Het menselijke kwaad

28 maart 2020
Was Adolf Eichmann de verpersoonlijking van het kwaad? Zelf vond hij van niet.

Tegenover het tribunaal in Jeruzalem waar hij in 1961 terechtstond voor oorlogsmisdaden beweerde hij dat hij ook maar een gewone ambtenaar was die zijn job deed. Ook al was dat dan het organiseren van de transporten van miljoenen Joden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Hij deed gewoon wat hem werd opgedragen. ‘Befhel ist Befhel’.

De banaliteit van het kwaad, noemde Hannah Ahrendt dat achteraf in haar beroemde boek over het proces. Eichmann was geen monster. Hij deed maar wat. Zelfs een onbenullig ambtenaartje is tot de grootste gruwel in staat.

Daar is nadien veel kritiek op gekomen. Eichmann was een volbloed antisemiet die in de rechtbank gelogen heeft, zo weten we ondertussen. Toen hij nog in Argentinië ondergedoken leefde voerde hij maandenlang gesprekken met de Nederlandse ex-SS-er Willem Stassen. Die had gehoopt dat Eichmann hem wilde helpen om de Holocaust te ontkennen. Dat deed hij niet.

In een van de opnames betreurt de voormalige Obersturmbannführer dat het hem niet gelukt is om alle Joden te vermoorden. Eichmann wist dus wat hij deed. Maar wat leert ons dat over het menselijk kwaad?

Ben je een slechter mens als je willens en wetens misdaden pleegt? En telt ideologie als excuus? Wir haben es nicht gewußt. Ik was verblind door het nazisme. Of door IS. Sorry. Wat moet je daar mee als rechter? Als journalist? Als mens?

Dat soort vragen stelt filosoof en jurist Klaas Rozemond zich in zijn boek: ‘Het menselijk kwaad’. De antwoorden staan er niet bij. Dat heb je met filosofie. Maar de denkoefening is uiterst boeiend. Maar nog: ze is levensnoodzakelijk. We moeten blijven nadenken over het kwaad. Ook al leren we er niks uit.

Beluister het volledige gesprek :