Iedereen kan een superheld zijn op de arbeidsmarkt

31 januari 2017
Stripverhalen spelen een belangrijke rol in het leven én het werk van Fons Leroy, de grote baas van de VDAB.

Zijn grootouders knipten elke dag een stripstrook uit hun krant, respectievelijk van Nero en Suske en Wiske. Na drie maanden had je genoeg voor een volledig album en naaiden ze die stroken aan elkaar. Zo kreeg hij elke drie maanden een 'nieuw' Nero- of Suske en Wiske-album cadeau. Via die strips leerde hij de wereld kennen. Suske en Wiske reisden de aardbol rond, hijzelf geraakte als kind niet verder dan de Belgische kust. Voor een arbeidersjongen uit Helchteren was dat al een hele trip. 

Toen hij rechten studeerde in Leuven gaf hij zelf een eigen striptijdschrift uit, dat hij drukte op een stencilmachine en verkocht aan de Alma. Een aardige bijverdienste. Hij tekende zelf ook strips in het blad. Niet in de stijl van Nero of Suske en Wiske maar in die van de Amerikaanse Underground Comics. Want intussen had hij kennis gemaakt met de Amerikaanse stripcultuur, toen hij als vakantiejob tabak was gaan plukken in Canada.

Hij raakte ook gefascineerd door de typisch Amerikaanse superhelden van Marvel Comics. Wat Fons Leroy vooral interessant vindt aan die superhelden is dat ze allemaal een alter ego hebben in het gewone leven. Zo is Peter Parker, het alter ego van Spiderman, eigenlijk een nerd, een kneusje zonder veel sociale vaardigheden.

In zijn recentste boek Work Action Heroes gebruikt Leroy die superhelden als metafoor voor de arbeidsmarkt. Werkzoekenden denken vaak dat ze weinig kansen hebben. Maar als een snul als Peter Parker dankzij zijn bijzondere krachten kan veranderen in Spiderman, kan ook iemand die werk zoekt dankzij unieke talenten uitgroeien tot een superheld op de arbeidsmarkt.