"Iedereen vindt eindelijk dat we parlementsleden moeten behandelen zoals andere mensen"

14 september 2016
De voorzitters van de verschillende parlementen in ons land hebben nog altijd geen akkoord bereikt over een nieuw pensioenregime voor parlementsleden. Volgens Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) is er wel vooruitgang geboekt. Dat vertelde hij in De Ochtend.
Waals Parlementsvoorzitter André Antoine kondigde gisteren aan dat de voorzitters van de parlementen in België het eens geraakt waren over een nieuw pensioenregime voor parlementsleden. Maar dat bleek voorbarig. Kamervoorzitter Siegfried Bracke (N-VA) ontkende later op de avond dat er al een akkoord was. Er is wel een stap vooruit gezet, klonk het.

Nadat de federale regering had besloten om de wettelijke pensioenleeftijd tegen 2030 op te trekken tot 67 jaar, staken steeds meer stemmen de kop op om ook het pensioenregime voor parlementsleden te herzien. Het onderwerp stond dinsdag op de agenda van een bijeenkomst van de conferentie van parlementsvoorzitters. Er was "een grote convergentie", vatte Antoine daarna samen.

Vanaf 2019 zal de pensioenleeftijd vastgelegd worden op 67 jaar en kunnen parlementsleden rekenen op een volledig pensioen na een mandaat van 45 jaar. Ook tijdens de vorige legislatuur vond al een hervorming plaats, die in 2014 in werking trad. Die legt de pensioenleeftijd voor volksvertegenwoordigers vast op 62 jaar, met een volledig pensioen na een carrière van 36 jaar. Voordien konden parlementsleden al op 55 jaar met pensioen, met een volledig pensioen vanaf 20 jaar carrière.

De Waalse en Brusselse parlementen drongen erop aan om parlementsleden een outplacementregeling en recht op een werkloosheidsuitkering te geven indien ze na 2019 niet meer in het parlement zouden terugkeren.

Ten slotte is ook beslist om het voorzitterschap van de conferentie van de voorzitters van de parlementaire assemblees volgens een rotatiesysteem te organiseren. Tot dusver was dat voorzitterschap steeds in handen van de Kamervoorzitter.

 

"Niet dringend"

Kamervoorzitter Bracke betreurt de indiscretie van Antoine. "In oktober komen we opnieuw samen en dan bekijken we het opnieuw. Het is trouwens niet dringend: de eerste pensioenen worden pas in 2019 opgenomen", aldus Bracke.

Volgens de huidige regeling kunnen Kamerleden rekenen op een volledig pensioen na een mandaat van 36 jaar, met een minimumleeftijd van 62. Al wie voor de verkiezingen van 2014 al twintig parlementaire jaren op de teller had, geniet echter nog van de oude regeling. Concreet hebben zij op dit moment dus nog steeds uitzicht op een volledig pensioen na twintig jaar in het parlement, met 55 als minimumleeftijd, vervroegbaar tot 52.

Bron © deredactie.be

Beluister het volledig interview uit De Ochtend:

Radio 1 Select