"Het lijkt eergisteren dat ik net afgestudeerd wanhopig werk zocht. In mijn tijd waren er geen knelpuntberoepen."

3 mei 2020
VRT-journalist Lucas Vanclooster stopt over een maand met werken. Maar met pensioen gaan, ziet er helemaal anders uit dan hij ooit had gedacht. Want 2020 was niet alleen het jaar dat zijn zoon overleed, er kwam ook nog eens het coronavirus bovenop.

Pensioen in tijden van corona.

Het is zo ver, ik ga met pensioen. Na 45 jaar werken, 12 stielen en 13 ongelukken, 26 jaar op de nieuwsdienst van de VRT. Het lijkt eergisteren dat ik net afgestudeerd wanhopig werk zocht. In mijn tijd waren er geen knelpuntberoepen. 

Al vanaf mijn kindertijd klinkt 65 jaar als pensioen. Toen was iemand van 65 rijp voor “ouder, euh, jonger dan je denkt” met Jan Theys. 

In mijn kindertijd werkte iedereen tot 65. De ultieme positieve evaluatie van mijn grootmoeder over een stervende was: “die zal niet moeten weerkeren om te werken”. Maar er waren uitzonderingen. Een oom, rijkswachter, ging vroeg met pensioen en begon meteen in het zwart tuinman te spelen bij interessante weduwen en autorijles te geven aan hun bevallige dochters, in de Mustang van mama.

Je ziet er al veel vrolijker uit, zei mijn vrouw in december. Juist, deze sombermans zag 2020 best zitten. 

Ik zou eerst een paar dagen in de sofa of een tuinstoel hangen en het goed tot mij laten doordringen dat ik met pensioen was. En dan zag ik een gezellige maand juni voor mij. Mijn 2 kinderen in het hoger onderwijs zouden thuis studeren, ik zou hen verwennen met gezond eten, ongezonde vettigheid, wat goedbedoelde plagerijtjes, hen eens het zonlicht in sleuren…

Helaas, 2020 was nog maar 4 uur oud toen mijn zoon van 21 verdronk in het kanaal. Op slag zag alles er helemaal anders uit. Ik ben een halve vader. In juni moet ik maar 1 kind meer verwennen… En van mijn dochter mocht ik niet voor 65 met pensioen. Ze wilde op de vraag “wat doet je vader?” niet antwoorden: hij is al gepensioneerd…

Toen kwam corona er bovenop en waarde ik helemaal in een nachtmerrie rond. Met pensioen gaan, ziet er anders uit. Op de laatste dag zal ik mijn sleutels binnen brengen bij de dienst beveiliging, de deur zacht achter mij dicht trekken en mijn handen ontsmetten.

Ik weet vooral wat ik niet ga doen. Ik schrijf geen boek, ga niet op cruise en ik denk er evenmin aan om een marathon te lopen of de Tourmalet of Koppenberg te bestijgen. Een jonge minnares al evenmin. Ik zal geen speed pedelec kopen of een SUV o nee. En geen smartphone.

Alleen als de minister van media mij zou polsen om tijdelijk CEO van de VRT te worden, de huidige voorlopige is een paar jaar ouder dan ik, dàn zou ik misschien overwegen om langer te werken. Al was het maar om alle lelijke taal te verbieden: inkantelen, uitrollen, schakelen, pingpongen, het kader goed zetten of een extra laag leggen.

Als ik met pensioen ben, zullen de corona-maatregelen geleidelijk versoepelen. Een bakje troost met een lekker koekje in een fijne herberg lijkt mij een aantrekkelijk vooruitzicht. Familie en vrienden deel ik hierbij mede dat ik om de haverklap gratis kom eten en drinken.

Eens te meer zal mijn journalistieke leermeester mij de weg tonen, de legendarische helaas 5 jaar geleden overleden Urbaan De Becker. Hij heeft er ooit een bijdrage voor dit programma “De toestand is hopeloos” over gemaakt: over zijn uitstapjes na zijn pensioen, elke dinsdag zomaar op de trein stappen en zien waar je uitkomt!

65. Het heeft ook voordelen. Bij Delhaize mag ik straks ’s ochtends vroeg als eerste binnen. Het staat op het venster uitgelegd, met een pictogram van een krom ventje, geen vrouw, zwaar leunend op een wandelstok.

Wat ik me nu afvraag: zou dat soort Party-club-busreizen voor bejaarden nog bestaan, met “geheel vrijblijvende” demonstratie van potten en pannen, donsdekens en flanellen lakens, inclusief verzorgd middagmaal van pensch met appelmoes?

Beluister hier de column van Lucas Vanclooster:

Lees ook: