Hoe wordt een ruimtesonde bestuurd en geland?

23 februari 2016
Een ruimtesonde wordt de atmosfeer in gestuurd, en landt dan maanden later op een andere planeet, zoals bijvoorbeeld op Mars. Maar hoe gaat dat precies in zijn werk?

Eddy Neefs is hoofd van de ingenieursafdeling van het BIRA, het Koninklijk Belgisch Insituut voor Ruimte-Aeronomie. Volgende maand stuurt hij het NOMAD-instrument met de ExoMars missie mee richting Mars.

Dé man om al onze vragen aan voor te schotelen, dus.

"Het is niet evident om een ruimtesonde op de juiste plaats te krijgen" zegt Eddy. Maar de wetenschappers proberen het toch!

Het traject van een ruimtesonde verloopt in verschillende fasen:

Fase 1:

In de eerste fase van het traject is de lander of rover nog aanwezig aan boord van de ruimtesonde. Dit deel van het traject wordt vooraf berekend, maar kan ook worden gecontroleerd. Het is mogelijk om onderweg het traject bij te sturen, door gebruik te maken van brandstof.

Fase 2:

De tweede fase is meer onzeker. De lander of rover wordt losgemaakt van de sonde. Het duurt dan nog een aantal dagen om naar de planeet toe te reizen. Deze fase is berekenbaar, maar niet meer bestuurbaar. De rover of lander is dan onderhevig aan de zwaartekracht van de planeet.

Fase 3:

Tijdens de laatste fase komt de rover of lander terecht in de atmosfeer van de planeet. Hier zijn externe invloeden mogelijk van winden of andere wrijvingsverschijnselen. Op die manier kan het toestel de landingsplaats met een aantal kilometer missen. "Het is een kwestie van geluk" zegt Eddy Neefs.

Conclusie

Het cruciaalste moment is het lossen van de sonde. Op dat moment moeten de positie en de snelheid ideaal zijn. Na het lossen wordt de sonde aan zijn lot overgelaten. "Maar meestal komt het ongeveer goed" aldus Eddy neefs.

Deze vraag werd gesteld door Pieter Timmermans in De Bende van Annemie:

 

Foto © Getty Images