'Het ligt niet aan u, Marc Wilmots'

18 juni 2016
Straks dus België-Ierland, een wedstrijd die het smadelijke verlies tegen Italië zou moeten compenseren. Winnen of sterven, zegt de coach van de Rode Duivels Marc Wilmots. In ieder geval, de voorbije week stonden de beste stuurlui weer eens aan wal, en zou iederéén het vanuit zijn zetel of vanop zijn barkruk het uiteraard véél beter doen dan Wilmots en alle spelers samen. Louis Van Dievel schrijft de bondscoach een brief.

Beste Marc Wilmots,

Kijk, de Rode Duivels hebben nog maar 1 match gespeeld - slecht gespeeld - en ze zijn al aangeschoten wild. De Ieren wrijven zich in de handen want die hebben met een frisse pint in dezelfde handen onze wedstrijd tegen de Italianen gezien op tv. Tien minuten Belgische druk zullen ze moeten ondergaan en overleven, en daarna zal het Belgische elftal gewoontegetrouw als een pudding in elkaar zakken. Na een half uur dom Belgisch balverlies op het middenveld, de verdediging staat te slapen, de keeper heeft zijn dagje niet en bàng, de groenhemden staan voor. In de toegevoegde tijd maken ze er 2-0 van. En uw hoofd, beste Marc Wilmots, ligt op het kapblok, het figuurlijke kapblok wel te verstaan, ik wil niemand op verkeerde gedachten brengen.

Ieder voetbalkenner die zichzelf respecteert, en iedere toogfilosoof, heeft inmiddels zijn theorie over dat collectieve falen van de Rode Duivels verkondigd. Er staat geen ploeg, dat ziet een kind. De trainer - u dus - durft niet te kiezen. De trainer maakt verkeerde keuzes. De trainer doet maar wat. De trainer - u dus - heeft geen idee, keine Ahnung, zeggen ze in het Duits. U werd zelfs te koop aangeboden op Tweedehands.be en er werd om Georges Leekens geroepen, hoe diep kan de ontgoochelde fan vallen!
Een mens van wie ik de naam uit piëteit voor mijzelf zal houden, klampte mij aan met een wel aparte en weinig frisse theorie. Wilmots stelt te veel Franstaligen op, zei hij, en te weinig blanken. Het verbaasde mij achteraf dat hij er de islam niet had bij gesleurd.

Ik denk, beste Marc Wilmots, dat het niet aan u ligt. U past maar wat op de winkel. Het spijt me als ik u daarmee kwets. Het zijn de spélers die ons teleurstellen.

Ik denk vaak dat we met tonnen en tonnen puur geluk - met hoerenchance - geraakt zijn waar we nu staan. Ik vond het al absurd toen we plots nummer 1 van de wereld bleken te zijn. Dat kon toch niet? En alltijd matig tot slecht spelen en toch winnen, dat kon toch niet blijven duren? Laat de droom dus maar vlug helemaal uiteenspatten. Laat ons opnieuw met onze voetjes op de grond komen en toegeven wat we werkelijk zijn: een elftal van weliswaar getalenteerde, maar vooral zelfingenomen, verwende en veel te veel betaalde spelers.

Met vriendelijke groet,
Louis

Radio 1 Select