Gemeenten windturbines laten vergunnen: een vergiftigd geschenk of niet?

28 oktober 2019
© Markus Spiske
De Vlaamse regering is van plan om de gemeenten grote windturbines te laten vergunnen, en niet langer de provincies of het gewest. Gemeenten staan dichter bij de omwonenden en kunnen zo eventuele weerstand tegen nieuwe windturbines makkelijker wegnemen, is de redenering. Maar de windenergiesector waarschuwt: volgens hen schieten de gemeenten zelf 42 procent van de nieuwe windmolenprojecten af.

Zowat 530 grote windturbines stonden er begin dit jaar in Vlaanderen en elk jaar komen er nog een paar tientallen bij. Dat is op zich al een huzarenstuk want Vlaanderen is klein, dichtbevolkt en onze ruimtelijke ordening is een janboel.

Door de lintbebouwing en de verkavelingswoede sinds de Tweede Wereldoorlog is er decennialang een aanslag gepleegd op de open ruimte. Traditionele dorps- en stadskernen spreidden hun tentakels via kilometerslange lintbebouwing tot diep in het platteland uit . En op dat platteland zelf stoot je bijna altijd wel ergens op een eenzame, soms zelfs zonevreemde woning. Bovendien groeit onze bevolking, waardoor de druk op de overblijvende open ruimte nog toeneemt.

Ruimtelijke ordening speelt Vlaamse windturbines parten

In die beperkte ruimte grote windturbines inplanten is niet simpel. Wanneer je de verschillende beperkingen naast mekaar legt, zijn er eigenlijk maar vier grote zones in Vlaanderen waar je nog redelijk makkelijk windturbines kwijt kunt: rond de havens van Zeebrugge, Antwerpen en Gent, en in de streek tussen Jabbeke en Veurne. En zelfs in die laatste zone verwacht de windenergiesector felle tegenstand.

Voorts zijn er ook nog inplantingsmogelijkheden langs grote verkeersassen of rivieren en kanalen. Maar zelfs daar komt protest tegen. Want vaak wonen er mensen vlakbij. Zowat overal dreig je in de buurt van woonkernen te komen. En ook uit de weinige beschermde landschappen die Vlaanderen nog rijk is, blijven windturbines beter uit de buurt. Bovendien zijn de hoogteverschillen in Vlaanderen beperkt. Zeker in de Polders zijn de turbines tot 200 meter hoog van kilometers ver zichtbaar. Er zal dus bijna altijd wel iemand zijn die zich stoort aan de vervuiling van de horizon.

Komt daar nog bij dat windturbines ook op een ruime afstand moeten blijven van radarinstallaties, luchtverkeersbakens en ander delicate telecommunicatie-infrastructuur. Heel moeilijk dus.

Daardoor is de beschikbare ruimte heel schaars en krijgen ontwikkelaars vaak te maken met comités die in het verzet gaan tegen nieuwe windturbineprojecten. Te dicht bij onze woningen, oordelen ze, te veel overlast ook. Want het is waar: windturbines maken lawaai en ze veroorzaken ook slagschaduw. Niet zo leuk als die in je woning binnenvalt of als je een hele nacht wakker wordt door een bijna ondefinieerbaar storend lawaai.

Lawaai primeert op afstand

Onze overheden beseffen dat. Daarom zijn er ook normen opgelegd voor de inplanting van windturbines. Zo mag een turbine maximaal acht uur per jaar slagschaduw werpen op een woning met een maximum van een half uur per dag. In de praktijk valt die schaduw tijdens de kortste dagen van het jaar, wanneer de zon het laagste staat en de windturbines de langste schaduw werpen, van half tot eind december. De uitbaters van windmolenparken vangen het probleem meestal op door hun turbines gewoon stil te leggen wanneer de slagschaduw dreigt de huizen binnen te vallen.

Voor het geluid liggen de zaken wat ingewikkelder. Bij de eerste regelgeving gingen onze overheden ervan uit dat met de afstand het geluid wel zou afnemen. Daarom moesten windturbines minstens een paar honderd meter van huizen wegblijven. Maar na een tijdje bleek dat niet de juiste aanpak. Windturbines die soms een halve kilometer ver stonden, konden meer geluidsoverlast veroorzaken dan turbines die bij wijze van spreken pal naast een woning werden gebouwd.

Daarom paste de Vlaamse regering in 2011 de normen aan: het geluid werd bij de inplanting van een windturbine doorslaggevend, samen met de slagschaduw, en niet te vergeten, ook de veiligheid. Zo kan er zich tijdens koude winterdagen ijs afzetten op de bladen van de turbines. Als die beginnen te draaien kunnen ze de ijsstukken wegkatapulteren. En het is natuurlijk niet de bedoeling dat je die stukken op je hoofd of het dak van je woning krijgt.

Normen verscherpt of toch niet?

De Vlaamse overheid volgde met die vernieuwde aanpak eigenlijk de redenering van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Die stelde dat de hinder van geluid of slagschaduw veel schadelijker is voor de gezondheid dan mogelijke landschapselementen. Vlaanderen legde ook vrij strenge geluidsnormen op. Zo mogen windturbines in woongebieden overdag niet meer dan 44 decibel/dB(A) lawaai maken. Dat is te vergelijken met het geluid van een moderne vaatwasser. 's Avonds en s' nachts wordt dat geluid beperkt tot 39 decibel/dB(A). Dat is ruim de helft minder luid (3 decibel minder betekent inderdaad zowat een halvering van je geluid) en komt overeen met het geluid van een stille koelkast.

Dat lijkt goed, maar niet alle landen hanteren dezelfde norm. Zo werken de Duitsers nog altijd met afstanden: de turbines moeten minstens één kilometer van woningen staan. Critici vragen zich dan ook af of het kleine Vlaanderen bewust van de afstandsnorm is afgeweken. Als je de Duitse norm zou toepassen worden in Vlaanderen inderdaad heel wat windmolenprojecten gehypothekeerd.

Bovendien stellen sommige actiecomités ook dat er helemaal geen normen zijn opgelegd voor de hele laagfrequente geluiden. Die normen zijn er inderdaad niet. Dat is ook niet nodig, want uit talloze wetenschappelijk studies blijkt dat dat de mens gewoon niet in staat is die laagfrequente geluiden te horen. Maar tegenstanders van windturbines komen met studies waaruit zou moeten blijken dat dat wel degelijk het geval is. Mensen kunnen effectief psychische en fysieke schade ondervinden van de quasi-onhoorbaar laagfrequente bromtonen van de windturbines, benadrukken ze.

Controverse blijft

Dus blijft de controverse woeden. En die is soms heftig, want in Vlaanderen zijn intussen tientallen actiegroepen in het verweer tegen windturbines. Die hebben intussen heel wat expertise opgebouwd. Het burgerplatform Leefbaar Energie Vlaanderen, bijvoorbeeld, vlooide het juridische kader rond de windturbines helemaal uit en kwam tot de conclusie dat de huidige wetgeving totaal achterhaald is. De geluidsoverlast van grote, moderne windturbines is met de methoden van het verouderde Vlaamse juridische kader gewoon niet meer te meten, stellen ze. Dat juridische kader was opgesteld voor turbines met een masthoogte van 30 meter. Moderne turbines halen makkelijk het viervoudige, waardoor hun geluid zich op een heel andere manier zou verspreiden dan de oudere, kleinere modellen, argumenteert Leefbaar Engerie Vlaanderen.

Maar volgens de windenergiesector is dat helemaal niet het geval, en zijn de geluidseffecten van de moderne, hogere turbines wel degelijk correct verrekend in de huidige wetgeving. Bovendien komen er ook praktijkmetingen: mochten de geplaatste windturbines echt de geluidsnormen overschrijden, dan moeten ze trager kunnen draaien (dat doet het geluid afnemen), worden ze aangepast of zelfs stilgelegd.

Lees het héle verhaal op vrtnws.be

Luister naar Bart Bode (Vlaamse Windenergie Associatie):

Luister naar een reactie van Nathalie Debast (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten):

Radio 1 Select