"Geachte Sire, wat als u nu eens morgen uw volk toesprak?"

20 september 2017
Barbara Rottiers
Barbara Rottiers, auteur en presentatrice, maakt zich ernstige zorgen over de sfeer in ons land. Verdeeldheid in Borgerhout? Vluchtelingen opkuisen? Zwarten afbeelden met dikke oerwoudlippen? De stem van de premier blijft ver weg in dit alles. Misschien moet koning Filip eens tussenkomen, vindt Barbara. Een open brief.

Geachte Sire,
Beste koning der Belgen,
Dag Filip – en familie,

Hoe maakt u het? Met mij gaat alles prima, al maak ik me de laatste tijd ernstig zorgen over de sfeer in ons land. 

Wat is er hier toch allemaal aan de hand, sire? Mijn oren tuten van al die bitse uithalen.

De burgemeester van Antwerpen zaait met opzet verdeeldheid onder z’n burgers en komt daarmee weg. Staatssecretaris Francken heeft het over ‘opkuisen’ als het vluchtelingen betreft – oh nee, het waren de tenten. En dat er nog jongeren bestaan, de toekomst van dit land, die geen graten zien in een zwarte afbeelden met dikke lippen is hoogst zorgwekkend. Het zegt veel over het latente racisme dat in onze samenleving nog steeds aanwezig is. Maar dat een opiniemaker vervolgens publiek de ruimte krijgt om te zeggen dat het allemaal zo erg niet is en die zwarten niet zo moeten zeuren want dat hij vroeger als rosse met sproeten ook is uitgelachen, dàt houdt me wakker uit m’n slaap.

Niets van dit alles leidt tot debat of samenwerken. Het is een ophoudelijke stroom van talig gif dat doelloos wordt heen en weer geslingerd.

Nochtans dient een politicus, wat de context ook is, zich verbaal tenminste waardig en beleefd te gedragen, daar hij toch een voorbeeld is voor allen. Straks lopen we allemaal maar wat te schelden naar mekaar, want de politici doen dat ook dus mag het. Laat ouders dan nog maar eens aan hun kinderen uitleggen dat dat niet door de beugel kan. Echt geloofwaardig zullen ze niet meer overkomen.

Maar wat me het meeste zorgen baart is dat op al deze hete hangijzers nergens een sterke officiële reactie komt. Het passeert maar. ’t Gaat lekker z’n gangetje.

En telkens hoor ik mezelf dan denken: ‘Waar is de premier toch om deze ploeg op het matje te roepen? Heeft hij vakantie misschien?’ De Vlaamse minister-president lijkt me sowieso teveel onder de indruk van zijn eigen sterspelers, dus daar verwacht ik al helemaal niets van.

Dan is er eigenlijk nog maar 1 iemand die zijn mond kan opendoen. En dat bent u, sire. De koning van dit in hoofdzaak machtig prachtige land waar veel fout loopt maar we ook allemaal veel kansen krijgen en het voor velen aangenaam en behoorlijk veilig toeven is.

Wacht niet tot kerst om een boodschap van vrede de wereld in te sturen. Wat als u nu eens morgen, aan het begin van de herfst, uw volk toesprak?

En u hoeft niet eens bang te zijn voor stemmenverlies. Het ergste dat u overkomen kan is een hoop bagger over u heen, maar doe dan oordoppen in en zet uw computer niet aan. En weet u wat, sire? Het zou u verrassen hoeveel aanzien het u zou geven mocht u vrij te spreken. Ontslag hoeft u ook niet meteen te vrezen, daar zal wat meer voor nodig zijn en trouwens, u lijkt me vast benoemd.

Natuurlijk hoeft u de kampen nog niet verder uit mekaar te trekken. Daar schiet niemand wat mee op. Er is al genoeg olie op het vuur de laatste dagen.

Maar roep op voor verdraagzaamheid, om stil te staan bij latent racisme en dat dat niet door de beugel kan in uw land. Wijs de media op hun verantwoordelijkheid. En de ploegleiders. Plaats een alternatief zonder verwijten noch haat tegenover hun gehak en gekibbel.

Verhef uw stem op een warme manier. Als alternatief voor al het gehak van de voorbije weken. Wees een zalf voor uw bevolking. Niet naïef of problemen uit de weg gaand, maar gewoon een beetje menselijk.
En als uzelf dat niet ziet zitten, vraag het dan aan uw vrouw of oudste dochter.

Ik verwacht veel van u. Want ik ben dit zootje eigenlijk grondig beu.

Een mooie dag gewenst.
Hartelijke groet van een van uw onderdanen,

Barbara