Ja, de prijzen stijgen fel, maar niet zo fel als de meesten denken: "Vooral lage inkomens hebben hulp nodig"

15 juni 2022
Hoe akelig hoog de inflatie momenteel ook staat, we hebben de neiging om de prijsstijgingen te overschatten. Dat leert een grootschalige enquête van het weekblad Knack. In werkelijkheid blijkt de befaamde Belgische middenklasse zich nog altijd vrij goed recht te houden. De situatie van de lagere inkomens is veel zorgwekkender.

De inflatie schurkt tegen de 9 procent aan en staat daarmee op het hoogste niveau in 40 jaar. Lees: iets waar je vorig jaar 100 euro voor betaalde, kost nu bijna 109 euro. Niks om luchtig over te doen dus. "En toch overschatten mensen de prijsstijgingen", stelt Knack-journalist Ewald Pironet in 'De Ochtend'. Het weekblad schakelde het gespecialiseerde bureau Kantar in om eind mei 2.003 volwassen Belgen te bevragen over hun koopkracht.

Zo werd hen gevraagd hoe hard ze denken dat de prijzen voor voeding gestegen zijn. "De voedingsprijzen zijn gemiddeld met 6 procent gestegen", weet Pironet. "Maar de meesten denken dat dat veel duurder geworden is: bijna 10 procent denkt zelfs dat het meer dan de helft in prijs is gestegen. Dat is een enorme overschatting van de inflatie, die wel degelijk erg hoog is. We denken dat het nog veel erger is dan het vandaag is."

Als hij dat voorlegt aan gedragseconomen vinden die dat niet zo verbazingwekkend. "Dat is volgens hen het gevolg van de vele aandacht die de media daaraan geven. Het is normaal dat wij daarover berichten. Maar door dat voortdurend te herhalen, wordt dat ook overschat."

Grote verschillen
Hoe we die inflatie dan echt voelen, volgens de enquête? In werkelijkheid zijn er grote verschillen tussen bevolkingsgroepen. Ongeveer 1 op de 3 Belgen zegt zelfs nog niks hebben bespaard sinds het begin van de energiecrisis. "Bij 50-plussers bespaart bijna 40 procent niet. Maar bij de lage inkomens (onder de 1.500 euro, red.) wordt wél hard bespaard. Die lijden echt onder die prijsstijgingen."

Drie op de vier gezinnen in die lage inkomensgroep schrapten bepaalde uitgaven. Bij de huishoudens met een inkomen tussen 4.500 en 6.000 euro heeft bijvoorbeeld maar de helft gesneden in de uitgaven.

Waar er dan vooral op wordt bespaard? Bovenaan staat het horecabezoek, gevolgd door kledingaankopen en energie. Het is geen opbeurende economische boodschap voor bepaalde sectoren, ziet Pironet. "De horeca en de kledingboetieks hebben net al zware klappen gekregen tijdens de coronacrisis. En nu vertellen mensen dat ze daar weer op besparen. Er wordt bijvoorbeeld veel minder bespaard op vakanties of op culturele uitgaven."

De buffer van de middenklasse

Energie staat uiteraard hoog in dat besparingslijstje. Wie daar iets aan probeerde te doen, koos er vooral voor het huis minder te verwarmen of te proberen het verbruik van lichten en apparaten naar beneden te krijgen. Zowat 1 op de 7 mensen gingen zelfs met hout verwarmen om minder gas of elektriciteit te verbruiken.

Essentiële zaken als voeding en gezondheidszorg staan wat lager in het besparingslijstje. Maar bij de lage inkomens, of bij werklozen en inactieven wordt er vandaag op die vlakken veel meer beknibbeld en dat zijn besparing van een derde tot zelfs de helft. "Dat is toch dramatisch?", vindt Pironet.

Dat verschil tussen bepaalde groepen komt in deze enquête sterk naar voren, ziet hij. En dat geeft te denken voor het beleid. "De regering heeft vrij algemene maatregelen genomen, die voor iedereen gelden, bijvoorbeeld de btw-verlaging van 21 procent naar 6 procent op energie. Maar niet iedereen heeft die btw-verlaging nodig. De mensen met een laag inkomen moeten worden geholpen. Er is een grote groep mensen die niet bespaart, die een goede buffer heeft. Die befaamde middenklasse kan dus tegen een stootje. Ondanks de hoge inflatie ziet die toch niet zo hard af."

Bron: vrtnws.be en 'De Ochtend'

Lees ook