Grotsyndroom na corona: “Sommigen zullen de sociale interacties niet zomaar terug oppakken”

10 mei 2021
© GegenWind Photo (Unsplash)
Nu de cafés weer open mogen, genieten veel mensen terug van een hapje en een drankje op een terras. Maar niet iedereen komt na een jaar binnenzitten zo vlot de deur weer uit. Dat is niet altijd uit angst voor het virus, maar ook omdat het sociale contact niet meer zo vanzelfsprekend is. Professor psychologie Inez Germeys (KUL) legt uit hoe dat komt.

“Het grotsyndroom is een nieuwe term die gebruikt wordt om aan te geven dat mensen het misschien wel moeilijk gaan hebben om na de pandemie hun gewone leven terug op te pakken en de normale sociale interacties weer aan te gaan”, vertelt Inez Germeys.

Komt dat dan door angst voor het virus of door twijfel bij de werkzaamheid van het vaccin? “Er zijn een aantal componenten, en één van die componenten heeft zeker te maken met gewoonte. Mensen zijn een beetje gesetteld in de situatie zoals die nu is en hebben zich daaraan aangepast."

Het heeft iets heel dubbel: mensen snakken ernaar, maar er is ook een drempel om effectief terug het huis uit te gaan.

"Het huis verlaten, mensen zien en naar je werk of op café gaan, is een gewoonte die we terug moeten opbouwen. Dat heeft tijd nodig en gaat een aanpassing vergen. Het is interessant omdat er iets heel dubbel in zit. Mensen snakken ernaar, maar eens het moment er is, kan er ook een drempel zijn om effectief uit je huis te gaan.”

Risicoperceptie

“Een tweede factor heeft te maken met de angst voor corona. Als het gaat over risicoperceptie, dus hoe groot dat mensen het risico inschatten dat ze effectief ziek gaan worden of besmet gaan geraken, dan zie je dat dat twee kanten opgaat. Als we kijken naar de gigantische massa’s die nu plotseling samenkomen, daar is de risicoperceptie te laag. Voor de mensen die niet naar buiten komen is de risicoperceptie misschien te hoog. Want buiten op een terras zitten, kan op een veilige manier, daar zijn de experten het over eens."

Remco Evenepoel moet ook opnieuw leren om in een peloton te fietsen. Wij moeten ook terug leren om in 'ons peloton' te fietsen en om onder de mensen te komen, want we zijn dat niet meer gewend.

"Er zijn dus mensen die teveel angst hebben, bijna een post-traumatische stresssyndroom ontwikkelen en die niet meer durven in contact komen met anderen. Maar ik denk dat het veel met gewoonte te maken heeft. Je kan het vergelijken door naar Remco Evenepoel te kijken. Daarvan zeggen ze ook dat die opnieuw moet leren om in een peloton te fietsen. Wij moeten ook terug leren om in ‘ons peloton’ te fietsen en om onder de mensen te komen. Al die prikkelingen en stimulatie, dat zijn we niet meer gewend.”

Smalltalk

Dat eerste terrasje onder vrienden moet dan wel memorabel zijn, maar die typische smalltalk, hoe ging dat ook alweer? “Dat zijn dingen waar we al heel lang niet meer mee bezig zijn geweest. Mensen hebben zich wat teruggetrokken in hun huis, wat ook moest van de regels. Het is interessant om na te denken dat daaruit geraken, geen vanzelfsprekendheid zal zijn voor een aantal mensen. Bij sommigen gaat dat wat tijd kosten en zal er misschien zelfs een duwtje in de rug nodig zijn.”

 Ook studenten gaan een duwtje in de rug nodig hebben om terug actief op de campus aan dat studentenleven deel te nemen.

Zal dat grotsyndroom vanzelf ook weer overgaan? “Ja, maar niet voor iedereen. Mensen die echt met die angst blijven zitten, gaan daar hulp bij nodig hebben. Maar het is ook wel belangrijk om in het hoger onderwijs bijvoorbeeld niet zomaar alles open te gooien en ervanuit te gaan dat alles dan weer normaal is. Ook studenten gaan een duwtje in de rug nodig hebben om terug actief op de campus aan dat studentenleven deel te nemen.”

Niet afhankelijk van leeftijd

Op dat grotsyndroom staat dus geen leeftijd. “Het geldt zeker ook voor jonge mensen. Je mag niet vergeten dat het moment waarop je gaat studeren, er heel veel gebeurt in je sociaal netwerk. Dat is nu helemaal stilgevallen. Daar moeten we dus wel actief aan gaan werken, om jongeren te begeleiden en kansen te geven om dat terug op te pakken want het is niet eenvoudig. Je ziet effectief dat veel studenten die op kot zaten, terug thuis zijn gaan wonen, in hun veilig nest."

Om sociale vaardigheden op te bouwen, heb je andere mensen nodig.

"Die moeten daar terug uitkomen, hun sociaal netwerk weer opbouwen en daar gaan we wel aandacht voor moeten hebben om te zorgen dat dat ook effectief gebeurt. Jonge mensen moeten eigenlijk nog veel sociale vaardigheden opbouwen en om dat te kunnen doen, hebben ze andere mensen nodig. We gaan actief moeten zorgen dat mensen dat kunnen gaan inhalen.”

Opfrissen en inhalen

Voor de oudere generaties draait het dus vooral om het opfrissen van oude gewoontes, bij jongeren zullen die sociale vaardigheden moeten ingehaald worden. En dan gaat het niet enkel over de jonge pubers. “Qua leeftijd mag je dat echt doortrekken. Dat begint vanaf 12 à 14 jaar en loopt door tot de vroege twintigers. Dat is echt een tijd waarin heel veel gebeurt op sociaal vlak. Loskomen van thuis, je eigen netwerk uitbouwen, liefdes- en vriendschapsrelaties aangaan, dat is nu allemaal veel moeilijker geweest."

Vooral voor de jongeren die het sociaal al moeilijker hebben, is er nu enkel een grotere drempel bijgekomen.

"Voor een grote groep zal dat wel vrij spontaan ingehaald worden, maar niet voor iedereen. Vooral voor de jongeren die het sociaal al moeilijker hebben, is er nu enkel een grotere drempel bijgekomen dus daar gaan we absoluut aandacht aan moeten geven.” 

Beluister het gesprek met Inez Germeys via Radio 1 Select. 

Lees ook: