Het zand geraakt op

21 april 2017
Bent u al eens in het Lege Kwartier geweest? Dat is de woestijn in het zuiden van Saoudi-Arabië, met uitlopers naar Jemen, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. Wij zijn daar ook nog nooit geweest, maar we hebben er wel een beeld van: er is daar niets. Alleen maar zand. Zand in overvloed.

Even opgezocht: het Lege Kwartier - Rub al Khali zeggen ze in Saoudi-Arabië - is zeshonderdvijftigduizend vierkante kilometer zand zand zand. Uitgerekend in de grootste zandwoestijn ter wereld kwam Nick Meynen er achter dat er in onze moderne samenleving een nijpend zandtekort dreigt.

Dat klinkt een beetje ongeloofwaardig. Alsof je tijdens een cruise midden op de oceaan te horen krijgt dat het drinkwater op is. Dat kan: zeewater is wel nat, maar niet drinkbaar. Zoiets is er ook aan de hand met woestijnzand: dat bestaat uit perfect ronde zandkorrels, afgesleten door wind en erosie. Ronde zandkorrels kan je niet gebruiken om er beton van te maken.

Daar knelt het schoentje: betonzand wordt stilaan schaars. Het is één van de grondstoffen die stilaan op geraken. En we verbruiken véél betonzand. In Dubai staat de hoogste toren ter wereld, de Burj Khalifa, 828 meter hoog. 330.000 kubieke meter beton zit er in. Het zand dat ze daarvoor hebben gebruikt komt niet uit de woestijn vlakbij, maar is per schip aangevoerd uit Australië. 

Nick Meynen is een geograaf en heeft een fascinerend boek geschreven waarin het hoofdstuk over zand één van de verrassendste verhalen is. Wij hadden er nooit bij stilgestaan dat er zoiets als zandhonger bestaat, en dat de handel in zand zware gevolgen heeft voor het milieu. Nick zit aan de Interne Keukentafel, dus zaterdagmiddag meer.

En zaterdagavond nog meer: in Vranckx op Canvas gaat het om tien over acht ook over de zandmaffia.