Hoe kan je vermijden dat je kind verdwaalt? En wat als het toch gebeurt? Tips van Alain Remue (Cel Vermiste Personen)

22 juni 2022
© VRT
Elke zomer staan ze in de kranten of op de sociale media: de verdwaalde kindjes aan zee. Elke ouder kan zich op die momenten meteen de paniek inbeelden. Maar ook volwassenen lopen wel eens verloren, tijdens een wandeling bijvoorbeeld. In welke mate kan je dit voorkomen? En wat als het toch gebeurt: wat zijn de eerste stappen die je moet ondernemen? Alain Remue van de Cel Vermiste Personen van de Federale Politie geeft tips in ‘De Wereld van Sofie’.

Afgelopen weekend raakte een Brusselse jongen van 9 verdwaald in Oostende. Wat volgde was een grote zoekactie, tot hij uiteindelijk rond 16.30 u. werd teruggevonden in Westende, zo’n tien kilometer verder. Hij was zelf tot daar gewandeld. Eerder die dag liepen nog een 5-tal kindjes verloren aan de kust. Zij werden gelukkig allemaal relatief snel teruggevonden.

Jaarlijks verdwalen er ook volwassenen tijdens wandelingen. Wat kunnen we doen om te vermijden dat wijzelf of onze kinderen verdwalen? En stel dat je de weg kwijt bent, wat doe je dan best? Vragen voor Alain Remue van de Cel Vermiste Personen.

Welke afspraken maak je best op voorhand met je kind?

“Je zorgt natuurlijk best dat het niet gebeurt” geeft Remue als eerste tip. “Met andere woorden: hou je kleine mannen in de gaten.”

“Je kan ook op voorhand een aantal afspraken maken. Aan zee hebben we bijvoorbeeld een project samen met Studio 100 en Child Focus rond de verdwaalpalen.” Spreek dus af waar je kind naartoe moet gaan, wanneer hij of zij je niet meer terugvindt. Aan de rode bol bijvoorbeeld. Of aan de groene appel.

Soms zijn er geen verdwaalpalen in de buurt. Wijs hen dan op andere herkenningspunten, zoals een een specifiek huis of een reclamebord.

Lees verder onder de foto

Spreek met je kind af dat het naar een verdwaalpaal moet gaan, wanneer hij of zij je niet meer vindt (© Maaike Tijssens)
Spreek met je kind af dat het naar een verdwaalpaal moet gaan, wanneer hij of zij je niet meer vindt (© Maaike Tijssens)

Zorg er ook voor dat je kind weet hoe een redder eruitziet. “Die mensen zijn heel herkenbaar, en dragen dezelfde kledij. Dat zijn ook mensen die je kan vertrouwen. Zomaar iemand aanspreken blijft een dubieuze zaak.”

Raad je kind ook aan om niet te blijven verder stappen. “Onderschat je kinderen niet, ze blijven stappen. Dit weekend stapte het 9-jarige jongetje uit Brussel 10 km. Dat valt nog mee: er zijn er bij die verder stappen.”

Wat als je kind verdwaalt aan zee?

Als je echt de pech hebt, dat je kind toch verdwaalt aan zee: verwittig dan zo snel mogelijk de redders. “Zij gaan op hun manier de zaak aanpakken, bijvoorbeeld met audioberichten over het strand. Ze gaan ook onmiddellijk alle andere redders dispatchen, en hen de boodschap geven om op alle centrale plekken toezicht uit te oefenen.”

Met echt warm weer, en een propvol strand is zo’n zoekactie niet altijd evident. “Soms moeten we wachten tot het strand begint leeg te lopen, omdat het dan gemakkelijker wordt om te zoeken.”

Vertel ook aan de redders welke kledij je kind draagt” zegt Remue. “Als je niet zeker bent, welke kleur zwembroek je kind draagt: vermeld dan ook geen kleur. We hebben het al meegemaakt dat mensen zeggen dat we moesten zoeken naar een ventje met een rode zwembroek. Maar toen we het kindje vonden, bleek het een blauw zwembroekje aan te hebben.”

Als je niet zeker bent, welke kleur zwembroek je kind draagt: vermeld dan ook geen kleur.

Wat als je kind verdwaalt in het bos?

Ook in een bos blijft je kind best staan, van zodra hij of zij je kwijt is. “Raad hen wel aan om naar een open plek in het bos te gaan. Want op een open plek kan men je zien vanuit de lucht. Dat geldt trouwens ook voor volwassenen.”

“Als je onder de bomen blijft in een dicht bos, ziet men je niet. Infraroodcamera’s kunnen niet door een dicht bladerdak kijken.”

Als je onder de bomen blijft in een dicht bos, ziet men je niet.

“Indien het nacht is, en je ziet ergens licht: ga dan in de richting van het licht” zegt Remue ook. “Al kan dat ook een afweging zijn. Want zo kan je bij een rivier terechtkomen die je niet kan oversteken. Dan ben je weg van je originele zone, maar zal je het licht toch niet kunnen bereiken.”

Verdwaal je in het bos? Ga dan naar een open plek. Dan kan men je zien vanuit de lucht. (© Irina Iriser, Unsplash)
Verdwaal je in het bos? Ga dan naar een open plek. Dan kan men je zien vanuit de lucht. (© Irina Iriser, Unsplash)

Waar moet je gaan zoeken?

Er zijn twee plekken waar je moet zoeken, zegt Remue. Hij wijst op twee termen uit de ‘search and rescue’: PLS (Point Last Seen) en LKP (Last Known Position).

PLS: De plaats waar de vermiste voor het laatst met zekerheid werd gezien. “Vandaar starten we altijd.”

LKP: De plaats waar je kan vermoeden waar de persoon nog is geweest. Of de plaats waar je voorwerpen en aanwijzingen vindt die rechtstreeks naar de persoon verwijzen. Bijvoorbeeld: een petje van een vermiste jongen. “Je weet niet of hij het petje daar is verloren, of dat iemand het daar heeft gelegd, maar het is wel een belangrijk element in onze zoektocht.”

Hoe moet je gaan zoeken?

De ene persoon heeft een goede oriëntatie, de andere helemaal niet. Soms is er sprake van risicopersonen, zoals mensen met medische problemen, met dementie, etc. “Er zijn verschillende manieren van verdwalen, en verschillende omstandigheden. Je kan ook verloren lopen op een plek die je wél kent, maar waar het heel druk is.”

Het profiel van de vermiste bepaalt ook hoe je moet zoeken” zegt Remue. “Als je een kind van 3 à 4 jaar moet zoeken, moet je je proberen in de plaats te stellen van dat kindje. Ga dan even op je knieën of hurken zitten, en kijk dan eens rond. Dan zie je andere dingen dan vanop 1m80. Dan zie je bijvoorbeeld onder een boom een oud hondenhok.”

Als je een kind van 3 à 4 jaar moet zoeken, moet je je proberen in de plaats te stellen van dat kindje.

“Ik heb het al meegemaakt dat we alle middelen mobiliseerden, en dat het kind uiteindelijk bleek te slapen in een kast in een woning” zegt Remue. "Onderschat die kleine mannen niet", besluit hij.

Onderschat die kleine mannen niet.

Lees ook