"Iedereen zit in mijn mailbox"

5 februari 2019
De geest is uit de fles. Annemie Peeters vindt géén variant die beter zegt wat er de afgelopen week gebeurd is.

(*): fifty-fifty: project van Annemie Peeters met bedoeling vijftigers op de andere kaart dan de stereotiepe te zetten, omdat vooroordelen alleen maar zorgen voor bestendiging van achterhaalde situaties

De geest is uit de fles.

Ik besef dat het hoogdravend klinkt en ook alsof ik het overzicht nu al kwijt ben, maar ik vind géén variant die beter zegt wat er de afgelopen week gebeurd is.

Dus is de geest uit de fles, sinds de lancering van fifty-fifty (*).

Dat is één week geleden. Fifty-fifty lanceert zich via thema’s; het eerste was werk en het ontberen daarvan. 

Sinds we dat hebben gelost in De Zevende Dag en Bij Debecker, zit iédereen in mijn mailbox. Het klinkt aanstellerig zelfs, maar het is wat het is en het is vooral ernstig.

Iederéén is niet écht iédereen (een dichterlijke overdrijving mag op zijn tijd, zegt mijn beginnendebloggershandboek), maar het is ook geen handvol.

Het is, laten we zeggen, half vijftigplus Vlaanderen (niét dichterlijk overdreven).

Die helft bestaat uit twee subcategorieën. De ene, dus een kwart, uit vijftigplussers-zonder-werk-die-veel-liever-wél-zouden-werken. Het andere kwart zijn vijftigplussers-mét-werk-maar-die-ook-uit-dié-toestand-weg-willen-omdat-het-werk-waartoe-ze-nog-in-staat-worden-geacht-hen-geen-enkele-voldoening-geeft.

De twee kwarten hebben gemeen dat ze ongelukkig zijn. En vijftigplus, uiteraard.

Tussen de mails zitten er ook van werkgeversorganisaties, HR- en interimbureaus, vakbonden en politici, maar die tel ik voorlopig niet mee omdat ik ze alsnog op afstand hou; hen wil ik eerst aan een selectietest onderwerpen om zeker te zijn van hun zuivere bedoelingen. Ik zeg niét dat ze niet mogen meedoen.

ATV wil het fifty-fifty filmpje. Voor Knack maakt Karl een portret. Ik mag in de rubriek ‘mensen van belang’ (‘belang’ zoals in Belang van Limburg en niet zoals in belangrijk) .

De Morgen belt me voor ‘Wellesnietes’ en moet haar nieuwe rubriek na één week ei zo na afvoeren omdat niémand de rol van de ‘nietes’ wil spelen. De dappere die uiteindelijk bereid blijkt, heet Gert Peersman, is professor economie aan de UGent, en zegt in de krant dat vijftigers niet zo moeten klagen, omdat ze ‘in de jaren zeventig goedkoop een huis hebben kunnen kopen en het spaargeld van de volgende generaties hebben afgeroomd’.

Waarop ik graag de rol van ‘maargijdwaalt’ zou spelen, maar zo werkt dat soort rubrieken niet.

Toch dwaalt prof Peersman, ttz vergist hij zich van generatie: wij vijftigers waren pubers in de jaren zeventig; wij gingen dansen in de dorpsjeugdclub, wij schreven gedichten, maar we kochten géén huizen en ook geen goedkope.

Ik zit nu ook op Facebook.

Daarmee loop ik een eeuw achter, of minstens vijftien jaar, maar het is dat we een Fifty-Fifty-pagina hebben en dat je daar zonder eigen profiel niet op kunt.

Ik heb daarmee mijzelf, naar het schijnt, gezet in een typisch vijftigershok. Jongeren vinden Facebook niet meer interessant.

Maar het is niét omdat je vecht tegen hokdenken, dat je niet af en toe toch in zo’n hok mag gaan zitten.

Mijn verblijf in het hok zal beperkt zijn in tijd, weet ik nu al; Facebook blijkt al na twee dagen in die mate inbeslagnemend en dwingend, dat ik doorgaans doe alsof het niet bestaat.

Al lees ik er boeiende posts op.

Eén die zegt dat het opzijschuiven van vijftigplussers op werkvloeren véél veel subtieler gebeurt dan ik in mijn podcast beschrijf bv. Waarop hij geen voorbeelden geeft, maar inherent aan dingen die tussen de regels gebeuren is hun woordenloosheid, precies daarom niet echt te vatten en nooit te bewijzen.

Subtiliteiten zitten in bijwoorden. Zij kan ‘nog’ hard werken. Hij is ‘toch’ best knap. ‘Nog’.

Of in onderschriften, waarover ik mijn (voor de rest beste maatje) Saskia de Schutter moet terechtwijzen; ze maakt voor het journaal een verslag van de klimaatspijbelaars, en ondertitelt een solidaire grijze man als ‘betogende opa’.

Ik zit ook op Instagram. Dat blijkt dan weer een daad van jeugdigheid te zijn, wat past in mijn kraam van hokoverschrijdend denken.

Oprecht, écht niet om jongig te doen, vind ik Instagram mooier en vrolijker dan Facebook. Al kun je ’t ook omschrijven als banaal reclameforum: er is er zelfs één die zijn volgers verwijt dat ze hem niet genoeg liken en dat hij dat nu omgekeerd ook zelf niet meer van plan is.

Instagram is een ruilmarkt.

Ik besef dat verzuchtingen als voorgaande wijzen op een typische cynische vijftigplussersingesteldheid.

Maar ik bén natuurlijk wel een vijftigplusser, en hokdenken proberen af te schaffen begint bij het erkénnen van het hok. En bij het erkennen van leeftijd. Leeftijd krijg je niet afgeschaft. Je bent zo oud als je bént. Vooroordelen over een hok afschaffen is iets anders dan krampachtig proberen om in een ànder hok te geraken.

Het is een moeilijke oefening, besef ik al vallend en opstaand - de voorbije week létterlijk vallend: ik was gevallen met mijn fiets (weer zo iets typisch vijftigplussers), waarna mijn knie blauw bleef en ik een scan moest laten maken. Er bleek niets aan de hand, behalve een bloeduitstorting en verdwenen kraakbeen. Dat laatste had niks met de val te maken, zei mijn dokter; wel met jarenlange fysieke belasting. (ik ben al sinds mijn kindertijd een fervente fietser) (dus niet zo’n vijftigplusser-die-eens-op-de-fiets-kruipt)

Vertelde dat aan een goede vriendin (**) die al kleinkinderen heeft en die zich door dat kleinkroost niet gewoon oma of bomma laat noemen, maar hokontwijkend ‘bommie’.

Voor de rest ontwijkt ze weinig, en dus wist ze droogweg te melden dat: ‘waar gij mee kampt artrose is, dat hebben alle vijftigplussers’.

Soms is de acceptatie van het hok de enige optie.

Al doet het wel pijn.

(**) Het nieuwe fifty-fifty filmpje over vrienden op radio1.be en vrt.nu

Lees ook: