“Er valt niets te bereiken. Op dit moment is alles klaar. Besta, adem, wees, klaar”

28 februari 2021
© Radio 1
Theatermaker en acteur Peter De Graef bracht het voorbije coronajaar zittend door. Letterlijk. Elke dag gaat hij een paar uur zitten om na te denken over wat het leven precies betekent. Hij praat in Touché over de zin van het leven, de dood, verslavingen en verlies.

Na maanden stilte, kan de theaterwereld hopelijk weer op gang komen met enkele voorzichtige optredens voor een beperkt publiek, iets waar Peter De Graef zich over verheugt. Maar naast theater, speelt ook spiritualiteit en bezinning een belangrijke rol in zijn leven. Hij houdt zich al meer dan twintig jaar elke dag bezig met ‘zitten’, waarbij hij letterlijk gaat zitten en twee uur lang niets anders doet dan werken aan de innerlijke ontwikkeling.

“De innerlijke ontwikkeling is proberen het raadsel over wie of wat ik ben of meen te zijn, hoe langer hoe meer proberen te ontvouwen. Het is het eindeloos stellen van de vraag: ‘wie ben jij?’, zonder er een antwoord op te geven. Als je je die vraag blijft stellen, dan kom je erachter dat alles wat je ontdekt in je binnenste bijna voor iedereen geldt. Zoals iedereen een neus, twee oren en twee ogen heeft, zijn we binnenin ook enorm gelijkaardig. Je ontmoet wat het is om mens te zijn en het helpt jezelf te vinden.”

Verlies

Kort nadat De Graef op de wereld kwam, stierf zijn moeder. Haar afwezigheid was heel aanwezig tijdens zijn volwassen leven. Hij begon aan een zoektocht die hem naar een heel diep dal leidde. “Mijn moeder is gestorven toen ik zeven weken oud was, mijn vader had polio en was borderline en mijn oudste broer was zwaar mentaal gehandicapt. Ikzelf moest op vijfjarige leeftijd naar een kostschool. Al deze gebeurtenissen hebben zich later vertaald in het aangaan van relaties met andere mensen die ook verfrommeld zijn. Je herkent het gekwetst kind in elkaar. Wat eerst voelt als oprechte, diepe, prachtige liefde, kan later plots keren. De spoken uit het verleden komen naar boven en je komt terecht in iets dat niet te beheersen is, waardoor je elkaar weer moet loslaten. Zo heb ik veel relaties gehad”, vertelt De Graef.

Toen mijn moeder stierf, werd haar bestaan doodgezwegen

“Mijn jeugd was verfrommeld genoeg om eindeloos veel aberraties in mijn leven toe te laten. Ik was dertig jaar lang verslaafd aan sigaretten, alcohol en hasj. Eens ik uit die verslaving kon ontsnappen, had ik door dat ik heel veel geleerd had, maar ik heb er lang mee liggen worstelen. Ik had als kind ook niet door dat mijn jeugd niet normaal was. Na de dood van mijn moeder werd haar bestaan doodgezwegen, omdat het te pijnlijk was voor mijn vader. Ik heb dus ook nooit openlijk kunnen rouwen om de dood van mijn moeder. Ik ben 40 jaar geworden toen ik eindelijk ben beginnen rouwen. Ik ben toen beginnen huilen en heb bij mezelf gedacht: huil maar, je hoeft niet te stoppen. Dus dat deed ik.”

Het leven is maakbaar, je kan er zelf een paradijs van maken

“We zitten allemaal met frommels. Ons ego zal dit ontkennen, maar diep vanbinnen zitten we allemaal met plooien, vouwen en pijn. Al die verwijten die op het internet verschijnen, is een teken van pijn die je niet uitgedrukt krijgt. Het hoort bij het leven dat er dingen niet lukken en we ergens tegenaan botsen. Maar het leven is ook maakbaar, je kan er zelf een paradijs van maken. Op grond van die tegenkrachten en tegenslagen kunnen we onszelf leren kennen en groeien naar meer geduld, meer vriendelijkheid en meer liefde. Dat soort eigenschappen zijn de dingen die we leren door de tegenslagen die we tegenkomen.”

Familie

“Ik heb nooit kunnen praten met mijn vader over mijn moeder. Alle gesprekken eindigden in gevloek en tranen langs zijn kant, en dat knaagde natuurlijk aan mij. Een aantal jaar na zijn dood werd ik wakker na een korte glasheldere droom. Ik was op een première toen plots mijn vader voor mij stond. Ik zei tegen hem: ‘Jij bent dood, dus dit is een droom’, waarop hij mijn hoofd vastpakte, mij een zoen gaf en zei: ‘Ik kom alleen even vertellen dat je goed bezig bent over de hele lijn.’ Sindsdien denk ik: Het is oké, ik heb een goede vader gehad. Dit is wat ik nodig had om dingen te leren. Het is oké”, vertelt De Graef.

“Mijn broer en ik zijn totaal anders, maar toch is hij op zijn manier met dezelfde dingen bezig. We zijn dan ook de twee enige mensen die weten hoe het was om in onze situatie op te groeien en dat schept een band. Bij het verhuizen van het appartement van mijn stiefmoeder, vonden we tientallen foto's van onze overleden moeder. Foto’s die we nooit gezien hadden. Dan stonden daar twee zestigers gebogen over foto’s van zestig jaar geleden met tranen in de ogen. Niemand anders kan op die manier naar die foto’s kijken, behalve mijn broer en ik.”

Op de vraag wat De Graef zou zeggen tegen zijn moeder, als hij de kans had, komt zijn spirituele kant weer boven. “Verdriet en woede gaan samen. Overal waar verdriet is, is pijn. Maar er moet ook woede zijn. Ik kon nooit boos zijn op mijn moeder, want ze was ziek en kon er niet aan doen. Maar op een bepaald moment werd ik verschrikkelijk boos en riep ik: ‘Als je je ooit durft te vertonen als ik sterf, dan zit ik je achterna want het was niet leuk zonder jou.”

De grens met de dood is niet absoluut voor mij, er is veel mogelijk

“Maar als ik moet eerlijk zijn, dan heb ik het gevoel dat ze erbij komt zitten als ik het heel moeilijk heb. En dan vertel ik mijn gevoelens tegen haar. Ik heb daar een goed contact mee.
Als ik er diep in zit en de trauma’s gaan weer spoken, dan weet ik dat zij het als geen ander kan aanvoelen en begrijpen. Ik richt me dan naar binnen en vertel het haar. Ze antwoordt dan soms in de vorm van gevoelens en energie die prettig zijn. De grens met de dood is niet absoluut voor mij, er is veel mogelijk. We moeten alleen subtiel kijken, want het zit veel dieper.”

Het vaderschap was het grootste project van De Graef, groter dan theater, al weet hij nog niet of het een geslaagd project was. “Ik wou een zo goed mogelijke vader zijn en veel luisteren, omdat mijn vader dat niet deed. Bij mijn jongste zoon is dat vrij goed gelukt denk ik, bij mijn oudste is dat een ander verhaal. Soms moet je tegen jezelf kunnen zeggen: ‘Het is oké, je hebt je best gedaan. En dat verzacht de pijn. Natuurlijk heb ik steken laten vallen, dat doen we allemaal. Later zullen we wel zien wat de werkelijke balans is”, legt De Graef uit.

24 uur

De Graef heeft diep gezeten en hij windt er geen doekjes om: “Op een bepaald moment zag ik de zin in het leven niet meer. Ik zonk almaar dieper weg in een isolement waar ik geen uitweg in zag. Je kan het niet beschrijven hoe verschrikkelijk dat gevoel is. Je probeert nog bij iedereen langs te gaan omdat je denkt dat dat vlies dat tussen jou en de wereld staat misschien toch doorbroken kan worden, maar dat gebeurt niet.”

“Ik had alles meer dan een maand op voorhand gepland, en bleef uiteindelijk met 24 uur over waar ik aan mezelf overgeleverd was. Tijdens mijn wandeling door de stad, nam ik afscheid van de bomen, de voetgangers en dacht ik bij mezelf: ‘Ik ben klaar hier’. Dat gevoel dat ik zou vertrekken terwijl alles en iedereen hier bleef, gaf enorm veel opluchting en vreugde en die stemming werd almaar sterker. Zo sterk dat ik de dag nadien niet eruit kon stappen. Mijn verlangen om eruit te stappen is jaren gebleven, maar ik heb het niet zo ver laten komen.”

Vorige maand blies De Graef 63 kaarsjes uit, maar hij denkt nog niet aan zijn pensioen. “Ik ga gewoon door. Ik weet niet in welke vorm of wat er gaat gebeuren. Maar het leven is nog niet klaar met mij. Ik laat de dingen op me afkomen. Uiteindelijk valt er niets te bereiken. Op dit moment is alles klaar. Stop met hunkeren. Laat het vallen. Besta, adem, wees, klaar”, besluit De Graef.

Touché gemist? Abonneer je hier op de podcast

Meer Touché: