Herkomst van een derde van het rundvlees in onze supermarkten onbekend, kwaliteitslabel blijkt onbetrouwbaar

16 november 2018
Stijn te Strake
Een derde van het rundvlees dat een Belgisch (kwaliteits)label heeft en in onze supermarkten ligt, is niet te traceren. Dat blijkt uit een onderzoek van Febev, de Federatie van Belgisch Vlees, dat VRT NWS in handen heeft gekregen. Het eigen kwaliteitslabel Belbeef, dat garant staat voor correct gekweekt Belgisch rundsvlees, blijkt dus onbetrouwbaar, maar toch grijpt niemand in.

Eerst even uitleggen hoe het zou moeten werken. Elk rund dat geslacht wordt in ons land, heeft een uniek oornummer. Dat oornummer zit verwerkt in een lotnumer dat je terugvindt op de verpakkingen in de warenhuizen. Op die manier zou altijd duidelijk moeten zijn welk stuk vlees van welk rund komt en waar het geslacht is. De slachthuizen moeten van elk rund het oor bijhouden, om die traceerbaarheid te garanderen. Maar dat gebeurt dus niet altijd. Het label Belbeef, een kwaliteitslabel van febev, garandeert de consument nochtans dat hij een stuk vlees eet van een Belgisch rund.

Om te controleren of het systeem werkt, voerde Febev een traceerbaarheidsoefening uit. Via DNA-staalafnames van het vlees in de winkelrekken kunnen ze achterhalen of de overeenkomstige codes ook effectief hetzelfde vlees bevatten. De resultaten waren ontstellend. Eerst en vooral bleken niet alle oren beschikbaar van de 34 afgenomen stalen (terwijl dat eigenlijk een verplichting is): slechts bij 18 ervan bleken de oren beschikbaar. Da's iets meer dan de helft.

Van de 18 DNA-stalen waar wél de oren van teruggevonden werden, was er bij 12 een match. Dat betekent dat een derde van de stalen niet getraceerd kon worden. Lees: dat de verpakking ander vlees bevatte dan het veronderstelde "Belbeef"-vlees. Ook al gaat het om een beperkt aantal staalnames, de povere resultaten doen vermoeden dat het ruimere beeld niet veel positiever zou zijn. 

Zeker omdat de versterkte controles die het FAVV, het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, uitvoerde hetzelfde beeld geven. In de slachthuizen blijkt er bij 23 procent van de ongunstige controles een probleem te zijn met etikettering en traceerbaarheid. In de snijzalen, waar het geslachte vlees naartoe gaat, loopt dat zelfs op tot 38 procent. In de vrieshuizen, waar vlees naartoe gaat voor verdere verwerking tot bijvoorbeeld diepvriesmaaltijden, loopt dat op tot maar liefst 54 procent. Wat doet vermoeden dat er bij elke stap in het proces gesjoemeld wordt.

Meer op vrtnws.be

Stijn De Groote doet het verhaal: