"Het beeld van de Bourgondische Belg die overal alcohol bij wil, klopt niet langer"

8 februari 2019
Paul van Deun, klinisch psycholoog, verbonden aan het Vlaamse expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, vertelt waarom we de roes opzoeken, of net niet.

"Het zoeken naar de roes is des mensen. En dat heeft te maken met de manier waarop op onze hersenen werken. Ons brein helpt ons een weg te banen in deze complexe wereld. Ondermeer door duidelijk te maken wat echt belangrijk is. Als we wat we belangrijk vinden ook daadwerkelijk realiseren dan komt er dopamine vrij, een neurotransmitter die ons een goed gevoel geeft. Het gebruik van roesmiddelen stimuleert net dezelfde mechanismen in de hersenen, zodat er ook dopamine vrijkomt en we ons beter voelen. Roesmiddelen werken bovendien dempend (alcohol, cannabis) of stimulerend (amfetamines, cocaïne), remmingen vallen weg, prikkels verminderen waardoor je het gevoel hebt dat je in een veilige cocon zit, en er is een loskoppeling van emotie en ratio waardoor we de controle wat loslaten. Al deze effecten worden door veel mensen als aangenaam ervaren. Vandaar dat zij die roes opzoeken. "

"Maar niet idereen heeft die behoefte. Als we naar alcoholgebruik kijken, dan zien we dat het slechts een minderheid van de Belgen is die veel drinkt. Uit de jaarijkse Gezondheidsenquête van de overheid blijkt dat 25 % veel drinkt, 25% drinkt minder dan 10 glazen per week, en de helft drinkt nauwelijks of niet. Het beeld van de Bourgondische Belg die overal een glaasje alcohol bij wil is achterhaald. Waarom denken we dat dan? Dat beeld wordt in stand gehouden door de reclame en ook bepaald door de sociale groep waarin we vertoeven. Zo drinken mensen met een intellectueel beroep significant meer. Overigens is tussen 2005 en 2015 de alcoholverkoop met 15% gedaald. Er is een duidelijke tendens om gezonder te leven en actiever te zijn na de werkuren."