Foto’s nemen is slecht voor je geheugen

11 januari 2019
Heeft u een smartphone en maakt u meer foto’s dan vroeger? Het kan een effect hebben op uw herinneringen.

“Foto’s dienen vooral om te zien wat je gemist hebt op reis, toen je een foto aan het nemen was”, lacht Wouter Duyck, UGent-professor in de psychologie.

Maar die boutade blijkt nu min of meer ook te kloppen. Voor een recent onderzoek volgden wetenschappers een groep studenten die een kerk bezochten. Twee weken later belden de onderzoekers de studenten opnieuw. Wat bleek? De studenten die geen foto’s hadden genomen tijdens het bezoek, hadden meer feitelijke kennis opgeslagen over hun bezoek. Ze konden de gidsbeurt beter navertellen.

De dingen die we achteraf niet meer kunnen opzoeken, onthouden we beter

Wouter Duyck is niet verrast. “Eerder onderzoek gaf al aan dat mensen alle kanalen gebruiken om hun geheugen uit te breiden. Dus als je foto’s neemt van een feest, dan maakt je brein de redenering dat je je belevenissen op dat feest ergens hebt opgeslagen. Maar dat leidt natuurlijk wel tot slechtere herinneringen aan dat feest. Als je geen foto’s meer neemt, beleef je het feest dus intenser.”

“Een van de basiseigenschappen van ons geheugen”, gaat Duyk verder, “is dat we de info waarvan we weten dat we ze achteraf niet meer kunnen opzoeken, beter onthouden.” Hij waarschuwt ook: “in tegenstelling tot wat we denken, is ons geheugen geen perfecte video. We geven voortdurend betekenis aan allerlei aparte puzzelstukjes.”

Plato

Wil dat nu zeggen dat ons geheugen sterk achteruit gaat? “Neen, helemaal niet”, lacht Duyck. “Dat is een typisch cultuurpessimistische visie die al lang meegaat, zelfs Plato dacht dat al. Er is geen reden tot paniek, smartphones vernietigen ons geheugen niet. Maar door voortdurend foto’s te nemen op citytrip, zal je geheugen van het bezoek minder goed zijn. Je foto's kunnen dan gelukkig wel nog dienen als een soort externe harde schijf.”

Herbeluister

Lees ook: