"Ik dacht dat boontjes uit Kenia, tomaten uit Spanje en waterkers uit hydroculturele serres kwamen"

21 september 2017
Het regende deze week reacties over de nieuwe voedseldriehoek. Ook Hugo Matthysen doet er nog eentje bij. "Als de natuur ons groenten en fruit aanbiedt, waar zijn dan de Ardense bosranden waar je in het voorjaar prei en selder uit de grond kan trekken?"

Deze week belandde de burgeroorlog over gezonde voeding in een volgende fase met de introductie van de nieuwe voedseldriehoek. Het regende rijkelijk reacties. Vanochtend vroegen vertwijfelde vleesversnijders zich af of hun charcuterie voortaan illegaal zal zijn. En bij Jan Hautekiet hoorde ik gisteren een vrouw zeggen: “Het is goed dat bovenaan die nieuwe driehoek staat wat de natuur ons biedt, namelijk...”

In de piepkleine tijdspanne tussen namelijk en wat zou volgen gokte ik: “Tonijn, wilde zalm en reebok? Of insecten, kleine knaagdieren en muggenlarven?” Meteen kwam het antwoord: “...wat de natuur ons biedt, namelijk groenten en fruit!”

“Waar,” dacht ik spontaan, “waar zijn dan de Ardense bosranden waar je in het voorjaar prei en selder uit de grond kan trekken? In welke loofwouden tref je - maar je moet wel goed kijken want dat groen valt niet zo op tussen het andere groen - om de drie meter een frisse kropsla aan, en aan de rand van het beekje een gezinnetje geurige uien?”

In welke loofwouden tref je - maar je moet wel goed kijken want dat groen valt niet zo op tussen het andere groen - om de drie meter een frisse kropsla aan, en aan de rand van het beekje een gezinnetje geurige uien?

Enfin, mijn wereldbeeld was aan herziening toe. Ik dacht dat boontjes uit Kenia kwamen, tomaten uit Spanje en waterkers uit hydroculturele serres. Maar nee, ze komen dus uit de natuur. Naïef als ik ben, meende ik dat mazout bijvoorbeeld ook een natuurproduct is. Het is immers plantaardig van oorsprong, het komt net als witlof gewoon uit de grond, en van aardolie diesel maken kost minder moeite dan het omtoveren van rogge tot een boerenbrood.

Nee, het is niet simpel. De natuur, waar wij op zonnige dagen zo graag doorheen fietsen, is dat nog iets anders dan die saaie percelen mais en koolzaad? Is er een wezenlijk verschil tussen een door mensen in stand gehouden gebied als de Kalmthoutse heide, een golfterrein, en de vlijtig onderhouden bedjes met waterzubbel, knudderbonen en grofstekelige steenrabarber, of hoe al die hippe groeten ook mogen heten?

Is er een wezenlijk verschil tussen een door mensen in stand gehouden gebied als de Kalmthoutse heide, een golfterrein, en de vlijtig onderhouden bedjes met waterzubbel, knudderbonen en grofstekelige steenrabarber, of hoe al die hippe groenten ook mogen heten?

Met dat soort vragen vul ik mijn dagen, terwijl mijn geweten begint te knagen omdat ik mij beter aan mijn beroepsbezigheden zou wagen. Ik wil niet klagen, maar soms is mijn lot zwaar om dragen.

(hm)