Guy Verlinde rockt da house

1 maart 2017
Guy Verlinde, ooit nog aan te spreken als Lightnin' Guy, kennen we al lang. In zeven jaar tijd maakte hij even veel albums en het zevende is veruit het beste.

We leerden Guy Verlinde kennen in 2010 als Lightnin’ Guy and the Mighty Gators met het album “The Banana Peel Sessions”. De Banana Peel is een van de oudste jazz- en bluesclubs van het land, opgericht in oktober 1966, dus bijna 51 jaar geleden. Dat je daar je debuutplaat mag opnemen wil al wat zeggen, maar dat je debuteert met een liveplaat is even veelzeggend, nl. dat er geen geld is om een studioplaat te maken én dat je sterkte in het livewerk zit. Meteen ook de zwakte, zal blijken: Lightnin’ Guy staat garant voor stomende concerten, ook toen al en nu nog altijd, maar dat op plaat gezet krijgen is niet simpel. Dan is een live album een goede keuze.

Live sterk, maar muzikaal nog een hele weg af te leggen. Een nummer als If you walk with the devil heeft iets te dicht gelegen bij Way down in the hole van Tom Waits (in de versie van John Campbell wellicht), maar er zijn slechtere voorbeelden. Jeugdzonde, zullen we zeggen.

Twee jaar later, in 2012, verschijnt de tweede plaat 'Lightnin’ Guy Plays Hound Dog Taylor'. Opnieuw een live plaat, deze keer opgenomen in The Borderline in Diest, nog zo’n club met geschiedenis. Ze bestond minder lang – geopend in 1996 en drie jaar geleden failliet gegaan (dus 18 jaar bestaan) – maar had een gedegen reputatie. Guy speelde de nummers van zijn groot idool Hound Dog Taylor op de manier waarop zijn held ze zelf speelde: met twee gitaren en één drumstel. De tweede gitarist was Bart Mulders (nu gitarist bij Little Hook, de nieuwe groep van Big Dave van wijlen The Dizzy Dave Band) en de drummer was – toen al – Erik King Berik Heirman (gewoon een drummende IT’er die op de VRT op de afdeling Technologie & Operaties werkt, hihi), en daar bovenop speelde Lightnin’ Guy zijn geweldige slidegitaar – hij is daar echt meesterlijk in.

In datzelfde jaar komt zijn eerste studioplaat uit, 'Blood for Kali', en het is een soloplaat (met af en toe wel wat hulp van andere muzikanten): Lightnin’ Guy alleen op resonator of weissenborn en mondharmonica, en stompen doet hij op een oude reiskoffer. Met respect voor zijn helden: zo covert hij Bring it on home to me (van Sam Cooke, maar wereldberoemd in de versie van The Animals) en geeft hij een eigen interpretatie aan Voodoo Chile (van ene Hendrix, Jimi), maar de originele nummers (in de zin van zelf geschreven) zijn niet alijd even origineel (in de zin van afwijkend van wat we al kenden). OK, dit is een eerlijke zoektocht van een artiest naar zijn eigen stem, een moedige stap voorwaarts, maar je voelt dat Guy Verlinde er nog niet is. Uitzondering is het nummer Yser, waarin hij, twee jaar vóór de herdenkingen van 14-18 beginnen, het verhaal van de IJzer in de Eerste Wereldoorlog op muziek zet en daarbij zowat het midden houdt tussen singersong en roots.

(Onder de hybride naam Lightnin' Guy Verlinde wordt Yser gerecycleerd op 'Oorlogsstemmen', gemaakt voor een schoolvoorstelling rond De Groote Oorlog, in feite Guy Verlinde zijn achtste plaat.)

Lightnin' Guy - Blood for Kali

Maar een jaar later, in 2013, op het album ‘Inhale my world’ wordt Lightnin’ Guy ineens een gewone band, met traditionele bezetting, dus een strakke ritmesectie, een vet orgel en een leadgitaar, bij voorbeeld van Tom Vanelslander, toen al bekend als gitarist van Arno en Gorki. Dus niet solo, of met een eigen vaste band, maar met muzikanten die bij wijze van spreken zijn ingehuurd voor deze opnamen. Ook de opvolger van twee jaar later, ‘Better days ahead’, wordt zo gemaakt, met bij voorbeeld Gertjan Van Hellemont van Douglas Firs of Cleo Janse, de backing zangeres van The Bony King. Lightnin’ Guy heet vanaf dan ook gewoon Guy Verlinde – een naamsverandering die we toen niet echt begrepen: waarom zou je vijf-zes jaar hard werken om je naam te vestigen, om die dan te wijzigen? Maar onze grootste kritiek was toch vooral deze: Guy Verlinde is live een sensatie, één en al energie, maar die laatste twee platen waren vooral mooi geproducete albums, met goed gemaakte nummers die echt goed gespeeld waren, maar veraf stonden van het gevoel dat Guy live weet over te brengen.

En toen kwam vorig jaar ‘Rooted in the blues’, een plaat die we in ons eindejaarsoverzicht uitriepen tot dé Belgische bluesrelease van 2016. Het swingt weer als een tiet, en weet je hoe dat komt? Omdat er veel minder aan gewerkt is. ‘Rooted in the blues’ is in twee dagen tijd opgenomen, zonder repetitie. Met klasbakken als guitarslinger Richard van Bergen, drummer Frederik Van den Berghe en bassist René Stock is dat eerder een voordeel dan een nadeel. Deze gasten ademen blues ’n roots en het nummer Soul jivin’ bij voorbeeld wordt er een stuk levendiger door – dit stond op de debuutplaat van de Mighty Gators en was toen een wat makke soultrack met blazers en zo.

De aanpak van 'Rooted in the blues' heeft Guy Verlinde geperfectioneerd voor de nieuwe plaat ‘How how how’ en dat hóór je. Eén repetitie en in anderhalve dag opgenomen en terug naar het Hound Dog Taylor principe: één slidegitaar, één “gewone” gitaar en één drumstel, en opnieuw met Richard van Bergen – zie 'Rooted in the blues' - en King Berik, zie de Hound Dog Taylor-plaat van destijds.

Guy Verlinde omschrijft het zelf zo: “met Richard op gitaar en King Berik op drums klinkt het zoals het moet klinken. Op het eerste gezicht klinkt het allemaal eenvoudig, maar ik kan het met geen enkele andere muzikant spelen. Het is zo'n specifieke vibe, die niks met techniek te maken heeft. Ik voel me zeer gefortuneerd dat we dit bereiken als we samen spelen. We maken ons geen zorgen over begin, eindes, breaks, het gaat ‘m om de positieve energie vinden die in de muziek verborgen zit en dan op die golf proberen te surfen.”

Uit-ste-kend gedaan! De beste plaat die Guy Verlinde ooit gemaakt heeft. Nu op cd en later deze maand op vinyl en dat wordt een dubbelaar: ‘How how how’ als plaat 1, en de heruitgave van ‘Plays Hound Dog Taylor’ als bonus-LP. Ideaal cadeau voor Pasen. Of voor eender wanneer.

Guy Verlinde and the Houserockers - How how how