Europa, een ijzig rijk

24 juni 2017
"...In de Nederlanden waren rivieren en grachten veranderd in een ijzig podium. Op de Theems lag tot voorbij Londen zo'n dikke laag ijs dat er marktkraampjes op konden worden gezet; de Franse koning ontwaakte op een ochtend met een baard die vol zat met ijs; de wijn bevroor in de vaten; in Oost-Europa vielen vogels, in hun vlucht bevroren, op de harde aarde; en delen van Italië en Spanje waren ondergesneeuwd. Europa was een ijzig rijk."

We noemen het de kleine ijstijd. Klimatologen en historici zijn het niet helemaal eens over de datering, maar de kern van die koude tijd viel in de ruime zeventiende eeuw. De veertiende eeuw was warm geweest. Drie graden warmer dan vandaag, zelfs in Noorwegen werd er wijn verbouwd. Eind zestiende eeuw begint de temperatuur te dalen, uiteindelijk gemiddeld met vijf graden. De gevolgen waren enorm, schrijft Philipp Blom in zijn prachtige De opstand van de natuur.

Niet alleen waren de winters ijzig, de seizoenen werden onbetrouwbaar: het ene jaar hagelde en stormde het ook in de zomer, het volgende jaar was het onbegrijpelijk heet en droog. Oogsten mislukten van China over Europa tot in Amerika. Tot overmaat van ramp kwamen er aardbevingen en vulkaanuitbarstingen bovenop. En oorlogen, dat ook nog. Er heerste hongersnood en diepe ellende.

De bossen zijn ontbladerd, de aarde ligt er verstard bij, de rivieren zijn dichgevroren. Mist, regen en de verveling van de eindeloze nachten hebben de aarde beroofd van haar genoegens.
Matthäus Merian, 1612

Naar hoe dat kwam hebben we nog altijd het raden. Hedendaagse wetenschappers zijn het niet eens over de oorzaken van de kleine ijstijd. (Al kan het geen toeval zijn dat er in die periode weinig zonnevlekken waren. Dat thema zetten we op het to do-lijstje voor het volgende seizoen van Interne Keuken.)

De zeventiende-eeuwers zelf waren ervan overtuigd dat God hen zijn toorn toonde. De wereld hing uit zijn hengsels, de ondergang was nabij.

Dat algemene gevoel van crisis was de voedingsbodem van nieuwe vormen en gedachten. "Het begon met een crisis in de landbouw," zegt Philip Blom, "Het werd koud, vruchten werden niet meer rijp. En niet één seizoen, maar dertig of veertig jaar achtereen. Het leidde tot een kettingreactie van sociale onrust, epidemieën, migratie en opstanden tegen hoge broodprijzen. Opeens kwam een systeem dat duizend jaar vrij stabiel was in de war". De klimaatramp van de zeventiende eeuw zorgde er mede voor dat het wereldbeeld kantelde, en heeft ons volgens Blom de verlichting gebracht. 

Wouter Cajot heeft voor ons De opstand van de natuur gelezen, en zit aan de Interne Keukentafel.