"Het feest op de Grote Markt leek meer en meer oorverdovend Tomorrowland op een dansvloer van lege blikjes"

7 februari 2021
Luckas Vander Taelen is acteur, journalist, zanger, columnist en reportagemaker. Hij is geboren in Aalst. In zijn column voor 'De toestand is hopeloos maar niet ernstig' heeft hij het over zijn haat-liefdeverhouding met carnaval.

De steden Aalst en Binche zijn verschillend. Het Waalse Binche heeft een agrarisch verleden, met niet weinig ingeweken Vlaamse boeren. Naar Aalst, met zijn Priester Daens' industrieel verleden zijn geen Walen vertrokken.

Maar toch hebben ze een gemeenschappelijke passie die hun identiteit volledig bepaalt: het carnaval dat elk jaar sinds mensenheugenis uitbundig gevierd wordt.

Ondanks die overeenkomst zijn er twee elementen die de steden van elkaar onderscheidt. Het eerste heeft met mezelf te maken: ik ben niet geboren in Binche, maar wel in Aalst. Deze bemerking staat niet geheel terzijde, zoals dadelijk zal blijken, want wie afkomstig is uit één van die twee steden heeft te maken gehad met carnaval en heeft er onvermijdelijk een mening over. Anders zou ik u uiteraard niet onderhouden over dit thema.

Het tweede element van gebrek aan overeenkomst betreft de manier waarop Aalst en Binche omgegaan zijn met de beperkingen die de pandemie oplegt aan massabijeenkomsten.

Tot mijn eigen niet geringe verbazing besloten de bevoegde Aalsterse instanties al een hele tijd geleden dat er dit jaar geen carnaval zou zijn. 'De korte pijn' dacht de burgemeester blijkbaar en hij begon meteen over 2022.

Bij de Waalse tegenhanger Binche deed men heel lang alsof corona een Mexicaans bier was.

Bij de Waalse tegenhanger Binche deed men heel lang alsof corona een Mexicaans bier was. Pas twee maanden geleden durfde men daar aan de Gilles zeggen dat ze hun pluimen een jaar langer in de dozen mochten laten. Het was wereldnieuws in Franstalig België.

Ik heb nooit met pluimen of iets anders op mijn hoofd rondgelopen tijdens het carnaval. In tegenstelling tot zowat al mijn vrienden, voelde ik niets voor overvolle rokerige feestzalen waarvan de vloer tot een glibberige bierpiste was verworden, om me daar te mengen in eindeloze bamba's op de tonen van onmogelijke carnavalschlagers waar bezwete lijven driftig op zoek gingen naar elkaar en ik telkens weer bij het stilvallen van de kusjesdans eenzaam met een gebroken jong hart achterbleef.

Snel werd ik door mijn schoolkameraadjes gestigmatiseerd als anti-carnavalist,

Snel werd ik door mijn schoolkameraadjes gestigmatiseerd als anti-carnavalist, een schandelijk epitheton voor een Aalstenaar die geacht wordt de blinde liefde voor het jaarlijks volksfeest in zijn DNA te dragen. Slechts jaren later, toen ik Aalst al lang verlaten had, kwam ik nog eens naar de carnavalstoet kijken, in het gezelschap van een Franse radiomaker aan wie ik alles moest uitleggen. Door zorgvuldig aan een verfijnd Parijse journalist duidelijk te maken wat een Voil Jeannet is -een in vrouw verklede man, met een aftands kleed, opzichte lingerie en een versleten pelsmantel die een vogelkooi draagt met daarin een gedroogde haring- barstte ik herhaaldelijk in lachen uit. De Fransman observeerde alsof hij naar een feest van een exotische stam keek. Maar de vrijwillig naar Brussel uitgeweken Aalstenaar die ik was begreep plots de eigenzinnige charme van het carnaval.

Ik durfde het niet luidop te zeggen, maar ik was met het carnaval van mijn geboortestad verzoend. Ik troonde mijn vrouw en dochter mee, stond jaren na elkaar uren in sneeuw en regen naar de eindeloze stoet te kijken tot het allang donker was.

Het feest op de Grote Markt leek meer en meer oorverdovend Tomorrowland op een dansvloer van lege blikjes.

Maar toen begon het mis te gaan. Het feest op de Grote Markt leek meer en meer oorverdovend Tomorrowland op een dansvloer van lege blikjes. De praalwagens verstikten zich in een megalomaan, maar humorloos opbod. En dan waren er plots karikaturen die de stoet deden lijken op één uit het Nazi-Duitsand van de dertiger jaren. Bedenkingen hierover werden meteen gezien als een aanval op de eigenheid van het Aalsters feest. En zelfs in dit jaar zonder stoet lieten carnavalisten zich kennen door bedenkelijke, antisemitische posts op het internet.

Ik hoop dat die Franse radiomaker me niet zal bellen om te vragen wat er nu weer aan de hand was in Aalst. Dit keer kon ik het hem niet uitleggen. Ik zal hem moeten zeggen dat we volgend jaar misschien beter eens naar Binche zouden gaan...

Beluister de column van Luckas Vander Taelen via Radio 1 Select (Je hoort er de meest recente fragmenten van Radio 1)

Ontdek ook de andere columns uit de uitzending: