Hoe kunnen we iemand met autisme herkennen?

12 september 2016
Vaststellen of iemand autisme heeft of niet, is niet zo evident. Je kan immers geen bloed trekken, geen DNA-test afnemen, of geen mammografie laten doen. De diagnostiek gebeurt vandaag nog steeds op basis van gedrag. Peter Vermeulen van Autisme Centraal vertelde er meer over aan de keukentafel van Interne Keuken.

Hoe kan je vaststellen dat iemand autisme heeft? Daarvoor kijkt men tot nader order hoe iemand reageert of zich gedraagt. Want via biologische markers zoals bijvoorbeeld een bloedtestje kom je niks meer te weten. Er gebeurt wel heel veel onderzoek naar de hersenen van mensen met autisme. En daar vindt men wel allerlei dingen die anders lopen dan in een niet-autistisch brein. “Maar tot op heden is dit niet bruikbaar voor individuele diagnoses” zegt Peter Vermeulen van Autisme Centraal.

Op Wikipedia worden er alvast vier klassieke types beschreven: het afzijdige of inalerte type, het passieve type, het actief-maar-bizarre type, of het stijf-formalistische of hoogdravende type. Herkenbaar, vindt Vermeulen. Hij maakt een vergelijking met voetbal:

 

Stel je voor dat je niks van voetbal snapt, maar je wilt wel meedoen? Dan zijn er bij mensen met autisme vier mogelijke reacties:

Het afzijdige type: probeert even mee te doen, maar gaat snel aan de kant staan.

Het passieve type: doet mee omdat het van hem verwacht wordt, maar zal pas actief meedoen als hij instructies krijgt.

Het actief-bizarre type: begrijpt er niks van, maar stormt het veld op. Hij vindt het leuk om mee te doen, maar speelt zijn eigen versie van voetbal. Dit komt bizar over.

Het hoogdravende type: benadert het voetbal intellectueel. Hij gaat alle regels van het voetbal bestuderen, en valt je ook lastig met die regels, tot in de details. Op die manier is het spel niet leuk meer.

Maar uiteraard mogen we mensen met autisme niet tot deze vier hokjes beperken. Zo heb je bijvoorbeeld ook mensen die op school afzijdig zijn, maar die thuis wel actief zijn. Voeg daaraan toe dat de regels van het leven anders zijn dan de regels van het voetbal. “Hoe we met elkaar omgaan ligt niet vast” zegt Vermeulen “Want sociaal contact draait ook rond ongeschreven regels. Of regels die contextgevoelig zijn”.

 

Onderzoek Universiteit Gent

Nieuw en belangrijk is ook een onderzoek van de Universiteit Gent. Daar ontdekte men een link tussen de tastzin van mensen met autisme en hun moeilijkheden in de sociale omgang. De experimenten gebeurden met het beeld van een houten hand. We citeren:

Het menselijke brein geeft normaalgezien heel snel aan wanneer de tastprikkel van een ander niet klopt met de eigen tastzin. Dat betekent dat hersenen van mensen zonder ASS snel signaleren dat een tastprikkel van een vinger die een oppervlak aanraakt, niet overeenstemt met wat zij zelf voelen.

Uit het UGent-onderzoek blijkt dat dit anders verloopt in de hersenen van volwassenen met ASS. Hun brein signaleerde veel minder sterk dat de tastprikkel van buitenaf niet klopte met het eigen tastgevoel. (Lees meer)

 

“Noem mensen met autisme geen patiënten” wou Peter Vermeulen tot slot ook nog kwijt. Het is een eigenschap, of een kwaliteit, of een stoornis. “Maar een ziekte is het zeker niet. Want van een ziekte kan je genezen.”