"Het zijn maar gevangenen!", zo denk ik niet

30 mei 2016
"Het afnemen van je vrijheid mag je echt nooit onderschatten. Die straf op zich is al gigantisch. Ik vind dat die mensen -ondanks alles- recht hebben op de paar basisdingen die ze zijn toegewezen," vertelt Otto-Jan Ham. Hij zat zelf ooit even in een gevangenis en besefte toen hoe relatief vrijheid is.

"Bij een alcoholcontrole in Amsterdam liep ik tegen de lamp. Ik bleef rustig en hoopte dat op een deftige manier af te handelen. Toen bleek dat ik een Belgische nummerplaat had, sloeg de sfeer echter helemaal om. Voor ik het wist, was ik afgevoerd naar een politiecel en was er geen vriendelijkheid meer te bespeuren. Ik kon daar ook niets tegen inbrengen. Je zit daar dan een paar uur zonder dat je iets weet," vertelt Otto-Jan.

"Toen ik vrij werd gelaten, deden ze een tweede controle. Toen was ik uiteraard nuchter. Ik moest dan 35 euro betalen en die had ik niet bij. Met de kaart betalen ging niet en geld afhalen mocht niet zonder een begeleidend agent. Zo vloog ik terug in de cel. Je bent gewoon overgeleverd aan de grillen van de politie. Ik besefte toen dat het zomaar ineens over kan zijn. Je hoort genoeg verhalen van mensen die een stommiteit uithalen, zeker in het buitenland. Ineens zit je daar dan en heb je niets meer."

Otto-Jan heeft trouwens wel begrip voor de stakingen, maar er zijn grenzen.

Ik probeer altijd sympathie te tonen voor de situatie waarin mensen zich bevinden, maar dit hou je niet vol. Ook die sympathie niet, vrees ik.