Hoe Kyoko Scholiers haar portefeuille terugvond

21 november 2017
Herlees hier het volledige verhaal van wat Kyoko Scholiers meemaakte in New York.

2010. Ik pak in voor mijn reis naar New York city, waar ik met een bevriendde New Yorkse speler zal gaan brainstormen over een project dat we samen willen doen.

Ik heb geen Visa-kaart en mijn bank laat me de dag voor vertrek weten dat ik in de US geen geld zal kunnen afhalen met mijn bankkaart, omdat ik dat niet op voorhand aangevraagd heb. Ik laat dus snel nog 800€ wisselen in dollars, genoeg om de hele periode in New York mee te overbruggen, en ik stop dat pak geld in mijn portefeuille achter mijn reispas. Ik heb een oud gsm-toestel dat het niet doet buiten België, dat wist ik al van eerdere trips, dus ik noteer nog vlug het adres en telefoonnummer van mijn New Yorkse vriend, en steek ook dat briefje in mijn portefeuille.

De volgende dag: het is al laat en donker wanneer ik na een tussenlanding van enkele uren in Dublin, waar ik snel St Patrick’s cathedral bezoek, landt op JFK. Ik ben verschrikkelijk moe en besluit een taxi te nemen naar mijn hotel. De chauffeur is een vriendelijke Indiër met een indrukwekkende tulband. Ik neem plaats naast hem. Hij vraagt waar ik moet zijn. Ik meen het adres uit mijn hoofd te kennen, dus bespaar mezelf de moeite het briefje met alle nodige hotel-info in mijn portefeuille te gaan zoeken, en ik vraag hem mij naar het hostel op de kruising van West 110th en Broadway te brengen.

We komen aan bij het door mij opgegeven adres is een donkere woonwijk. Er is in heel de straat geen hostel te zien. Ik check de straatnamen op de plakkaatjes: alles klopt. En toch: geen enkel hotel, geen enkel lichtje, alleen maar donkere woonblokken. "Mijn hotelbriefje!", denk ik. Ik open mijn rugzak en begin te zoeken, maar ik vind geen portefeuille. Ik haal alles uit de rugzak: niks. Ik begin te zoeken naast en onder de passagierszetel: geen portefeuille. Ik ben de naam van het hostel vergeten. Het adres weet ik blijkbaar ook niet meer. Ik heb geen geld om de taxirit mee te betalen. Ik heb geen nummer van mijn New Yorkse vriend. Ik sta in een donkere New Yorkse straat, zonder paspoort, met als enige metgezel de taxichauffeur. 

Ik zie geen uitweg en begin heel erg hard te huilen. De man probeert me een beetje hulpeloos te bedaren. Hij stelt voor verder te rijden, misschien heb ik me van straat vergist. Ik kan niets meer uitbrengen en knik. Terwijl ik hartstochtelijk verder huil over mijn verloren portefeuille, kamt hij de buurt blok voor blok uit, tot we op een hostel botsen: "Broadway hostel, kan dat het zijn?" vraagt de chauffeur, "kan het zijn dat je 110th verwarde met 101th street?" Dat blijkt het geval. Die nacht doe ik geen oog dicht.

De volgende ochtend vind ik - gravend in mijn geheugen - gelukkig te voet de weg naar mijn vriend zijn appartementje in Upper East. Terwijl ik hem uitgeblust vertel wat er is gebeurd, krijgt hij telefoon. Een man zegt dat hij dit telefoonnummer gevonden heeft in een portefeuille die hij vond op straat. Of hij Kyoko Scholiers kent. En of we kunnen afspreken, in Lower Manhattan. Hij zal ons opwachten om tien over twaalf, wanneer hij zijn lunchpauze heeft.

Ik ben dolgelukkig. "Hij heeft niets gezegd van geld", zegt mijn vriend. Maar ik zal op z’n minst zonder problemen terug thuis geraken, als ik mijn paspoort terug heb. Op het afgesproken tijdstip staan we op het afgesproken punt. Een rosse man met een ietwat trieste blik spreekt mij aan. Ben jij Kyoko? Ja, zeg ik. Je hebt geluk gehad, Kyoko. Hij haalt mijn portefeuille uit zijn jaszak. Dank je, zeg ik. Verschrikkelijk bedankt. De man is weg voor ik het door heb.

Ik kijk in de portefeuille en vind daar het volledige pak geld. Geen dollar ontbreekt. Ik ben totaal in de war en het is mijn vriend die zegt: je moet hem bedanken! Geef hem wat geld. Ik loop achter de man aan, maar hij weigert het geld. "Er is wel één ding dat je voor mij kan doen, als je mij echt wil bedanken". "Eender wat", zeg ik. "Ik vond in je portefeuille een toegangsticket voor St Patricks’ Cathedral in Dublin. Ik ben zelf Iers, maar ik denk niet dat ik er ooit nog ga geraken. Als jij er ooit nog eens komt, zou je dan een kaarsje willen branden voor mijn overleden dochter?"

Luister naar haar verhaal: