“Geef mij maar het fietsenrek en de kromme, scheve gebitten”

3 november 2018
Ine Poppe bracht een documentaire uit die ‘Tanden’ heet. Daar heeft ze het over allerlei culturele uitingen rond het gebit. Van schilderijen tot mode-artikelen en tandengrafitti. Of gewoonweg het gebit, waar een rijke geschiedenis achter schuilt.

Mensen hebben door de eeuwen heen enorm geworsteld met de vraag “Wat zouden we doen als onze tanden er ooit uitvallen? En hoe gaan we ervoor zorgen dat we nog kunnen kauwen?”, vertelt Ine in Interne Keuken

Daardoor hangt er rijke geschiedenis achter het ontstaan van het kunstgebit. Die begint bij de houten kunstgebitten, die ondertussen grotendeels verteerd zijn, maar gaat ook heel wat verder. Mensen gingen bijvoorbeeld ivoortanden maken en in de Tweede Wereldoorlog hebben tandartsen zelfs nog tanden uit tin gemaakt. 

George Washington

Ook George Washington (1732 - 1799) werd op jonge leeftijd al gek van de tandpijn. Toen hij maar één kies over had koos hij als één van de eersten voor een kunstgebit. Het werd gedeeltelijk gemaakt uit ivoor, een plaat goud, twee hele grote springveren en een stel tanden die vermoedelijk van zijn slaven waren. Iets wat in die tijd heel gewoon was.

Waterloo Teeth

Tijdens de slag om Waterloo ging het volk achter de soldaten aanrennen om tanden uit de gevangenen te trekken of om ze uit de lijken te halen. Want dan had je weer tanden die je zou kunnen verkopen aan de rijken zodat die dat in hun kunstgebit kunnen zetten.

Trouwen? Tijd voor een kunstgebit.

Vrouwen die tijdens de jaren 50 in Nederland trouwden kozen vaak voor een kunstgebit. Om je man een plezier te doen liet je al je tanden trekken, want dan had je een nooit last van tandproblemen en was je niet zo duur.

Het perfecte gebit

Vandaag is er bij ons volgens Ine een soort jacht op het perfecte gebit.“Plastische chirurgie is de grote boosdoener. Vrouwen mogen geen rimpels meer hebben, je oren mogen niet te groot zijn en je neus moet recht zijn. De tandheelkunde gaat daar heel hard in mee”, vertelt ze. “Geef mij maar het fietsenrek en de kromme, scheve gebitten”