Groene kernenergie als overgangsmaatregel

22 september 2016
Groene kernenergie? Het kan, volgens professor kernfysica Nathal Severijns. De nieuwe generatie kerncentrales draait niet meer op uranium, maar op thorium. En dat is minder gevaarlijk en milieuvriendelijker. Op termijn moet onze energievoorziening volledig hernieuwbaar zijn. Maar dat duurt nog minstens vijftig jaar. Tot die tijd vormen thoriumcentrales de ideale aanvulling.

 

Als we overschakelen naar thorium-kerncentrales, dan biedt dat heel wat voordelen, legt Severijns (KU Leuven) uit. Thorium is een ander metaal dan uranium. Je werkt niet meer met kernsmelt, wat het risico op grote kernrampen wegneemt. De hoeveelheid kernafval ligt ook tien keer lager en ze is bovendien veel minder toxisch. Belangrijk ook is dat het met thorium quasi onmogelijk is om atoombommen te maken.

Thorium afval kan bij wijze van spreken in je zwarte vuilniszak

Onmiddellijk starten dan maar? We moeten toch nog even geduld hebben, zegt Severijns. Er lopen vandaag al ontwikkelingsprojecten (MIRA), maar het duurt toch zeker nog twintig jaar vooraleer we beroep gaan kunnen doen op de nieuwe generatie kerncentrales. Ook de kostprijs is aanzienlijk: negen miljard. Dat komt omdat de straling tijdens de productie hoger ligt en reactoren dus drukbestendiger moeten zijn.

Eigen hernieuwbare energie zal nooit volstaan

Kernenergie is voor Severijns sowieso een overgangsoplossing. Ook hij is voorstander van een volledige overschakeling op hernieuwbare energie. Maar dat zal nog minstens vijftig jaar duren, schat hij. En bovendien kan ons land niet zelfvoorzienend zijn. We zullen in dalmomenten ook hernieuwbare energie uit onze buurlanden moeten kunnen importeren. En dat vraagt een Europees beleid. Aan onze energieministers stelt hij dan ook voor om zich daarop te concentreren, eerder dan op punctuele subsidiemechanismes voor hernieuwbare energieproductie bij ons.