"Er wordt wel heel erg veel verwacht van scheidende ouders"

19 januari 2017
Uit onderzoek van de KUL blijkt dat co-ouderschap toch niet zo goed zou zijn voor kinderen, wanneer de ouders scheiden. Ruth Joos sprak er over met Claire Wiewauters van het Hoger instituut voor gezinswetenschappen.

Nog steeds de norm?

Vandaag de dag is co-ouderschap de norm wanneer ouders scheiden. Dat betekent dat kinderen de ene week bij hun moeder zijn, de andere bij hun vader. Vroeger was dat anders: moeders kregen veelal het hoederecht, vaders kregen een bezoekrecht. Maar sinds 1995 zijn die termen afgeschaft en sinds 2006 spreekt men over verblijfsco-ouderschap. En daar is nu heel wat rond te doen. Nochtans is dat co-ouderschap wel gebasseerd op wetenschappelijk onderzoek.

Gedateerd onderzoek

"Er is onderzoek geweest waaruit bleek dat verblijfsco-ouderschap beter scoorde voor kinderen. Maar we mogen niet vergeten dat het onderzoek waarop verblijfsco-ouderschap gebasseerd is, ondertussen gedateerd is." aldus Claire Wiewauters. Volgens haar waren de mensen die er toen voor kozen geëngageerd en maakten ze een positieve keuze. Ondertussen is dat niet meer het geval en wordt het verblijfsco-ouderschap soms zelfs opgedrongen aan de ex-partner:

Een impliciet neveneffect is dat mensen zich enigszins verplicht voelen om co-ouderschap te kunnen dragen: "Ik denk dat er heel erg veel verwacht wordt van scheidende ouders."

Scheidende ouders zijn zelf helemaal uit balans. En toch moeten ze dan met hun (ex)-partner in dialoog gaan.

En daar ligt net het knelpunt, want het is wanneer ouders niet meer met elkaar praten dat het kind er last van ondervind. Daarom pleit Wiewauters er voor om niet langer voorrang tegen aan verblijfsco-ouderschap, maar geval per geval te bekijken. 

Verblijfsco-ouderschap dus niet afschaffen, zegt Wiewauters, "Ik wil wel graag zien dat er meer rekening wordt gehouden met de leeftijd van kinderen. Daarnaast moeten justitie en welzijn beter samenwerken, elkaar niet bevechten."

Radio 1 Select