"En toen ik haar in mijn armen hield, dacht ik: niets, maar dan ook niets kan tippen aan de ademende werkelijkheid"

24 mei 2020
Dichteres Maud Vanhauwaert werd in deze coronatijden meter van het eerste kindje van haar tweelingzus. Pas een maand na de geboorte zag ze de baby voor het eerst in levende lijve. Een bijzondere gebeurtenis, met een bijzonder staartje.

En toch.

Morgen is voor mij een bijzondere dag. Dan verschijnt namelijk ‘Het stad in mij’, het boek waaraan ik zo intens heb gewerkt, en dat een verslag vormt van de voorbije jaren waarin ik de poëzie probeerde los te weken van het blad papier.

In het boek vertel ik onder andere over de Toren van Babel, dat een Monument vormde voor de Meertaligheid in de stad. Ook schrijf ik over mijn nieuwe versie van het Wie-is-Het-spel, een reusachtige installatie onder de titel: ’You’ll Never Guess Who’. Maar in het boek staan ook een aantal projecten beschreven die in de conceptfase bleven. Met gephotoshopte simulaties neem ik de lezer in de maling, want op basis van de beelden in het boek kan je niet achterhalen of iets al niet het levenslicht zag.

Ik stel me daarbij de vraag: wanneer is iets echt? Wat als een idee in een conceptfase blijft, is het dan minder waar, en als iets minder waar is, heeft het dan ook minder waarde? Laat mij een concreet voorbeeld geven.

Spoiler Alert!

Tijdens mijn stadsdichterschap mocht ik resideren in de Belvedère in Hoboken, een prachtig negentiende eeuws tempeltje, met een koepel op zuilen. In dat tempeltje werkte ik samen met verschillende kunstenaars, waaronder theatermaker Kurt Demey. We hadden al snel een zot idee voor onze eerste publieke avond. Wat als we nu eens de twee voorste zuilen van het tempeltje inpakken met kaas, en vervolgens een kaas-en wijnavond organiseren voor de hele buurt. Iedereen zou gezellig een plakje kaas van de zuilen kunnen plukken, en we hoorden de volksmond al roddelen over de Zuivelzuilen. Het leek ons een hilarische verwijzing naar Jan Fabre en zijn hamzuilen van weleer.

We berekenden dat we al snel..
((14, 42 m2 (oppervlakte zuil/ 0,02 m2 (oppervlakte kaasplakje) ) x 0,05 kilogram (gewicht kaasplakje) X 2 (zuilen) = 71,6
…dat we al snel 70 kilogram kaas zouden nodig zouden hebben om de twee zuilen te verpakken.

Ik was al begonnen met een paar kaaswinkels in de buurt aan te schrijven die misschien als sponsor konden optreden, tot ik plots besefte: maar Kurt, we hoeven de Zuivelzuilen helemaal niet echt te maken, we kunnen het beeld ook gewoon in Photoshop creëren. Het zou niet alleen veel goedkoper zijn. We zouden er ook minder moeite voor moeten doen, zeker geen problemen krijgen met de Dienst Erfgoed, nooit van voedselverspilling worden beticht, en de zuilen zouden zeker niet verworden tot Stinkende Zweetzuilen.

Bestaat iets niet gewoon al doordat het wordt gedacht en verbeeld? Bestaat iets niet vooral als het veelvuldig wordt gedeeld? Of laat ik het aan u vragen, beste luisteraar. Voelt u zich bedrogen als u op social media een monumentaal kunstwerk ziet en als achteraf blijkt dat het eigenlijk niet in de werkelijkheid staat, maar alleen in de verbeelding?

Deze vragen drongen zich de voorbije weken weer dwingend aan mij op, nu we elkaar niet écht konden zien, maar het moesten doen met videochats, virtuele kussen, en knuffels via emoticons. Wat een geluk toch dat we digitaal kunnen communiceren en oh, met de verbeelding geraken we best ver. Is een brief op afstand niet zelfs vaak veel intenser dan een écht gesprek?

En toch. En toch. En toch. Een paar dagen geleden zag ik sinds lange tijd, mijn tweelingzus weer. Zij beviel tijdens corona-tijd, van haar eerste kindje, waarvan ik meter mag zijn. Het baby’tje is intussen al meer dan een maand oud, en ik zag haar wel al honderd keer op foto’s op het schermpje van mijn telefoon, maar nu pas in levende lijve. Nu pas zag ik hoe klein en kwetsbaar ze is, hoe, ik kan het niet anders zeggen: echt. En toen ik haar in mijn armen hield, dacht ik: niets, maar dan ook niets kan tippen aan de ademende werkelijkheid.

Toen ik haar uit enthousiasme even de lucht in hees, een kleine Simba die ik aan mezelf presenteerde, gaf ze plots over, op mijn gezicht. Ook dat is de werkelijkheid. Ik voelde mijn gezicht samentrekken tot een grimas. Een combinatie van 10 procent walging en 90 procent vertedering. Geef toe, een bijzondere samenstelling. Vat zo’n blik maar eens samen in een emoticon.

Beluister de column van Maud Vanhauwaert voor 'De toestand is hopeloos maar niet ernstig':

Lees ook:

Radio 1 Select