"Het is beter om niet te vroeg een studiekeuze te maken"

29 april 2019
© Unsplash (neonbrand)
We hoorden Ides Nicaise van de KU Leuven in 'De Ochtend' zeggen dat studie-oriëntering bij de overgang van het lager naar het middelbaar sociale ongelijkheid in de hand werkt. "Een latere studiekeuze is veel zinvoller" reageert Piet Van Avermaet (UGent) 'Bij Debecker'.

Piet Van Avermaet, van het Steunpunt Diversiteit & Leren aan de UGent, is het daarmee eens: "Een latere studiekeuze is veel zinvoller, zo blijkt ook uit een wetenschappelijke studie en we zien dat ook in Scandinavische landen dat sociale ongelijkheid verkleint als je op latere leeftijd een studiekeuze maakt."

Kansarm

Een studie toont aan dat er wel degelijk ongelijkheidsvergrotende mechanismen zijn. De cijfers tonen aan dat kinderen uit kansarme omgevingen en uit ethnische minderheden advies krijgen richting scholen die voorbereiden op BSO en TSO-richtingen. Als de studiekeuze later komt, zoals in enkele Scandinavische landen, verkleint die ongelijkheid. Van Avermaet doet dan ook een pleidooi voor een brede eerste graad!

Ook Zuhal Demir kreeg te maken met een slecht studieadvies, zo vertelde ze bij Eric Goens in Die Huis:

Rol van leerkracht

Een studie-oriëntering gebeurt op basis van schoolresultaten, maar er is in veel scholen een rare (ongeschreven) richtlijn: leerlingen die een algemeen resultaat van 70% behalen krijgen een oriëntatie richting ASO. Een lager percentage zal eerder een oriëntatie richting BSO of TSO zijn. Maar kansarme leerlingen moeten 80% halen om een oriëntatie richting ASO te krijgen. Met andere woorden, kinderen uit een kansarme omgeving moeten meer moeite doen!

Leerkrachten sturen kansarme kinderen ook richting TSO en BSO vanuit welbevinden, ze willen het kind beschermen omdat het kind bijvoorbeeld onvoldoende ondersteuning van de ouders krijgt, maar ze beseffen niet dat ze de toekomst van het kind hypothekeren op die manier.

Ouders

Maar ook ouders spelen een rol in de studiekeuze van hun kind. "Ouders uit middenklasse-omgevingen die wachten niet tot het zesde leerjaar om een keuze te maken, zij zijn systematisch pro-actiever en vragen advies in hun netwerk naar richingen en scholen. Zij hebben ook een sociaal netwerk om minder goede punten te verbeteren, ... en gaan kritisch om met informatie van scholen", zegt Van Avermaet.

"Maar in een kansarm gezin zien we het compleet tegenovergestelde. Zij hangen veel meer vast aan de school en het advies dat daar wordt gegeven", vult hij aan. Als er pas op latere leeftijd een keuze moet worden gemaakt, hebben leerlingen meer tijd om zich te ontwikkelen en hebben zij samen met hun ouders meer tijd om na te denken over wat een goede studiekeuze zou zijn.

Lees ook: