Geeft Japan 'pacifistische grondwet' op?

7 maart 2016

Een robothand die bij steen-schaar-papier àltijd van mensen wint, stelt de Universiteit van Tokyo voor een van de grootste ethische dilemma's sinds WO II: moeten Japanse wetenschappers het 70 jaar oude verbod opheffen op het gebruik van civiele technologie voor militaire toepassingen? 

Na de nederlaag in WO II werd Japan door generaal MacArthur in 1947 een constitutie opgelegd die een leger verbood.
 
Artikel 9 van de Japanse grondwet  bepaalt dat het land 'formeel en voor altijd afziet van oorlogsvoering als een natierecht, en van afdreiging of geweld als middelen om internationale meningsverschillen te beslechten'. 
 
Niet dat het land hulpeloos achterbleef. De Amerikanen zetten er militaire basissen op en artikel 9 werd nogal soepel geïnterpreteerd.
 
De facto – en met instemming van Amerika – beschikt Japan sinds 1954 wel degelijk over de drie strijdkrachten: marine, luchtmacht, en grondtroepen. Alleen heten die niet zo. Het zijn 'Jieitai' of 'zelfverdedigingskrachten' die alleen ingezet mogen worden als het land bedreigd wordt. 
 
Tegenwoordig kan het Japanse leger ook deelnemen aan buitenlandse vredesoperaties. Het parlement keurde vorig jaar twee wetsvoorstellen goed die dat mogelijk maken.
 
Maar het blijft controversieel, want buitenlandse missies druisen in tegen de geest van de pacifistische grondwet.
 
Is die nog houdbaar in de huidige geopolitieke context? Of wordt ze geofferd op altaar van de economie? Want de militaire industrie wordt elders toch beschouwd als een voorname bron van technologische vernieuwing die de economie ten goede komt?
 
Hoe denken de Japanners daarover? Is er na 70 jaar stilaan een maatschappelijk draagvlak voor een meer 'proactief' defensiebeleid?