Hebzucht

30 maart 2019
Het is de tweede onder de hoofdzonden. (Ik som ze voor uw gemak nog eens op, zondaar, in volgorde: hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, afgunst, gulzigheid, toorn en luiheid.) Maar sinds de bankencrisis van tien jaar geleden lijkt ze opgeschoven naar de kop van de lijst. Die crisis was het gevolg van het Grote Graaien, van de Hebzucht. Hoofdletters.

Hebzucht is een ziekte die de het hart van de samenleving heeft aangetast, bleek in 2008. Maar dat is maar de helft van het verhaal. Hebzucht is niet alleen een gevaar, ze is ook een motor, de drijfveer zonder dewelke de economie niet zou draaien.

Jeroen Linssen wilde aan de weet komen hoe men in de loop van de cultuurgeschiedenis over hebzucht heeft geoordeeld. Zijn boek Hebzucht is een historisch-filosofische speurtocht naar de inhaligheid.

En ooit was de hebzucht dus een hoofdzonde. De tweede in belang zelfs, slechts door de hoogmoed overschaduwd. Gij kunt niet God en de Mammon dienen.

In zijn boek beschrijft Jeroen Linssen hoe vanaf de zeventiende eeuw die hebzucht stilaan wordt beschouwd als een nuttige kracht. In de tweede helft van de twintigste eeuw - ja, de term neoliberalisme gaat vallen - geldt de slogan greed is good.

Tot 2008 dus. De kritiek zwelt aan. Vraag is of, in deze ondernemerssamenleving, de roep tot matiging niet naief is. 

Om de hebzucht rond de tafel uit te dagen hebben wij zoals gewoonlijk slechts één dessertje klaarstaan.