Heeft zeuren over taal zin?

24 september 2021
Taalfouten zijn voor velen een bron van frustratie. Noemen is niet hetzelfde als heten en een olifant is groter dan een muis, niet groter als. Of overdrijven we als we ons opboeien in die zogenoemde taalverloedering? Sociolinguïst Eline Lismont vertelt of de frustraties van taalnazi's terecht zijn en waarom we sommige van die taalfouten blijven maken.

Ben jij iemand die je vrienden wijst op elke taalfout die ze maken? Of ben jij degene die de taalfouten maakt en erger je je aan de taalpurist? En wie heeft er dan gelijk? “Veel mensen maken taalfouten. Dat betekent niet dat die mensen dom zijn of de taalregels niet kennen”, aldus sociolinguïst Eline Lismont. “In een informele context letten we soms niet op de taalregels, waardoor we fouten kunnen maken. Enerzijds is het belangrijk dat je de taalnorm kent en dat je op je fout gewezen wordt, maar dat betekent niet dat je in elke context gebruik moet maken van die taalnormen. Onder vrienden mag je al eens fouten maken.”

Verandering

Taal is voortdurend in beweging en onderhevig aan verandering. Ook de maatschappij heeft invloed op onze taal. Zo komen er ieder jaar nieuwe woorden bij, waar je vijf jaar geleden nog nooit van gehoord zou hebben. Taalverandering is van alle tijden, dat was vroeger niet anders. “Onze taal veranderde vroeger ook al. Denk maar aan de Nederlandse naamvallen, die zijn al jaren verdwenen in het spontane taalgebruik. De laatste overblijfselen van de naamvallen vinden we terug in enkele versteende uitdrukkingen zoals ‘s morgens en de procureur des konings. Vandaag de dag gebruiken we als genitief altijd 'van' in combinatie met 'de' of 'het'. Zo spreken we niet meer over 'de vader des kinds' maar over 'de vader van het kind'”, verklaart Lismont.

Taalverandering is van alle tijden, en taalfouten met de nodige ergernissen horen daar ook bij. Vroeger discussieerde men reeds over dezelfde fouten als nu. Denk maar aan de vergelijkende trap. Is het kind groter dan of als de hond? Volgens de taalnorm moeten we ‘dan’ gebruiken, maar in de volksmond krijgt ‘als’ vaak de voorkeur. "Een echt goede taalkundige reden blijkt er niet te zijn, met de nodige discussies tot gevolg", vertelt Lismont.

Sommige denken ook dat taalfouten gepaard gaan met taalverloedering, al blijkt dat vaak het tegendeel te zijn. Sommige mensen doen zo hard hun best, dat ze net fouten maken. “Denk maar aan jonge kinderen die moeite hebben met de verleden tijd. Ze kennen de regels wel, maar passen de regels bijvoorbeeld ook toe bij onregelmatige werkwoorden, waardoor ze toch fouten maken”, vertelt Lismont.

Heeft het dan zin om te zeuren over taalfouten? “Ja en neen. Het is belangrijk dat we taalregels en taalnormen hebben, want dat kan een houvast zijn voor sprekers. In bepaalde professionele contexten is het ook erg belangrijk dat we ons aan deze taalnormen kunnen houden. Maar onze taal en de taalnormen veranderen voortdurend, waardoor het moeilijk is om ze te controleren van bovenaf. Het is daarom niet slecht om je soms wat verdraagzamer op te stellen tegenover taalfouten. Kritiek houdt verandering zelden tegen. De echte taalpurist heeft ook niets te vrezen, want er zullen altijd taalfouten gemaakt worden. Je zal niet snel werkloos zijn!”, besluit Lismont.

Meer weten? Bekijk dan het integrale college van sociolinguïst Eline Lismont:

Lees ook: