"Goesting? Het zou een prima eindterm zijn"

5 maart 2020
© Dirk Waem (Belga)
Goesting? Je vindt het niet altijd terug in het klaslokaal. "Zowel op de banken als vooraan in de klas heeft niet iedereen er altijd evenveel zin in. Dat is toch wat beide partijen me vertellen" zegt CEO Inge Geerdens. Nochtans is goesting een prima vaccin tegen nihilisme, schrijft ze in haar column. "Wie erdoor getroffen wordt, krijgt er alleen maar meer energie van. Het moet zowat het enige goedaardige virus zijn dat je vandaag kan oplopen."

Aanstekelijk enthousiasme

Blogs schrijven voor Radio 1, het schenkt veel voldoening. Maar weet je wat nog meer voldoening schenkt? Lesgeven aan een groep enthousiaste studenten, je ervaring delen met al dat jong geweld in de hoop dat het hen straks ook effectief van pas komt als ze de eerste stappen in hun carrière zetten. Ik doe het regelmatig.

Ijdele hoop, hoor ik een paar cynici denken. Misschien. Maar ik gun de jeugd graag het voordeel van de twijfel en laat dat soort opmerkingen niet aan mijn hart komen. Ik smijt me helemaal. Altijd. En de enige echte tegenprestatie die ik van mijn publiek verwacht is hun volle aandacht.

Doorgaans loopt die wisselwerking uitstekend. Toch als ik op de reacties achteraf mag vertrouwen. 'Waren alle lessen maar zo boeiend.' Of nog: 'Was iedereen die voor de klas stond maar zo enthousiast.’ En ook: ‘Niet slecht, voor iemand van uw leeftijd.’ Die laatste opmerking probeer ik uiteraard te negeren. Maar algemeen is de teneur dat een verhaal uit de praktijk helpt om veel makkelijker de leerstof te verwerken en het geeft vooral zin in meer.

Goesting als antivirus voor middelmatigheid

Het deed me terugdenken aan mijn eigen studietijd en aan de leerkrachten die toen het verschil maakten. Doorgaans onderscheidden ook zij zich met hun ‘drive’, met hun goesting. Dat schoon Vlaams woord omschrijft perfect wat ik bedoel: de bereidheid en het enthousiasme om iets met zoveel energie te brengen dat het aanstekelijk werkt.

Goesting is ook vandaag eerder zeldzaam in het klaslokaal. Zowel op de banken als vooraan in de klas heeft niet iedereen er altijd evenveel zin in. Dat is toch wat beide partijen me vertellen. Het is ook geen eenvoudige opdracht, dat besef ik maar al te goed. Ik heb zelf een paar jongvolwassenen in huis. En dat is niet altijd het makkelijkste of meest dankbare publiek. Na een dagje voor de klas ben ik doorgaans lichamelijk compleet uitgeput, maar mentaal wel 'on a high'.

Het vraagt ongetwijfeld wat van een mens om elke dag voor zo'n zootje ongeregeld te staan. Ik kan me inbeelden dat heel wat leerkrachten en docenten wat aan enthousiasme hebben ingeboet sinds hun eerste dagen voor de klas. Dat lijkt me ook een menselijke reactie. Op kantoor is het natuurlijk ook niet elke dag feest. En dat hoeft ook niet. Het is de bottomline die telt. De som van de goeie en kwaaie momenten. Waar staan we aan het einde van de rit? Maar de toon wordt wel aan de start gezet.

Wanneer die jonge mensen straks de arbeidsmarkt betreden, hoe zien ze dan de toekomst tegemoet? Zijn ze hoopvol, of eerder pessimistisch ingesteld? Hebben ze er zin in? Willen ze er een lap op geven? Zijn ze gretig? Al die zaken en heel wat meer krijgen mee vorm op de schoolbanken. Daar doe je ideeën op, ontwikkel je een bepaalde kijk op de wereld, kijk je naar je rolmodellen en krijgt je leven een eerste, duidelijke marsrichting mee. Ook daarom is onderwijs zo belangrijk.

Als mensen aan het einde van hun schoolcarrière futloos de wijde wereld intrekken, is dat ronduit problematisch. Wie de toekomst met frisse tegenzin tegemoetziet, moddert maar wat aan. In het beste geval zonder veel erg. In het slechtste geval, gaat het ten koste van je welbehagen. Misschien verklaart het wel waarom veel jonge werknemers zo snel opgebrand zijn.

Moeten we hen helpen? Absoluut. Geen gezond mens die daaraan twijfelt. Maar je kan niemand verplichten ergens goesting in te hebben. Je kan het niet opleggen. Het is iets wat elk van ons grotendeels zelf in de hand heeft. Een attitude, en vaak een persoonlijke keuze. We moeten jongeren vooral helpen begrijpen dat ze die verantwoordelijkheid best zelf nemen en hen daar dan ten volle in steunen.

Het onderwijs speelt er een fundamentele rol in om alle redenen die ik eerder al aanhaalde. 'Goesting', het zou een prima eindterm zijn. Niet als een extra opdracht voor de leerkrachten of een vak dat ze moeten geven, maar eerder als een holistisch doel voor de studenten. We moeten het als een rode draad meenemen doorheen de hele schoolcarrière en hen prikkelen om er voluit voor te gaan. En ik denk dat het ook veel leerkrachten zou helpen om een hele carrière lang voor de klas te staan – met leerlingen die er zin in hebben. Mooi meegenomen.

Laten we onze jongeren overtuigen dat een positieve en enthousiaste attitude in het leven, en in hun carrière, het verschil zal maken tussen slagen en falen. Wie een lusteloze indruk maakt, zal niet gauw spontaan worden uitgenodigd voor sociale gelegenheden of teamwerk. Maar wie met goesting in het leven en op de werkvloer staat, geeft anderen net zin om met hen samen te zijn en te werken. Succes trekt succes aan. Het omgekeerde geldt helaas ook.

Toegegeven: misschien zie ik het allemaal wat te rooskleurig en te makkelijk. En toch ben ik ervan overtuigd dat ‘goesting hebben’ ook betekent dat je energie geeft aan anderen, en dat dit een enorm verschil kan maken. Het is een attitude die je jezelf eigen kan maken. Veel makkelijker dan dat examen wiskunde of Frans.

Goesting is een prima vaccin tegen nihilisme, een antivirus voor berusting en middelmatigheid. Wie erdoor getroffen wordt, krijgt er alleen maar meer energie van. Het moet zowat het enige goedaardige virus zijn dat je vandaag kan oplopen. Bovendien hoef je er absoluut niet voor in behandeling, laat staan in afzondering. Wel integendeel.

Lees ook:

Radio 1 Select