Fondsenwerving: 'vrijwilligers' of jobstudenten met targets?

14 juli 2017
nepvrijwilligers
Aanklampende fondsenwervers zijn vaak jobstudenten in dienst van gespecialiseerde verkoopsfirma's
Oostende wil af van te agressieve fondsenwervers in haar winkelstraten, zegt burgemeester Vande Lanotte. Kritiek alom: moeten vrijwilligers voor het goede doel wijken voor klachten van 'commercanten'? De waarheid is toch iets genuanceerder, zegt pedagoog Pedro De Bruykere. Fondsenwervers op straat zijn immers vaak jonge jobstudenten die in dienst van een gespecialiseerde fondsenwervingsfirma's elke dag hun targets moeten halen.

Je zag ze ongetwijfeld al in een winkelstraat. Leuke, jonge mannen en vrouwen getooid in t-shirts van Oxfam, Artsen zonder vakantie, of een ander goed doel. Ze spreken iedereen aan en proberen je te overtuigen om maandelijks geld te storten voor hun goede doel.

Wacht even, hun goede doel? Nee, dat klopt niet echt. Deze studenten zijn namelijk bezig met een vakantiejob en lijken vrijwilligers, maar zijn het niet. Er zit een bedrijf achter dat hen betaalt en hun loon wordt met een deel van de giften betaald.

Zelf zit ik eerlijk gezegd met een dubbel gevoel hierbij. Enerzijds besef ik dat de goede doelen die van deze diensten gebruik maken meer geld binnenhalen dan zonder deze professioneel getrainde overtuigers. Anderzijds zit ik om verschillende redenen met een slechte smaak in de mond.

Neem vorige zomer. Ik zit in de Veldstraat een ijsje te eten met mijn jongste zoon. Achter me zit een man. Hij zit te wachten op zijn vrouw en dochters en wordt aangesproken door een meisje. Of hij geen donateur wil worden van Amnesty International.

Ik kan het niet laten en luister mee hoe ze steeds agressiever op de man inpraat. Hoe ze zelf 10 euro elke maand stort. Als hij opmerkt dat hij ooit hoorde dat niet alle geld bij goede doelen terecht komt, antwoordt ze dat hij een foto mag maken van haar identiteitskaart om haar te contacteren als het anders zou blijken. De man krijgt niet te horen dat zijn geld eerst naar een bedrijf zal gaan.

De man twijfelt. Hij wil er nog eens over denken. Het meisje, met T-shirt van Amnesty, rugzak, gaat enthousiast nog een stapje verder. Dat het dan zonde zou zijn dat hij bij een andere vrijwilliger zou tekenen, omdat zij dan hem al zo ver had gekregen.

De man merkt niet op dat dit laatste een wel hele rare uitspraak is. Waarom zou het er toedoen bij wie hij zich uiteindelijk opgeeft? Heel eenvoudig: deze jobstudente heeft een target van aantal donateurs die ze moet laten tekenen of ze verliest haar job. Of ze zelf stort lijkt me nog maar de vraag.

Ondertussen bewegen er een paar dingen. Oostende overweegt nu om deze fondsenwervers te verbieden, zelfstandigenorganisatie NSZ klaagde al eerder over deze jobstudenten. De bedrijven achter deze jongeren in de straat zagen de bui al hangen, dus vanaf nu krijg je deze jongeren aan de deur.

Het ergste vind ik dit voor de echte vrijwilligers die de straat op gaan voor een goed doel dat niet van deze diensten wil gebruik maken. Het is zeer moeilijk om het verschil te zien. Ik vraag me af, is dit geen geval van oneerlijke concurrentie?