"Het liefst zou ik een woord erven van wie ik graag zag"

22 juni 2016
Het middagjournaal komt deze week van Lotte Dodion, dichter en directeur van het Vredescentrum. Haar debuutbundel "Kanonnenvlees" is onlangs verschenen en in derde druk.

Gisteren heb ik de hele nacht wakker gelegen. Het was een acuut geval van plaatsvervangend wakker liggen. Ik dacht niet aan mezelf, maar aan die Britse boekhouder die baron wilde worden. Weet ge nog? Een treurig verhaal feitelijk: iemand hoopt een heel leven als baron te worden erkend, moet dan opeens een DNA-bewijs voorleggen en blijkt uiteindelijk geen blauw bloed te hebben. Niets te titel. Tragisch.

Ik voelde de pijn van die boekhouder. Ik weet wat het is om een titel te moeten opgeven. In het vierde leerjaar had ik een ‘Egyptische periode’, een fase waarin ik dweepte met het oude Egypte. Wekenlang was het mijn ultieme droom en hoogste ambitie om farao te worden. Er circuleren effectief poëzie- albums waar ik achter droomjob ‘farao’ heb ingevuld.

Toen mijn mama zei dat farao niet voor iedereen was weggelegd, wilde ik ‘gewoon Egyptenaar’ worden.

Ook dat kon niet. Als ik nu foto’s van de piramides in Gizeh zie, steekt het nog een beetje.

Los van titels, we willen toch allemaal iets erven. Alleen weten we niet altijd wat. Weet gij het? De lampedair van tante Jeanne of de parelketting van ons moemoe?

Ik wist het niet. Dus ik heb de hele nacht wakker gelegen. Schaamteloos maakte ik een inventaris van mijn ouderlijk huis, dat van mijn grootouders, andere mensen die ik ken: wat valt er te rapen?

En misschien is het omdat ik een dichter ben, maar ik ben een sentimentele sucker.

Met spullen heb ik weinig.

Tegen de ochtend kwam ik tot de conclusie dat ik het liefst een woord zou willen erven van wie ik graag heb gezien.

Van mijn oma bijvoorbeeld het woordje ‘tuujwel’, dialect, het betekent zoiets als "toch wel". Een prachtig, koppig woord. Voor mij het taalkundige bewijs dat alles altijd kan.

Van mijn opa wil ik meenemen hoe hij zijn zinnen afsluit met de woorden "verstaat ge". Hij zegt het vragend en berustend tegelijk. Alsof hij enerzijds zeker wil zijn dat ik hem snap, terwijl hij ook weet dat wij op dezelfde golflengte zitten. Hoe hij vraagt en begrijpt tegelijkertijd, verstaat ge?

Radio 1 Select