald zou moeten worden. Leerlingen begonnen hun klasgenoten te missen.

Maar tijdens de inmiddels beruchte persconferentie van 24 april kwam er licht aan het einde tunnel: de Nationale Veiligheidsraad maakte bekend dat vanaf 18 mei de scholen weer gedeeltelijk open zouden mogen gaan. Op vrijdag 15 mei - vandaag dus - zouden scholen al een dagje kunnen proefdraaien, zodat ze in het weekend kunnen bijsturen.

Welke leerlingen mogen weer naar school?

In de basisscholen mag na 2 maanden weer in de klas les worden gegeven aan leerlingen van het eerste, tweede en zesde leerjaar. In de middelbare scholen mag alleen les worden gegeven aan de laatstejaars. In het buitengewoon lager onderwijs mogen de scholen kiezen welke leerlingen ze naar de scholen laten komen.

Dat het mág, wil nog niet zeggen dat dit ook in alle scholen allemaal zal gebeuren: de scholen zelf bepalen of ze veilig van start kunnen gaan met de lessen op school. Directeurs mogen minder organiseren als ze bijvoorbeeld over te weinig lokaalruimte of leerkrachten beschikken, of het veiligheidsrisico te groot achten. Eén op de vijf lagere scholen heeft bijvoorbeeld beslist om met slechts één of twee leerjaren van start te gaan.

Er mag trouwens maar op een beperkt aantal dagen worden lesgegeven. In het basisonderwijs mogen leerlingen van het 1e en 2e leerjaar maar maximaal 4 volledige dagen naar school komen, voor het 6e leerjaar zijn dat maximaal 2 volledige of 4 halve dagen.

Op de middelbare scholen mogen de laatstejaars maximaal 2 volle dagen naar school komen. Voor de laatstejaars in het ASO en het deeltijds-BSO is dit beperkt tot 1 volle dag. Op de dagen waarop ze niet naar school komen, krijgen leerlingen nog “preteaching” of aanloopleren, net als de leerlingen die nog geen les krijgen op school.

Waarom precies deze leerjaren?

Waarom werden nu net de eerste en de laatste leerjaren uitgekozen? De leerlingen van de laatste jaren van de basisschool en middelbare school staan op het punt om een grote overstap te maken: naar de middelbare school, het hoger onderwijs of de arbeidsmarkt.

Het is belangrijk dat de leerlingen van de laatste studiejaren op het einde van dit schooljaar nog hun getuigschrift of diploma kunnen behalen. Middelbare scholen mogen eind juni nog examens organiseren, maar vele scholen zijn dat niet meer van plan.

Hoe het ook zij: er is tijd tot 7 juli voor deliberaties en proclamaties. Basisscholen wordt aangeraden om maximaal gebruik te maken van de resterende lestijd en tot 30 juni les te geven.

De eerste twee leerjaren van de lagere school kregen voorrang op de andere leerjaren omdat de jonge leerlingen daar heel veel basisvaardigheden leren - zoals lezen, schrijven en rekenen - waarbij ze nog hulp nodig hebben.

Op 22 mei, na de eerste lesweek, zal gekeken worden of ook de 2e en 4e jaren van het basis- en secundair onderwijs deels kunnen starten met de lessen op school. Maar dit zal ten vroegste vanaf 29 mei het geval zijn. Ook de opstart van het kleuteronderwijs zal op dat moment bekeken worden.

Hoe zit het met de opvang?

Hoewel er in de scholen geen les werd gegeven, moesten ze wel opvang voorzien kinderen van ouders die buitenshuis gaan werken. Maar nu de scholen weer deels les mogen geven, zullen nog niet alle kinderen naar school kunnen.

Scholen moeten in principe nog altijd noodopvang organiseren voor kinderen die nog geen les krijgen en van wie beide ouders buitenshuis moeten werken. Omdat dit onhaalbaar leek te worden, is aan de gemeentebesturen gevraagd om bij te springen en buitenschoolse opvang te voorzien, ook tijdens de schooluren.

Wat met de veiligheid?

Voor de veiligheid van de leerlingen en het onderwijspersoneel zijn er vooraf een aantal duidelijke afspraken gemaakt. Zo mogen er maximaal 14 leerlingen in één klas samen zitten. En dat op voorwaarde dat elke leerling 4 vierkante meter ruimte krijgt. Voor de leerkracht is dat 8 vierkante meter.

oor de veiligheid zijn er ook afspraken gemaakt over mondmaskers. Die zullen moeten gedragen worden door leerlingen in het secundair onderwijs en in de regel ook door alle leerkrachten, ook in basisscholen.

Maar als er genoeg ruimte is in de klas en de leraren op voldoende afstand van de leerlingen kunnen lesgeven, kunnen mondmaskers achterwege blijven, op voorwaarde dat er een wand van plexiglas aangebracht wordt tussen leraar en leerlingen, of de leraren een spatmasker dragen. Voor de leerlingen moet op school water en zeep ter beschikking staan. Er moet op worden toegezien dat zij regelmatig hun handen wassen.

Dit betekent concreet dat de meeste klassen in tweeën gesplitst zullen worden. Leraren kunnen bijvoorbeeld in de voormiddag lesgeven aan de eerste helft, en in de namiddag dezelfde les aan de tweede helft van de leerlingen geven.

Bron: vrtnws.be

Meer info?

Zoekt u gedetailleerde informatie over de heropstart van de lessen op school? Dan kun je terecht op de website van de Vlaamse overheid en op de website van onderwijsmagazine Klasse.

Beluister hier het interview met schooldirecteur Maggy Van Keerbergen in De Ochtend:

Radio 1 Select