Fatima gaf haar zoon aan nadat hij naar Syrië vertrok: “Je hebt al verdriet en schaamte en dan komt er nog verraad bij”

14 september 2021
© VRT
Wat als iemand je een misdaad toevertrouwt? Wat doe je daarmee? Aangeven, dat kan, maar wat als het over je eigen kind gaat? Fatima Ezzarhouni kwam in zo’n situatie terecht. Fatima’s oudste zoon was één van de eerste geradicaliseerde jongeren die acht jaar geleden naar Syrië trok om zich aan te sluiten bij terreurbeweging IS.

“Verraad doet heel veel pijn. Je voelt je heel klein, je wordt opgevreten door schuldgevoelens. Je hebt al verdriet en schaamte, en dan komt dat verraad er nog bij. Ik kan niet beschrijven hoe verschrikkelijk dat dat is", vertelt Fatima Ezzarhouni in 'De Wereld Van Sofie'. 

Vertrokken één dag na zijn achttiende verjaardag

“Mijn zoon is achttien jaar geworden op 13 juni 2013 en op 14 juni is hij naar Syrië vertrokken. Ik ben dat twee dagen later te weten gekomen. Dat was de hel voor mij. Ik las het op 16 juni via twee kladbriefjes in de brievenbus, die mijn jongste zoon had gevonden. Ik legde ze even op tafel, want het was zondag. Ik draai mij om en ik zie het handschrift, dat mij bekend voorkomt. En ik zie ‘Syrië’ staan. Ineens komt het besef. Ik begon de briefjes te lezen en toen ben ik ingestort.”

'Het gaat wel om mijn kind'

“In het briefje stond: ‘Vrede zij met u mama.’ Dan vertelt hij dat hij naar Syrië is vertrokken en waarom. Helemaal op het einde schrijft hij: ‘Niet naar de politie stappen en mijn papa niet de schuld geven.’ Ik ben dan toch op 17 juni naar de politie gegaan. Ik had de hele nacht nagedacht, geschreeuwd. Ik was in alle staten. Ik wist niet wat te doen."

Samen met zijn vader heb ik besloten om naar de politie te gaan.

"Een vriendin heeft mij aangeraden om toch de officiële instanties verwittigen. Maar ik zei tegen haar: ‘Het gaat wel om mijn kind.’ Uiteindelijk heb ik besloten om hem de volgende dag te gaan aangeven. Maar die 24 uur leken wel jaren. Ik heb zijn vader gebeld en dan hebben wij besloten om samen naar de politie te gaan."

Klap na het aangeven

“Bij het aangeven klopte mijn hart tot en met. De politieagente vroeg of ik een dokter nodig had. Na het aangeven voelde ik me enorm slecht. Ik kreeg een klap: ‘Wat heb ik gedaan?’"

Ik voelde mij de slechtste moeder van de wereld, omdat ik niet gezien had dat hij vertrokken was én omdat ik hem was gaan verraden.

Ik voelde mij de slechtste moeder van heel de wereld. Omdat ik niet gezien had dat hij vertrokken was én omdat ik hem was gaan verraden. De papa voelde zich ook zo."

Schaamte en schuldgevoel

“Mijn hart zei: ‘Je hebt je zoon verraden.’ Maar mijn verstand zei: ‘Je moest dit doen, want dit is heel serieus, je kan dit niet zomaar laten gebeuren.’ Ik voelde mij echt een verraadster tegenover mijn kind. Welke moeder zou zoiets doen? Ondertussen denk ik wel dat ik een goeie beslissing heb genomen. Maar op dat moment echt niet."

Ik heb besloten nu, dat ik een goeie beslissing heb genomen.

"Ik heb heel lang schuldgevoelens en schaamte gehad. Ik schaamde me tegenover mijn zoon, tegenover mijn andere kinderen, tegenover de buitenwereld. Sommigen vonden dat ik mijn zoon verraden had, anderen vonden dat ik juist had gehandeld. Ik heb besloten nu, dat ik een goeie beslissing heb genomen.”

"Rusten voor altijd"

“Toen ik terug thuiskwam na het aangeven, zag ik het niet meer zitten. Ik zei tegen mijn tante dat ik wilde rusten. Rusten voor altijd. Ik kon niet meer, ik had het benauwd. De dokter is langsgekomen en heeft mij iets kalmerend gegeven.” 

Ruzie met zoon

“In het begin was mijn zoon boos. Ik heb het niet tegen hem gezegd, maar hij is dat te weten gekomen. Hij vond ook dat ik een verraadster was, omdat hij nochtans had gezegd om niet naar de politie te gaan. Ik zei dat ik moest, dat ze er toch zouden achter komen. Wij hebben veel ruziegemaakt daarover.”

Spijt

“Mijn zoon is intussen overleden in de gevangenis van Hasaka, op 4 februari van dit jaar. Hij was zwaargewond, had een stoma en diabetes gekregen. Hij is gestorven aan gebrek aan verzorging. Voor dat hij stierf, heeft hij nog sorry gezegd. Aan mij, mijn entourage, aan België zelfs. In zijn laatste brief schreef hij: ‘Mama, ik vraag een miljoen keer sorry’, en toen dacht ik: ‘Mijn zoon is terug.’"

Dat was mijn wens, dat hij spijt zou hebben.

"Dat was mijn wens, dat hij spijt zou hebben. Ik vroeg dat elke dag aan Allah: ‘Laat hem spijt betuigen, zelfs als ik hem nooit meer zie of zelfs voor dat hij naar U vertrekt.’ Ik zou er niet mee kunnen leven dat hij zou sterven en het hem niks zou schelen. Maar hij heeft via het Rode Kruis een hele mooie brief naar mij gestuurd.”

Belang van hulp

“Ik zou aan ouders die in een gelijkaardige situatie zitten, zeggen dat ze me mogen contacteren. Of praat erover met je kind. En als het echt niet lukt, moet je hulp gaan vragen. Hulp is heel belangrijk.” 

Fatima Ezzarhouni maakt nu preventiecampagnes over radicalisering en gaat daarover in gesprek met jongeren. Vorig jaar schreef ze een boek: ‘Alle moeders wenen dezelfde tranen’, samen met de moeder van een van de slachtoffers van de aanslagen in Maalbeek.

Beluister de reportage van Anke Van Meer met Fatima Ezzarhouni in 'De Wereld van Sofie' via Radio 1 Select.

Lees ook: